Het meest veelzijdige eiland
|
|
|
|
Walcheren, het meest veelzijdige eiland. Een slogan die zó uit
een folder van de plaatselijke VVV zou kunnen komen. Als je
dergelijke folders mag geloven is de beschreven stad of streek
altijd wel op de een of andere manier uniek. En vaak wordt er zo
kwistig met superlatieven gestrooid dat je er argwanend van
wordt.
Voor Walcheren gaat de kwalificatie 'het meest veelzijdige
eiland' echter zonder meer op. Elk eiland dat op deze site wordt
beschreven heeft zijn eigen charmes, maar nergens anders vind je
zo'n verscheidenheid aan attracties bij elkaar als hier. Om te
beginnen heeft Walcheren een mooie duinenkust met prachtige stranden
en een handvol gezellige, sfeervolle badplaatsen. Het binnenland
bestaat uit een lieflijk
polderlandschap met kronkelende dijkjes waar het heerlijk
wandelen of fietsen is. Verder zijn er de prachtige,
middeleeuwse stadjes en steden met als hoogtepunt Middelburg, de
provinciehoofdstad van Zeeland waar altijd van alles te doen is.
Met Vlissingen heeft Walcheren dan ook nog de derde zeehaven van
Nederland in huis en laten we vooral het Veerse Meer niet
vergeten, dat het eiland tot een geliefde bestemming voor de
watersporters maakt.
Het kan zonder meer een indrukwekkende opsomming worden genoemd,
die bovendien nog niet eens compleet is. Door zijn strategische
ligging aan de monding van de Schelde heeft Walcheren de rijkste
historie van alle eilanden die op deze site worden beschreven.
Het is dan ook geen toeval dat het administratief en bestuurlijk centrum
van de hele provincie hier gevestigd is. En het zal daarom al bij
voorbaat duidelijk zijn dat er over dit eiland heel wat te
vertellen valt.
|
|
|
|
Een strategische plek
|
|
|
|
De delta in het zuidwesten van Nederland is door de eeuwen heen een
constant veranderend gebied geweest. Dat feit is op de pagina's die
de andere Zeeuwse eilanden beschrijven al meermalen vermeld. De zee
en de rivieren, en later ook de mens, zorgden ervoor dat de
landkaart van dit gebied er elke eeuw weer anders uitzag. Water werd
land, later soms weer water en uiteindelijk dan toch weer land. Een
historische atlas van de tegenwoordige provincie Zeeland is als een
geïllustreerd verslag van de altijddurende strijd van de mens tegen het water.
Maar wat er in de loop der eeuwen ook allemaal veranderde, één ding
bleef gelijk, en dat was de rivier de Schelde die bij wat nu
Walcheren is de strandwal doorbrak en in de Noordzee uitmondde. Zo'n
monding van een rivier is per definitie een aantrekkelijke plek voor
de mens om zich te vestigen. De zee biedt de mogelijkheid om handel
te drijven met andere landen, terwijl via de rivier van overzee
aangevoerde goederen verder landinwaarts kunnen worden
getransporteerd. Of, omgekeerd, lokale producten vanuit het
achterland kunnen worden aangevoerd om naar overzee te worden
verscheept. Als regel geldt: wie de riviermonding in handen heeft
beheerst in feite de hele rivier, en dus ook de lucratieve handel.
Een stelling die ook voor Walcheren geldt en die het eiland, naast
veel voorspoed, ook een hoop ellende heeft gebracht.
De Romeinen, die zo rond het begin van onze jaartelling deze kant
opkwamen, wisten de strategische voordelen van de Scheldemonding op
hun waarde te schatten en stichtten hier hun enige nederzettingen in
het ruige deltagebied. Een ervan lag ongeveer op de plaats van het
huidige stadje Domburg op Walcheren; de andere nabij Colijnsplaat op
wat nu Noord-Beveland is. Overigens moeten we daarbij niet vergeten
dat de eilanden Walcheren en Noord-Beveland in die vorm nog helemaal
niet bestonden en dat we in feite geen idee hebben van hoe de
landkaart van het gebied er toen uitzag. Waarschijnlijk was de
monding van de Schelde in die tijd vanaf land gemakkelijker te
bereiken dan in latere eeuwen het geval was.
