Tussen
Wadden- en Zuiderzee
|
|
|
|
Wieringen
is geen eiland, maar een voormalig eiland. In 1924 kwam de eerste
verbinding met het vasteland tot stand. Toen vervolgens in 1930 de
Wieringermeerpolder droogviel en het eiland alleen aan de
noordkant nog aan de zee grensde was het in feite een deel van het
vasteland geworden. En sinds in 1932 de Afsluitdijk werd voltooid
is Wieringen een plaats geworden waar weliswaar velen langs komen
maar waar slechts weinigen stoppen. Ten onrechte.
Toch heeft Wieringen genoeg van zijn eilandkarakter behouden om op
deze site te worden opgenomen. Het landschap is duidelijk anders
dan dat van de omringende polder. Het heeft ook een rijke
eilandhistorie. Die is echter niet zo dramatisch en tot de
verbeelding sprekend als die van Schokland.
Daarom staat Schokland op de Werelderfgoedlijst van Unesco en
Wieringen niet.
Dat karakter van Wieringen kent twee gezichten. Enerzijds zou je
het, op grond van zijn geografische ligging, een waddeneiland
kunnen noemen. En inderdaad, als je over de zeedijk langs het wad
wandelt kun je je zó op Texel wanen. Maar Wieringen mist wat die
andere waddeneilanden nu juist zo mateloos populair heeft gemaakt
bij de toeristen: de duinen en de kilometerslange, witte
Noordzeestranden.
Aan de andere kant is dat misschien juist de charme van Wieringen,
dat het nooit overspoeld werd door de badgasten. Daardoor heeft
het meer gemeen met de vroegere Zuiderzee-eilanden Marken, Urk en Schokland,
waarmee het nu ook het lot deelt van geen eiland meer te zijn.
|
|
|
Een rots in de branding
|
|
|
|
De
geschiedenis van Wieringen gaat terug tot ver in prehistorische
tijden. Archeologische vondsten op het eiland tonen aan dat er
tenminste 35.000 v. Chr. al sprake was van bewoning in deze
streken. We moeten daarbij wel bedenken dat een landkaart van dit
gebied in die tijd er totaal anders uitzag dan die van vandaag.
Onder invloed van het water, en later ook van de mens, veranderde
door de eeuwen heen het landschap van de lage landen bij de zee
voortdurend.
Bij al die veranderingen kan Wieringen worden gezien als een
ijkpunt. Want deze keileembult, opgestuwd door de arctische
gletsjers tijdens de voorlaatste IJstijd (tot ca. 130.000 v. Chr.)
heeft al die veranderingen glansrijk doorstaan, als een rots in de
branding. Net als soortgelijke stuwwallen zoals die van Texel, Urk
en de kliffen van Gaasterland in zuidwest Friesland. Daarom
woonden er mensen op Wieringen terwijl het omringende land
beurtelings overstroomd of moerassig, onbegaanbaar veengebied was.
Het is dan ook aannemelijk dat de naam 'Wieringen' is afgeleid van
het oud-Friese woord 'wird', dat 'hoogte' betekende.
Waarschijnlijker in elk geval dan een eventueel verband met het
woord 'wier', hoewel het tot in de 17e eeuw in deze streken
gebruikelijk was zeewier te gebruiken als bouwmateriaal voor
dijken. Uitgerekend op Wieringen is zo'n wierdijk nog bewaard
gebleven.
|
|
|
Wieringen
-
enkele cijfers
Lengte 10 km,
breedte max. 4 km, oppervlakte ca. 26 km²,
hoogste punt (Westerland) +13 m NAP,
inwoners 8.300.
|
|
|
Kort
voor het begin van onze jaartelling verschenen de Romeinen in deze
contreien. Zij beschouwden echter de rivier de Rijn als de
natuurlijke buitengrens van het Romeinse Rijk en waagden zich
nauwelijks in de moerassen ten noorden daarvan. Dat was het domein
van de Friezen, die hun macht uitbreidden naarmate de Romeinse
invloed taande, tot ze uiteindelijk de hele Noordzeekuststreek,
van België tot Noord-Duitsland, beheersten. Wieringen was, door
zijn ligging hoog boven het omringende moerasland, een belangrijk
Fries bolwerk.
In de achtste eeuw werden de Friezen na een lange strijd
onderworpen door de Franken en werd het Friese gebied een deel van
het rijk van Karel de Grote. Veel rust was de bevolking niet
gegund, want niet lang daarna werden de lage landen bezocht door
de Noormannen, die soms kwamen om handel te drijven maar vaker om
te roven en te plunderen. Die invallen gingen ruim een eeuw door,
maar werden wel minder hevig toen Vikingen nederzettingen in het
gebied begonnen te vestigen en zich gingen vermengen met de lokale
bevolking. Vondsten van munten en sieraden lijken erop te wijzen
dat er ook op Wieringen Vikingen hebben gewoond, zodat de huidige
bewoners waarschijnlijk zowel Fries als Deens bloed in de aderen
hebben.
|
|