Hoe dan ook, de aanwezigheid van de Romeinen op Walcheren werd
onomstotelijk aangetoond toen in 1647 na een hevige storm vanonder
de duinen bij Domburg resten tevoorschijn kwamen van een aan de
godin Nehalennia gewijde tempel. Soortgelijke vondsten werden aan
het eind van de twintigste eeuw gedaan bij Colijnsplaat waar ooit
Ganuenta, de andere Romeinse nederzetting lag. Hier werden meer dan
200 beelden en altaarstenen met de beeltenis van Nehalennia opgevist
uit het water van de Oosterschelde. Dergelijke beelden werden door
kooplieden aan deze beschermvrouwe van de zeevarenden opgedragen uit
dankbaarheid voor een behouden overtocht.
Uit de aard van de vondsten kan de conclusie worden getrokken dat deze
nederzettingen een zekere luxe en welvaart hadden bereikt die
voordien in deze streken onbekend was. Daaraan kwam in de
derde eeuw n.Chr. een einde, toen hevige overstromingen en
binnenvallende Germaanse stammen het deltagebied teisterden en de
meeste bewoners op de vlucht joegen. Tijdens deze onstuimige periode
is Walcheren waarschijnlijk een eiland geworden.
In de daaropvolgende eeuwen lag
het gebied er troosteloos en verlaten bij. Pas vanaf de zesde eeuw
was er weer sprake van een min of meer permanente bewoning; het waren Friezen die
uit het noorden kwamen afzakken en zich in de hoger gelegen
kuststrook vestigden. Zij stichtten ongeveer op de plaats van de
vroegere Romeinse nederzetting aan de monding van de Schelde een
nieuw handelsplaatsje en gaven het de naam Walacria ('wal acra'
betekende 'grote akker'). Waarschijnlijk is de
huidige naam Walcheren hiervan afgeleid, hoewel andere bronnen de
Vikingkoning Walcherius als naamgever van het eiland aanwijzen.
In de negende eeuw kreeg het kustgebied te maken met invallen door
de Vikingen, die lang niet altijd met vredelievende bedoelingen
kwamen. In veel gevallen liep het uit op plundering en moord. Om
zich hier enigszins tegen te kunnen verdedigen werden op
verschillende plaatsen versterkte 'burgen' gebouwd. Plaatsnamen
zoals Middelburg, Souburg (Zuidburg) en Domburg (Duinburg) herinneren daar nog aan.
|
|
|
Walcheren
-
enkele cijfers
Lengte 18,7 km,
breedte max. 17,5 km, oppervlakte ca. 217 km²,
hoogste punt (duintop bij Zoutelande) +54m NAP,
inwoners 113.500.
|
|
|
Vanaf de elfde eeuw groeide de bevolking in het gebied van het
huidige Walcheren gestaag en breidde de bewoning zich vanaf de
kuststrook verder landinwaarts uit naar de daarachter gelegen
schorren. Om huis en have te beschermen tegen de voortdurende
overstromingen en om meer land geschikt te maken voor bewoning werd
de bouw van dijken serieus ter hand genomen. In deze periode werden
ook de eerste waterschappen opgericht om de aanleg en het onderhoud
van de polders gezamenlijk aan te pakken.
Dat proces van bedijking begon op Walcheren en daarom vinden we de
oudste polders in het deltagebied hier. Rond 1300 had het eiland al
min of meer zijn huidige vorm en omvang bereikt, wat op de kaart
hiernaast te zien is. Terwijl bijvoorbeeld Noord- en
Zuid-Beveland en Tholen nog nauwelijks als zodanig herkenbaar zijn is de
typische ruitvormige omtrek van Walcheren al heel duidelijk zichtbaar.
In de loop van de ruim zeven eeuwen daarna zou het eiland eigenlijk nog
maar nauwelijks veranderen.
Door natuurlijke oorzaken begon in de twaalfde eeuw de
Oosterschelde, tot dan toe de belangrijkste vaarverbinding tussen de
Noordzee en het Vlaamse achterland, steeds meer te verzanden. Als
gevolg daarvan zocht het water van de Schelde een alternatieve
uitweg via de Westerschelde waardoor deze zijarm zich tot de
voornaamste vaarweg ontwikkelde. Het strategisch belang van
Walcheren, aan de monding van de Westerschelde nam hierdoor enorm
toe. De keerzijde was dat het eiland betwist gebied werd tussen de
graven van Vlaanderen en Holland, die een langdurige strijd
uitvochten om de heerschappij in deze regio. Een strijd die
tenslotte in het voordeel van Holland werd beslist.
Toen de rust enigszins was teruggekeerd ontwikkelde het eiland zich
voorspoedig. Middelburg, waar Norbertijner monniken uit Vlaanderen
al in de twaalfde eeuw een abdij stichtten, kreeg in 1217 stadsrechten, Vlissingen
volgde in 1315 en Veere in 1355. Omstreeks dezelfde tijd werden bij
Vlissingen de eerste havens gebouwd, welke in de loop van de
volgende eeuwen regelmatig werden uitgebreid.
In de zestiende eeuw werden de relatieve rust en de welvaart wreed
verstoord door overstromingen, epidemieën en oorlog. De beruchte
stormvloeden van 1530 en 1532, die overal in het deltagebied dood en
verderf zaaiden en bijvoorbeeld Noord-Beveland volledig van de kaart
veegden, richtten op Walcheren betrekkelijk weinig schade aan. Dat
was mede te danken aan de duinenrij die het eiland aan de zeezijde
afdoende beschermde. Verder had men hier het langste ervaring met
dijkenbouw, zodat wellicht de kwaliteit van de dijken hier wat beter
was dan elders. De pestepidemie die aan het begin van deze eeuw
heerste maakte echter ook op Walcheren veel slachtoffers.
|
|

Zeeland omstreeks 1300
(uitgegeven door de Zeeuwse Boekhandel te Zierikzee) |
|
In de tweede helft van deze eeuw begonnen de godsdiensttwisten
tussen de aanhangers van het uit Duitsland geïmporteerde
Protestantisme en de gevestigde orde van het Katholicisme te
escaleren. Dat leidde uiteindelijk tot een opstand van de
grotendeels tot het Protestantisme bekeerde Lage Landen tegen het
gezag van Spanje. De Spaanse koning Filips II stuurde zijn beste
veldheer, de hertog van Alva, naar deze contreien om orde op zaken
te stellen. Alva, die vanwege zijn keiharde optreden de bijnaam
'IJzeren Hertog' had, zag direct het strategisch belang van
Walcheren in en besloot tot de legering van een garnizoen op het
eiland en de bouw van een dwangburcht bij Vlissingen.
Maar het verzet was taaier dan hij had verwacht. De opstandelingen
werden gesteund door de Geuzen, ongeregelde troepen zeerovers die
het, met hun vloot van kleine bootjes, de Spanjaarden in het
waterrijke deltagebied erg lastig maakten. De 'IJzeren Hertog' kon
niet voorkomen dat zij in april 1572, met steun van de plaatselijke
bevolking, de stad Vlissingen innamen en het Spaanse garnizoen
verjoegen. In 1584 viel tenslotte ook Middelburg in handen van de
opstandelingen onder Willem van Oranje. De Norbertijnen moesten
vertrekken uit hun abdij en het complex werd in gebruik genomen voor
het burgerlijk bestuur, wat tot op de dag van vandaag zo gebleven
is.
Dat betekende niet dat de strijd daarmee gestreden was. De gewapende
opstand die later bekend werd als de Tachtigjarige Oorlog zou nog
tot 1648 duren en leiden tot een deling van de Nederlanden, waarbij
het Noorden een onafhankelijke republiek werd en het Zuiden onder
het gezag van Spanje bleef. Toen de Spanjaarden in 1585 de stad
Antwerpen veroverden bleek opnieuw de strategische waarde van
Walcheren; de opstandelingen beheersten nu de monding van de Schelde
en waren in staat het scheepvaartverkeer naar Antwerpen volledig lam
te leggen.
|
|
|
|
De val van Antwerpen had tot gevolg dat veel welgestelde Vlamingen
naar de Noordelijke Nederlanden vluchtten. Velen van hen vestigden
zich in Zeeland, wat leidde tot een belangrijke impuls aan het
economische, sociale en culturele leven en bijdroeg aan de
ontwikkeling van steden als Middelburg, Vlissingen en Veere. De vele
schitterende monumentale gebouwen in die steden herinneren aan deze
bloeiperiode, de Gouden Eeuw, die tot het eind van de zeventiende eeuw duurde.