Wieringen
in de 'Digitale Maquette van Nederland' van TerraDesk.
|
|
Intussen
moest ook nog een voortdurende strijd tegen het water worden
gevoerd. In de Middeleeuwen vielen door verschillende
overstromingen grote delen van het laaggelegen veengebied in de
huidige provincie Noord-Holland ten prooi aan de zee. Tijdens een
zeer zware stormvloed in 1170 sloeg de zee een gat tussen
Wieringen en Texel en zo ontstond het huidige Marsdiep. Wieringen
werd steeds kleiner, tot het tenslotte helemaal door het water
omringd en dus een eiland geworden was.
In de daaropvolgende eeuwen verviel Wieringen, door zijn geïsoleerde
ligging, tot een vergeten uithoek. Pas in de achttiende eeuw
bloeide het eiland weer wat op. In de Gouden Eeuw werden de
koopvaardijschepen groter en hadden door hun toenemende
diepgang steeds meer moeite om de ondiepe Zuiderzeehavens te
bereiken. Zij gingen dan voor anker bij Den Helder om hun lading
over te laden op kleinere schepen van Texel en Wieringen, de
zogenaamde 'lichters'. Die vervoerden de goederen dan verder naar
de havens. Lang duurde de voorspoed niet; in 1825 werd het
Noord-Hollands Kanaal dat van Den Helder rechtstreeks naar
Amsterdam liep in gebruik genomen en was het overladen niet meer
nodig.
|
|
|
|
In
1806 werd op de oostpunt van Wieringen een quarantaineplaats in
gebruik genomen ten behoeve van de Nederlandse marine, om te
voorkomen dat matrozen van hun verre reizen allerlei besmettelijke
ziektes zouden meenemen naar Nederland. De plaats was daarvoor
ideaal; afgelegen genoeg om de kans op het uitbreken van epidemieën
te verkleinen en toch dicht bij de grote marinebasis van Den
Helder. De quarantaineplaats, inclusief een 'Pesthuis' voor de
verpleging van zieken, bleef in als zodanig in gebruik tot 1876. Daarna
werd het terrein een marinedepot en werd er onder andere een
kruitmagazijn gevestigd.
Hier doet zich een opmerkelijke overeenkomst voor met het elders
op deze site beschreven Zuid-Hollandse eiland Tiengemeten,
dat in ongeveer hetzelfde tijdsbestek ook een quarantaine en een
kruitmagazijn kende. Toevallig is het natuurlijk niet. Beide
inrichtingen zijn immers gebaat bij een geïsoleerde ligging, ver
van dicht bevolkte gebieden. Overigens werd de Wieringer
kruitopslag rond 1925, toen de voorbereidingen voor de bouw van de
Afsluitdijk in volle gang waren, opgeheven.
|
|
|
|
Wieringen en de Zuiderzeewerken
|
|
|
|
In
1920 werd begonnen met de uitvoering van de Zuiderzeewerken, een
project dat het leven op Wieringen ingrijpend zou veranderen. Het
luidde tevens het einde van Wieringen als eiland in. Al in de
zeventiende eeuw werden, onder andere door Hendric Stevin in 1667,
plannen ontwikkeld om de ondiepe, maar vaak zeer onstuimige
Zuiderzee te beteugelen en om door inpoldering nieuw land te
winnen. De techniek om zulke plannen te realiseren was in die tijd
echter nog niet voorhanden.
De Zuiderzee bleef echter haar tol eisen. In 1825 richtte een zeer
zware noordwesterstorm tijdens springtij een enorme ravage aan in
het Zuiderzeegebied, waarbij honderden slachtoffers vielen. Deze
ramp leidde tot nieuwe plannen, zoals dat van Kloppenburg en
Faddegon uit 1848, dat uitging de bouw van een afsluitdijk tussen
Enkhuizen en Stavoren en volledige inpoldering van de Zuiderzee
ten zuiden van die dijk. Nog veel radicaler was het voorstel van
de waterbouwkundige Van Diggelen uit 1849 om naast de hele
Zuiderzee ook grote delen van de Waddenzee in te polderen.
Gelukkig is dat plan niet doorgegaan!
Het in 1875 door de waterbouwkundige W.F. Leemans ontwikkelde plan
was realistischer. Dat ging uit van inpoldering van alleen het
zuidelijk deel van de Zuiderzee, met een afsluitdijk van Enkhuizen
naar Kampen. Dit plan kreeg echter onvoldoende politiek draagvlak
en verdween vervolgens in een bureaulade.
De basis voor het Zuiderzeeproject zoals het uiteindelijk is
uitgevoerd werd gevormd door de plannen van ir. Cornelis Lely uit