In de achttiende eeuw was de bloei over zijn hoogtepunt heen. Door
de opkomst van Amsterdam als centrum van de wereldhandel was al veel
economische activiteit uit Zeeuwse steden als Middelburg en Veere
naar de hoofdstad van de Republiek verplaatst. De opkomst van het
Britse Imperium maakte dat de invloed van de Nederlanden als
economische grootmacht afnam. Daardoor ging het verder bergafwaarts
en werden de Zeeuwse steden steeds meer stille plaatsen van vergane
glorie.
Aan het einde van de achttiende eeuw werden de Nederlanden een soort
van satellietstaat van Frankrijk, en vanaf 1806 zelfs een provincie
van het Napoleontische keizerrijk. Napoleon wist de strategische
betekenis van Walcheren snel op zijn waarde te schatten en legerde
er permanent een Frans garnizoen. Tegelijkertijd begon hij de havens
van Vlissingen en Antwerpen om te bouwen tot marinebases, ter
voorbereiding van een invasie van Engeland. De Britten wachtten dat
niet af en voerden in 1809 een militaire operatie tegen Vlissingen
uit, waarbij de stad zwaar werd beschadigd.
Toen in 1815 met de Franse nederlaag bij Waterloo een eind kwam aan het
Napoleontische tijdperk bleef Walcheren, na het vertrek van de
laatste Fransen, berooid achter. Door de jarenlange status van
militair terrein was de handel vrijwel volledig tot stilstand
gekomen. Het eiland was verworden tot een achtergebleven, moeilijk
bereikbaar gebied. De oprichting van het Koninkrijk der Nederland in
1815 bracht aanvankelijk weinig verbetering in de uitermate belabberde
economische situatie.
In 1830 werd het strategisch belang van Walcheren opnieuw
onderstreept toen België, na een korte opstand, zich onafhankelijk
van de rest van Nederland had verklaard. Nederland reageerde prompt
door het afsluiten van de Westerschelde waardoor het
scheepvaartverkeer van en naar Antwerpen, de belangrijkste havenstad
in België, tot stilstand kwam. Aan deze situatie kwam pas in 1839,
toen de vrede tussen Nederland en België definitief werd getekend,
een einde.
|
|

Zeeland omstreeks 1650
(bron: ThinkQuest) |
|
Het bleef kwakkelen met de economie op Walcheren, totdat de komst
van de spoorweg in 1872 een einde maakte aan het isolement van het
eiland. Hierdoor werden zowel Middelburg als Vlissingen aangesloten
op het Nederlandse spoorwegnet. Een jaar eerder was het Sloe, het
water tussen Walcheren en Zuid-Beveland, al door een dam afgesloten
zodat er wegverkeer tussen de beide eilanden mogelijk werd.
Vervolgens werd in 1873, ter vervanging van het Sloe als
vaarverbinding tussen Wester- en Oosterschelde, het Kanaal door
Walcheren in gebruik genomen. Het liep dwars door het eiland, van
Vlissingen via Middelburg naar Veere. De havens van Vlissingen
werden uitgebreid met twee binnenhavens en bovendien vestigde zich
hier in 1875 de scheepswerf 'De Schelde', die zich ontwikkelde tot
een belangrijke bouwer van marineschepen en die voor veel bedrijvigheid
en werkgelegenheid zorgde.
Met de spoorlijn kwam ook het toerisme goed op gang. Het stadje
Domburg ontwikkelde zich tot een mondaine badplaats die tot ver over
de landsgrenzen populair werd, vooral onder de meer welgestelden.
Vorsten, politici, industriëlen en kunstenaars, kortom de hele
Europese 'jetset' van de negentiende eeuw was hier kind aan huis,
onder andere aangetrokken door de reputatie van de geneeskrachtige
en heilzame werking van het zeewater bij Domburg. Het sociale en
culturele leven stond er op een hoog niveau. Vandaag de dag straalt
de plaats nog altijd een zekere grandeur uit.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Walcheren opnieuw het
slachtoffer van haar strategische ligging aan de mond van de
Schelde. Al snel na de capitulatie van Nederland in mei 1940 werden
Duitse militaire installaties bij Vlissingen een permanent doelwit voor
geallieerde bommenwerpers. Na afloop van de oorlog zou blijken dat Vlissingen
de twijfelachtige eer van de meest beschoten stad van
Nederland te beurt viel.
Het einde van de oorlog was voor Walcheren uitermate wrang. Na D-Day
op 6 juni 1944 rukten de geallieerde troepen in snel tempo vanuit
Noord-Frankrijk op naar
het noorden. Daardoor werden de aanvoerlijnen voor bevoorrading
vanaf de provisorische havens aan de Normandische kust steeds
langer. Voor de slotcampage tegen het Derde Rijk hadden zij dringend
behoefte aan een dichterbij gelegen, goed uitgeruste haven en die
van Antwerpen voldeed aan alle voorwaarden. Begin september 1944
vielen stad en haven zo goed als onbeschadigd in handen van Britse
troepen, maar dat succes was waardeloos zolang de Duitsers nog op
Zuid-Beveland en Walcheren zaten en het scheepvaartverkeer op de
Schelde volledig controleerden.
Die Duitsers moesten daar verdreven worden voordat de haven van
Antwerpen kon worden gebruikt, maar de vraag was: hoe? Het eiland
was vanaf de landzijde via de smalle, zwaar verdedigde dammen niet
of nauwelijks toegankelijk en de zeezijde was onderdeel van de
Atlantik- Wall, de versterkte Duitse kustverdedigingslinie die
reikte van Noord-Noorwegen tot aan de Pyreneeën. De Geallieerden
kozen uiteindelijk voor de methode die de de Nederlanders zelf zo
vaak als krijgsmiddel hadden ingezet: het water. Op 3 en op 29 oktober 1944
bombardeerde de RAF de zeedijk bij Westkapelle, waardoor er een gat
van 150 meter ontstond en vrijwel heel Walcheren onderliep. De
bevolking was vooraf door middel van pamfletten gewaarschuwd, maar
door onnauwkeurigheid viel er een aantal bommen op het dorp,
waardoor zo'n 200 bewoners omkwamen.
De inundatie van Walcheren beperkte de Duitsers in hun bewegingen en
bevoorrading, maar zij bleven zich fel verdedigen. Pas op 1 november
slaagden troepen van de 52e Schotse Lowland Divisie erin op
Walcheren te landen en de Duitsers, ondanks hevige tegenstand, te
verslaan. Zo betaalde Walcheren opnieuw een hoge prijs voor zijn
strategische ligging; het eiland was geruïneerd en het zou tot
oktober van het volgende jaar duren voor de dijken waren hersteld en
het water was weggepompt, zodat voorzichtig kon worden begonnen met
het herstel.
|
|

Zeeland omstreeks 1930
Bron: Kleine Bosatlas
|
|
De stormvloedramp van 1 februari 1953, die in het deltagebied enorme
verwoestingen aanrichtte en aan 1835 mensen het leven kostte liet
Walcheren zo goed als ongemoeid. De duinen, die hier trouwens erg hoog
zijn, boden afdoende bescherming en de dijken hielden het zodat er,
op een enkele uitzondering na, nergens land overstroomde. Er waren
op heel Walcheren slechts 5 slachtoffers te betreuren; een gering
aantal vergeleken met de andere eilanden.
Door de uitvoering van de Deltawerken is er ook op Walcheren veel
veranderd. Door de afsluiting van het Veerse Gat in 1961 werd het
eiland verbonden met Noord-Beveland en verloor Veere haar betekenis
als vissershaven. De Veerse vissersvloot kreeg een nieuwe thuishaven
in Colijnsplaat op Noord-Beveland. Aan de positieve kant van de
balans staat het Veerse Meer, een ideaal watersportgebied dat achter
de Veerse Dam is ontstaan en het toerisme op Walcheren een
belangrijke impuls heeft gegeven. Daarnaast heeft het eiland via de
diverse Deltadammen een veel betere verbinding met de rest van het
land gekregen.
Het Sloegebied ten oosten van Vlissingen is in de jaren zestig en
zeventig van de vorige eeuw grotendeels ingepolderd en er is hier
een belangrijk haven- en industriegebied ontstaan. Hoewel dit
complex gedeeltelijk op het oorspronkelijke Zuid-Beveland ligt
behoort het toch tot de Gemeente Vlissingen op Walcheren, waardoor
de ooit zo duidelijke natuurlijke grens tussen beide eilanden
volkomen vervaagd is. Dankzij de Sloehavens mag Vlissingen zich nu
qua grootte de derde haven van Nederland noemen, na Rotterdam en
Amsterdam.
|
|

Satellietfoto van
Walcheren (bron: NLR / ESA)
|
|
Een dagje op Walcheren
|
|
|
|
Mijn eerste bezoek aan Walcheren duurt slechts één dag en ik weet al
bij voorbaat dat dat veel te kort is. Hoewel het eiland niet al te
groot is is hier zoveel te zien dat een week nog niet genoeg zou
zijn om meer dan een globale indruk te krijgen van wat Walcheren te
bieden heeft. Helaas, het is niet anders en ik zal het er voorlopig
mee moeten doen, tot een eventueel vervolgbezoek.