1893. Hij ging uit van afsluiting van de Zuiderzee middels een
dijk van Noord-Holland naar Friesland via het eiland Wieringen en
van de aanleg van vier polders ter grootte van samen 2.320 km² in
de afgesloten inham. Daarbij zou er nog een flink zoetwatermeer
overblijven om het door de rivier de IJssel aangevoerde water te
kunnen bergen alvorens het via sluizen in de afsluitdijk in de
Noordzee zou worden gespuid. In 1916 werd het plan aangepast. De
polders werden kleiner en er kwamen randmeren tussen de nieuwe
polders en het oude land, voor een beter waterbeheer.
Het feit dat Lely tussen 1891 en 1918 in drie kabinetten
minister van Waterstaat was heeft er sterk toe bijgedragen dat
deze laatste plannen wél tot uitvoering zijn gekomen. Al waren er
wel jaren van politieke debatten, een oorlog en nóg een
watersnoodramp voor nodig voor het zover was. Die debatten gingen
steeds over de technische en -vooral- de financiële haalbaarheid
van het plan van Lely. De oorlog was de Eerste Wereldoorlog, van
1914 tot 1918. Daarin was Nederland weliswaar neutraal, maar door
het vrijwel tot stilstand komen van de buitenlandse handel begon
in deze periode voedselschaarste te ontstaan. Verhoging van de
voedselproductie om beter in de eigen behoefte te kunnen voorzien
werd een actueel onderwerp. Het plan van Lely, dat voorzag in een
aanzienlijke uitbreiding van het landbouwareaal in Nederland, won
daardoor aan prioriteit.
Maar de directe aanleiding om de uitvoering van het plan-Lely ter
hand te nemen was de watersnoodramp van januari 1916. Op
tientallen plaatsen rond de Zuiderzee braken de dijken door en
vooral Waterland in Noord-Holland en het eiland Marken werden
zwaar getroffen. In september van datzelfde jaar diende minister
Lely een wetsontwerp in waarin de afsluiting en gedeeltelijke
inpoldering van de Zuiderzee volgens zijn eigen plannen werd
geregeld. Op 13 juni 1918 werd deze ´Zuiderzeewet´ door het
parlement aangenomen en konden de voorbereidingen voor de
uitvoering beginnen.
In 1920 werd begonnen met de afsluiting van het Amsteldiep, de
zeearm die Wieringen scheidde van het vasteland van Noord-Holland.
De 2,5 km lange dijk, vaak de 'Kleine Afsluitdijk' genoemd, werd
in 1924 gesloten en daarmee was Wieringen geen eiland meer. Daarna
werd begonnen aan de eigenlijke Afsluitdijk, van Den Oever op de
oostpunt van Wieringen naar Zurich in Friesland. Het bouwen van
deze 32 kilometer lange dijk in volle zee was een staaltje van
waterbouwkunde zoals tot dan toe nog nergens op de wereld was
vertoond. Op 28 mei 1932 werd de laatste opening gesloten en een
klein jaar later werd de dijk opengesteld voor het verkeer. De
Zuiderzee was IJsselmeer geworden.
Tegelijk met de Afsluitdijk werd ook de Wieringermeerdijk van Den
Oever naar Medemblik gebouwd. Deze dijk werd op 29 juni 1929
gesloten, waarna twee enorme gemalen, 'Leemans' bij Den Oever en 'Lely'
bij Medemblik, het aldus ontstane meer begonnen leeg te pompen. In
het volgende jaar viel de Wieringermeerpolder droog en daarmee was
het eiland Wieringen weer opgenomen in het vasteland van
Noord-Holland, zoals dat ook vóór de Middeleeuwen het geval was.
Na de Wieringermeerpolder (nr. 1 - 200 km² - 1930) werden
vervolgens de Noordoostpolder (nr. 2 - 280 km² - 1942), Oostelijk
Flevoland (nr. 3 - 540 km² - 1957) en tenslotte Zuidelijk
Flevoland (nr. 4 - 430 km² - 1968) gerealiseerd (de nummers
verwijzen naar het kaartje hiernaast).
Voor de laatste Zuiderzeepolder, de Markerwaard (nr. 6) werd in
1975 de buitendijk voltooid, maar deze polder werd tot op heden
niet aangelegd. De discussie over de wenselijkheid van de
inpoldering woedt al jaren. Natuurbeschermers vinden het aanleggen
van de Markerwaard door de tijd achterhaald en willen het huidige
Markermeer als open watervlakte behouden. Maar planologen zien in
een (gedeeltelijk) aangelegde Markerwaard een ideale locatie voor
een nieuwe nationale luchthaven ter vervanging van Schiphol. De
toekomst zal leren wie er wint!
|
|