Mijn 'rondje Walcheren' begint in Westkapelle, dat de meest westelijke plaats op het eiland is. Het ligt
precies op de punt die als een kaap naar het westen wijst en heeft daardoor een
tamelijk hoog 'Lands End' gehalte, hoewel het niet de meest
westelijke plaats van heel Nederland is. Die eer valt Sint Anna ter
Muiden in Zeeuws-Vlaanderen te beurt, aan de andere kant van de
Schelde. Maar daar kun je de grens met België oversteken en
gewoon verder reizen in westelijke richting, naar Knokke-Heist aan
de kust. Hier in Westkapelle houdt het land op en kun je echt niet
verder naar het westen.
De geschiedenis van Westkapelle gaat ver terug. Al in 1223 verleende
de Hollandse graaf Floris IV de plaats stadsrechten, tegelijk met
het vlakbij gelegen Domburg. Op dat moment waren en in heel Zeeland
maar vier steden: Middelburg, Zierikzee, Domburg en Westkapelle. Tot
halverwege de zestiende eeuw was Westkapelle een welvarende
vissershaven, maar daarna ging het bergafwaarts. De haven moest
wijken voor de bouw van de zeedijk om het stadje te beschermen tegen
de zee en de economische activiteiten verplaatsten zich naar
Vlissingen en Middelburg. Door het bombardement van oktober 1944 is
van die vroegere bloeitijd vrijwel niets bewaard gebleven. Alleen de
oude vuurtoren staat er nog.
|
|
|
|
Die toren, met zijn nogal merkwaardige uiterlijk, is
meteen de opvallendste blikvanger van het stadje. Hij
hoorde oorspronkelijk bij een driebeukige, aan St.
Willibrordus gewijde kerk die rond 1470 werd gebouwd. In 1818 werd
de vijftig meter hoge toren
omgebouwd tot een vuurtoren door de torenspits te verwijderen en
er een lichthuis op te plaatsen. Het schip van de kerk
werd in 1831 door brand verwoest en daarna niet meer
herbouwd. |
|
 |
|
|
<
klik op een foto om te vergroten |
|
 |
|
De andere blikvanger van het dorp is de zeedijk, uit de
aardrijkskundelessen op de basisschool bekend als de 'Westkappelse
Zeewering'. Dit is een van de twee plaatsen langs de
Nederlandse kust waar de duinenrij onderbroken is en
een dijk moest worden gebouwd om het land te beschermen
(de andere is de 'Hondsbossche Zeewering' bij Petten in
Noord-Holland). De eerste dijk hier werd al in de 15e
eeuw gebouwd om de afkalvende duinen te versterken.
|
|
|
|
|
De ligging direct achter de dijk werd Westkapelle in
1944 noodlottig. Op 3 en 29 oktober bombardeerde de RAF
de dijk, met de bedoeling het land onder te laten lopen
en zo de Duitsers te verdrijven. Helaas werd daarbij het
dorp grotendeels verwoest. Op 1 november landden Britse
troepen bij Westkapelle en kon de bevrijding van
Walcheren beginnen. Ter nagedachtenis hieraan werd er
op de plaats van de bres een Sherman tank op de zeedijk geplaatst. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Achter de zeedijk ligt een kreek, die ontstond als
gevolg van de bombardementen van oktober 1944. Het door
de bres in de dijk binnenstromende water schuurde hier
een metersdiepe geul uit. Toen een jaar later het gat
was gedicht en het eiland weer was drooggelegd bleef
hier water in staan. Rond deze kreek heeft zich een
waardevol natuurgebied ontwikkeld, zodat het bombardement
tenslotte toch ook nog iets goeds teweeg heeft gebracht. |
|
|
|
|
Van Westkapelle rijd ik via de weg bovenop de zeedijk naar het een
paar kilometer verderop gelegen stadje Domburg. Met enige fantasie
kunnen we dit de oudste plaats op Walcheren noemen, want hier lag
kort na het begin van onze jaartelling al een Romeinse
handelsnederzetting. In 1647 kwamen na een zware storm de resten van
een aan de godin Nehalennia gewijde tempel vanonder het duinzand
tevoorschijn. Waarschijnlijk is die tempel aan het eind van de derde
eeuw, toen hevige overstromingen het deltagebied teisterden, door de
zee verzwolgen. Ook werden er stenen altaren gevonden, die destijds
door kooplieden aan de godin opgedragen werden uit dankbaarheid voor
een behouden overtocht.