|
|
Plan Kloppenburg en Faddegon (1848)
|
|

Plan Van Diggelen (1849)
|
|

Plan Leemans (1875)
|
 |
|
Plan Lely (1893)
|
|

Aangepast plan Lely (1916)
Verschillende plannen voor de afsluiting en inpoldering van
de Zuiderzee
(bron: ' In
Pago Wirense')
|
|
|
Een rondwandeling op Wieringen
|
|
|
|
De
tijd dat een reis naar Wieringen een hele onderneming was ligt al
tachtig jaar achter ons. Tegenwoordig raas je er vanuit Amsterdam
via de autosnelweg A7 in een half uurtje naartoe en pik je bij de
afslag Den Oever nog net een puntje van het eiland mee alvorens de
Afsluitdijk op te draaien richting Friesland. Dat laatste doe
ik vandaag uiteraard niet; ik verlaat op tijd de A7 en rij Den
Oever binnen.
|
|
|
|
Oorspronkelijk
was het de bedoeling om ook een spoorlijn over de
Afsluitdijk aan te leggen zodat je zelfs met de trein naar
Wieringen had kunnen gaan, maar dat bleek financieel
onhaalbaar. Nu zijn er dus de drukke verkeerswegen A7 en
de N99, die van Den Helder naar Den Oever loopt en het
eiland in de volle lengte doorsnijdt. Ik parkeer bij
restaurant Basalt aan de Noorderhaven, het startpunt voor
mijn wandeling op Wieringen. |
|

|
|
|
<
klik op een foto om te vergroten |
|
|
|
|
|

|
|
Den
Oever is een echte havenplaats gebleven, met alle daarbij
behorende bedrijvigheid. Het heeft sinds de bouw van de
Afsluitdijk zelfs aan betekenis gewonnen en heeft nu twee
belangrijke havens: de Noorderhaven die rechtstreeks
toegang geeft tot de open zee en de Zuiderhaven, aan de
andere kant van de dijk, aan het IJsselmeer. De eerste is
het domein van de visserij, de tweede vooral van de
pleziervaart. |
|
|
|
|
Het eerste deel van mijn wandeling voert me langs de Noorderhaven,
onder een viaduct van de A7 door en dan langs de Zuiderhaven in de
richting van het gemaal 'Leemans'. Ik loop hier zo'n anderhalve
kilometer parallel aan de snelweg en dat is bepaald niet rustig.
Aan het eind van de haven wijk ik even van mijn geplande route af
en ga naar links om een blik op het gemaal te werpen.
Het ziet er zo aan de buitenkant niet erg indrukwekkend uit. Toch
heeft dit gemaal, samen met zijn collega 'Lely' bij Medemblik, in
1929-1930 een stuk zee van 200 km² drooggemalen en zorgt het er
sindsdien voor dat de bewoners van de Wieringermeerpolder droge
voeten houden. Hoe nodig dat is kun je goed zien bij de schutsluis
naast het gemaal, waar de boten uit de polder een niveauverschil
van ongeveer vijf meter moeten overbruggen om op het peil van het
IJsselmeer te geraken.
Het water dat uit de polder wordt gepompt is zo zout dat het niet
meer rechtstreeks in het IJsselmeer mag worden geloosd. Dat zou
namelijk de drinkwatervoorziening voor een paar miljoen mensen in
gevaar brengen. Daarom is bij de renovatie van het gemaal in 1995
een ondergrondse tunnel van een kilometer lengte gebouwd die het
uitslagwater afvoert naar de Noorderhaven, aan de 'zoute kant' van
de Afsluitdijk dus.
|
|
|
De
vlag van Wieringen

De kleuren geel en blauw symboliseren waarschijnlijk het
koren en het water. Het dubbele kruis is een zgn.
Scandinavisch kruis en verwijst mogelijk naar de Vikingen.
De drie vogels in het rode vierkant zijn rotganzen, die op
Wieringen veel voorkomen en al in de zeventiende eeuw als
symbool van het eiland golden. De plaatsing van de ganzen
suggereert de letter "W" van Wieringen, die ook
in het gemeentewapen voorkomt.
|
|
|
|
|
|
|
Via een tunneltje kruis ik opnieuw de A7 en loop nu de polder
Waard-Nieuwland in. Dit gebied hoorde ooit bij Wieringen, maar
werd in de Middeleeuwen door de zee verzwolgen en halverwege de
negentiende eeuw weer ingepolderd. Vandaag de dag, geloof het of
niet, zijn er plannen om het -althans gedeeltelijk- weer aan het
water terug te geven. Men wil namelijk hier, langs
de zuidkant van het eiland die gemarkeerd wordt door het Amstelmeerkanaal, een soort randmeer aanleggen. Voor de recreatie,
een beter waterbeheer én om het eilandkarakter van Wieringen weer
een beetje terug te laten keren. Het is nog niet zeker of die
plannen ook echt verwezenlijkt worden, maar van mij mag het!
|
|
|
|

|
|
Met
de zuidenwind in de rug kost het me moeite om het
constante geraas van de snelweg achter me te laten. Pas
wanneer ik de oude dijk passeer en het eigenlijke eiland
betreedt is het verkeerslawaai weggestorven, maar dan ligt
de provinciale weg N99 alweer voor me. Ik steek de drukke
weg over bij het restaurant 'De Zingende Wielen', waar de
snert erg lekker schijnt te zijn. Op deze zonnige
herfstdag dag heb ik er nog niet echt zin in. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Terwijl
ik naar de noordkant van het eiland loop daalt een
mistbank op me neer, waarachter de zon steeds meer
schuilgaat. Vóór me doemt Oosterland op, dat gedomineerd
wordt door de 12e-eeuwse Romaanse Sint Michaelkerk. Naar
dit dorpje werd na afloop van de Eerste Wereldoorlog in
1918 de zoon van de Duitse keizer, kroonprins Friedrich
Wilhelm, verbannen. Hij woonde hier tot 1923 in de
pastorie. |
|