Hoe deze Romeinse nederzetting heette is helaas niet bewaard
gebleven. De naam Domburg is in elk geval veel later ontstaan,
vermoedelijk pas in de negende eeuw toen hier, net als op veel
andere plaatsen langs de Noordzeekust, een burcht werd gebouwd om
zich te kunnen verdedigen tegen de regelmatig binnenvallende
Vikingen. De naam van deze burcht, Duinburg, werd later verbasterd
tot Domburg. In 1223 verleende graaf Floris IV van Holland aan Domburg
stadsrechten, hetgeen het belang van de plaats in de regio
onderstreept.
Lange tijd vormden visserij en handel Domburg's belangrijkste
middelen van bestaan, maar al in de zeventiende eeuw begon het
stadje ook in trek te raken als badplaats. Het waren toen
voornamelijk dagjesmensen uit Middelburg die werden aangetrokken
door zee, strand en duinen. In 1834 begon het toerisme pas echt goed
op gang te komen en werd het eerste badpaviljoen gebouwd.
In 1885
vestigde Dr. Johann Georg Mezger zich in Domburg, een arts die
naam maakte omdat hij als een van de eersten gebruik maakte van fysiotherapie
als
behandelingstechniek. Onder zijn clientèle bevonden zich nogal wat
personen van koninklijke en adellijke bloede en velen van hen
bezochten 'de dokter met de gouden duimen' zoals zijn bijnaam luidde
in Domburg, om daar een behandeling te combineren met een aangenaam
verblijf in de frisse en gezonde zeelucht. Dr. Mezger bracht een stroom beroemde gasten op gang die Domburg tot
een ontmoetingsplaats voor de groten van Europa maakten.
|
|
|
|
Onder hen koning Gustaaf V van Zweden, tsarina Maria Feodorovna van Rusland,
koningin Elisabeth van Roemenië en keizerin Sissi van Oostenrijk. In
hun kielzog volgden kunstenaars die, aangetrokken door
het inspirerende kunstklimaat dat door deze
kunstminnende en vermogende gasten geschapen werd, in
Domburg woonden en werkten. Daarbij waren beroemde namen
als Piet Mondriaan, Jan en Charley Toorop en Ferdinand
Hart Nibbrig. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Het middelpunt van het sociale en culturele leven was
het in 1889 gebouwde Badpaviljoen. Het had een ruime
concertzaal, een biljartzaal, leeskamer, een speciale
damessalon en veranda's aan land- en zeezijde. Hier
werden concerten, exposities, bals en voordrachten
georganiseerd. Het karakteristieke gebouw met zijn
voorname uitstraling verkeerde jarenlang in een zeer
slechte staat, maar wordt nu gelukkig grondig gerestaureerd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Ik verlaat Domburg in noordelijke richting en langs de weg naar
Oostkapelle passeer ik het kasteel 'Westhove', prachtig gelegen in
een park net buiten het stadje. Het is ergens in de 13e eeuw gebouwd
en werd recentelijk volledig gerestaureerd. Het herbergt nu een
hostel van de StayOK keten, die eenvoudige maar goede accommodatie
biedt voor een redelijke prijs. In een van de bijgebouwen is
tegenwoordig het Zeeuws Biologisch Museum gevestigd. |
|
 |
|
|
|
|
Via Oostkapelle rij ik naar Vrouwenpolder
op de noordpunt van het eiland. Hier begint de Veerse Dam, die sinds
1961 het Veerse Gat afsluit en Walcheren met Noord-Beveland
verbindt. Aan de zeezijde heeft zich in de loop van de jaren een
mooi breed strand gevormd, maar vanaf de verkeersweg die over de dam
loopt wordt dat aan het oog onttrokken door een met helmgras
begroeid talud als een soort van kunstmatig duin, zodat het lijkt op
een voortzetting van de bestaande kustlijn. Je hebt dan ook niet
echt het idee dat je naar een ander eiland rijdt. |
|
|
|
 |
|
|
|
Vanaf hier is het maar vijf kilometer langs het Veerse Meer naar
Veere, een van de hoogtepunten van Walcheren. Het is een stadje waar
een nog zichtbaar groots verleden, hedendaagse gezelligheid en de
nabijheid van het altijd boeiende water op een aangename manier hand
in hand gaan. Natuurlijk is er met de afsluiting van het Veerse Gat
in 1961 veel verloren gegaan. De band met de zee, de zoute zeelucht
die je kon opsnuiven aan de haven, de belofte van onbekende verten
achter de horizon als je het Gat uit was, de drukte rond de
vissersvloot in de haven, het is allemaal verleden tijd geworden.