|
|
|
|
|
Van Oosterland loop ik in noordwestelijke richting naar het
buurtschap Vatrop. Hier zou volgens de overlevering in de vroege
Middeleeuwen en klooster hebben gestaan, dat via een lange
onderaardse gang verbonden was met de St. Michaelkerk in
Oosterland. Deze gang stelde de monniken in staat hun
kostbaarheden in veiligheid te brengen als de Noormannen het
eiland weer eens aandeden. Noch van de gang, noch van het klooster
is echter ooit een spoor gevonden.
Op dit gedeelte van de route toont Wieringen zijn meest
karakteristieke kant. Het landschap is glooiend en hoewel de
hoogteverschillen niet meer dan enkele meters bedragen ziet het er
hier totaal anders uit dan in het omringende polderland. Mede door
de nevel die het zicht beperkt waan je je eerder in Zuid-Limburg
dan in Noord-Holland. Dit is het oude eiland, dat als een rots in
de branding de eeuwen heeft getrotseerd terwijl het land eromheen
voortdurend veranderde.
|
|
|
|

|
|
|
|
De nevel dempt de geluiden van de eenentwintigste eeuw en verleent
het landschap een wat mysterieuze sfeer, alsof de eeuwenlange
geschiedenis van dit eiland net buiten je gezichtsveld nog voor
het grijpen ligt. Je zou er bij wijze van spreken niet vreemd van
opkijken als er opeens een bende Vikingen of een paar 'Sammelkes'
zouden opduiken uit de mist. Dat gebeurt natuurlijk niet. Op het
smalle weggetje tussen Vatrop en Stroe dat de mooie naam
Bierdijkerveldweg draagt kom ik zelfs helemaal niemand tegen.
Het dorpje Stroe ligt op een van de hoogste punten van Wieringen
en is om die reden waarschijnlijk de oudste nederzetting op het
eiland. Tegenwoordig is het niet veel méér dan een groepje
boerderijen, maar in de Middeleeuwen zou hier een Cisterciënzer
klooster hebben gestaan en zou Stroe een belangrijk spiritueel
centrum in deze regio zijn geweest. De monniken zouden bij hun
vertrek van Wieringen tijdens de Reformatie de gouden klepel uit
de kloosterklok hebben gehaald en deze hier ergens in de buurt
hebben begraven. Ook voor deze overlevering is echter nooit
overtuigend bewijs gevonden. De klepel, waarnaar veel is gezocht,
kwam nooit boven water.
|
|
|
Sammelkes
Wieringen kent zijn eigen legendes en
volksverhalen. Bijvoorbeeld over de 'Sammelkes', een soort
kabouters die hier in de buurt in een kuil woonden. Zij
haalden 's nachts het koperwerk uit de huizen en brachten
het vóór de dageraad blinkend gepoetst weer terug.
Alleen op Wieringen en op Texel kwamen deze vriendelijke
pijprokende wezentjes onder deze naam voor.
|
|
 |
|
|
|
|
|
|

|
|
Wel
zeker is dat hier in Stroe een kerkje heeft gestaan, dat
aan St. Willibrordus was gewijd. Het zou al in de negende
eeuw zijn gesticht, maar werd in 1878 gesloopt. Het
kerkhof dat erbij hoorde is er nog wel. Het is het eerste
dat ik zie als ik Stroe binnenwandel, schilderachtig
gelegen tussen de bomen. Het opschrift boven de
witgeschilderde houten toegangspoort "Stof
zijt gij en tot stof zult gij wederkeren"
stemt tot nadenken. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Na
Stroe sla ik rechtsaf richting noordkust en nog geen
kwartier later sta ik bovenop de dijk en kijk ik uit over
de Waddenzee. Voor zover het oog reikt althans, en dat is
niet zover want de mist beperkt het zicht tot nauwelijks
een meter of honderd. Maar als ik op weg ga, terug naar
Den Oever, begint de zon de nevel op te lossen en een paar
kilometer verderop toont het wad zich in al zijn weidse
pracht onder een stralende zon. |
|

|
|
|
|
|
Op dit deel van de route toont Wieringen zich als een echt
Waddeneiland. De stoere zeedijk, met aan de ene kant het
droogvallende wad tot aan de horizon en aan de andere kant de
groene polder, zou ook op Texel of op Terschelling kunnen liggen.
Maar op die eilanden kun je altijd, voorbij die polder, een glimp
van een duinenrij zien, met daarachter de belofte van eindeloze
witte stranden en de ruisende branding van de Noordzee. Dat heeft
Wieringen niet en daarom is het hier toch anders. Niet minder,
maar anders.
Halverwege naar Den Oever passeer ik het vogelmeertje bij Vatrop.
Hier buigt de dijk af, het binnenland in, en loopt het pad door
het buitendijks gebied dat bij hoog water onderloopt. Volgens mijn
routebeschrijving zou het hier moeten wemelen van de bonte
strandlopers, bergeenden, rotganzen, regenwulpen en rosse
grutto's, terwijl ik ook een goede kans zou moeten hebben om de
middelste zaagbek, de pijlstaart of een paar steenlopers te zien.
Misschien ligt het aan het seizoen, misschien ook aan mijzelf,
maar hoe ik ook kijk, ik zie ze niet. Ik geniet er niet minder om.
|
|
|
|
|
|
|
|
De weg terug naar Den Oever over de kaarsrechte dijk is langer dan
ik dacht. De masten van de schepen in de Buitenhaven zijn al van
ver te zien, maar ze komen maar tergend langzaam dichterbij. Toch
is het nooit eentonig of vervelend. Het schouwspel van het weidse
wad, onder een inmiddels strakblauwe hemel, blijft altijd boeien.
Wieringen en het water, eeuwenlang waren ze met elkaar verbonden
en zo zal het ook blijven, wat de toekomst ook brengen mag. Want
de tijd dat een ingenieur met een paar strepen op de kaart een
heel eiland teniet kon doen is definitief voorbij.
De rode daken van de eerste huisjes van Den Oever gluren boven de
dijk uit. Ik ben bijna terug op mijn uitgangspunt. Lopend langs de
haven zie ik op de achtergrond de Afsluitdijk met de imposante
betonnen heftorens van de Stevin sluizen. Dertig kilometer
verderop, aan het Friese eind van dijk, ligt een identiek
sluizencomplex. Het is vernoemd naar een andere beroemde
Nederlands natuurkundige, Lorentz. Ingenieurs houden nu eenmaal
van regelmaat en symmetrie.
Ik stap in de auto in de wetenschap dat Wieringen eigenlijk net te
groot is om in één dag helemaal te bewandelen en dat ik dus nog
lang niet alles van dit eiland heb gezien. Niet de hoofdplaats met
die grappige naam, Hippolythushoef, in de volksmond 'Hippo'
genoemd en die daarom aan een nijlpaard doet denken. Niet het
dorpje De Haukes, waar vroeger de veerboot aankwam. En ook
Westerklief, het gehucht waar de schatten van de Vikingen werden
gevonden, heb ik nog niet gezien. Kortom, ik zal hier nog eens
terug moeten komen!
|
|
|
|

|
|
|
|
|
|
|
|
Meer over Wieringen en aanverwante informatie
|
|
|
|
www.wieringen.nl
Officiële website van de Gemeente Wieringen.
www.pagowirense.nl
Particuliere website 'In Pago Wirense' (In de streek van Wieringen)
van Jan-Simon Hoogschagen, met veel historische en andere
informatie over het eiland Wieringen. Ook Engelstalige versie.
www.huisvandeaarde.nl
Website van het 'Huis van de Aarde', het museum voor lokale
geologie en archeologie in Den Oever. Ook Engelstalig.
www.historischcentrumflevoland.nl
Een digitale tentoonstelling over de geschiedenis van de
Zuiderzeewerken op de website van het Sociaal Historisch Centrum
voor Flevoland.
www.maaslandcollege.nl
Studieopdracht over de Zuiderzeewerken op de website van het
Maaslandcollege in Oss. Ook Engelstalige versie.
www.rdij.nl/rdij/ijsselmeergebied/afsluitdijk
Website over de Afsluitdijk van het Ministerie van Verkeer
en Waterstaat.
Ook Engelstalige versie.
www.wieringerrandmeer.nl
Officiële website van het Projectbureau Wieringerrandmeer met
informatie over het randmeerproject. |
|
|
|
november
2003
|
|
|
|
|
|