|
|
|
"Voor joker"
De uitvoering van de Deltawerken in de jaren 60 en 70 van
de vorige eeuw maakte bij de gemiddelde Nederlander
gevoelens van nationale trots en euforie los. Maar er
waren ook wel kritische geluiden te horen. In 1962 zong
de troubadour Jaap Fischer in zijn ballade "Het Veerse
Gat" over de haven van Veere die er nu na de afsluiting
"voor joker" lag en over de knieval van de eens zo
trotse stad voor het geld van de (Duitse) toeristen. En
passant nam hij ook nog eens de veelal in Delft
afgestudeerde waterbouwkundigen die het Deltaplan
ontwierpen op de hak. Klik hieronder voor de
tekst en voor de
muziek van "Het Veerse
Gat".
|
|
|
 |
|
Ervoor in de plaats kwam de watersport. Vandaag de dag
ligt de haven van Veere vol met plezierboten en dure
jachten, opvallend vaak met een Duitse vlag op de
achtersteven. Net als vroeger, toen de VOC-schepen
terugkeerden uit het verre Oosten en hier voor anker gingen om hun meegebrachte rijkdommen te
lossen, zorgt ook nu het water weer voor bedrijvigheid
en welvaart in de stad. De haven ligt dus er dus zeker niet
"voor joker"! |
|
|
|
Mijn wandeling door Veere begint op de Kaai langs de haven, waar de
voorname gevels van de monumentale huizen getuigen van het rijke
verleden van de stad. De meest opvallende zijn de twee naast elkaar
gelegen 'Schotse Huizen', die rond 1540 werden gebouwd in opdracht
van de Schotse koopman Joos Oliviers. In die tijd onderhield Veere
levendige handelscontacten met Schotland en had zelfs het
stapelrecht voor alle Schotse goederen, vooral wol. Dat hield in dat
deze goederen alleen via Veere ingevoerd mochten worden. De huizen,
genaamd 'Het Lammetje' op nr. 26 en 'De Struys' op nr. 27 waren
geruime tijd in gebruik als een soort van thuishaven voor de in
Nederland verblijvende Schotse zeelui en kooplieden. Er is nu een
museum in gevestigd.
Aan het eind van de Kaai, aan de haveningang, staat de Campveerse
toren, gebouwd rond 1500. De naam verwijst naar de veerdienst naar
Campen op Noord-Beveland, het tegenwoordige Kamperland. De toren was
oorspronkelijk een onderdeel van de verdedigingsgordel rond de stad,
maar werd ook gebruikt als stadsherberg waar hoge gasten werden
ontvangen, onder wie Willem van Oranje in 1575. Vandaag de dag is
het een van de oudste nog bestaande herbergen in Nederland ("Een
toren met een restaurant...").
|
|
|
|
|
|
|
Direct achter de Kaai ligt de Markt met zijn gezellige terrassen
waar het, zeker op een mooie dag als vandaag, goed toeven is.
Nippend aan een drankje kun je hier genieten van het uitzicht op
het werkelijk schitterende Stadhuis, een van de architectonische hoogtepunten
van het stadje. Het werd tussen 1474 en 1477 gebouwd onder leiding
van de Vlaamse bouwmeester Evert Spoorwater. De elegante toren, in
renaissancestijl en bekroond met een zeilschip als windwijzer,
dateert uit 1591.
Vanaf de Markt loop je via de Kerkstraat naar een mooi groen hofje
waar een standbeeld staat van de dichter Adriaen Valerius. Hij
leefde van 1575 tot 1625 en was in Veere onder andere werkzaam als
notaris. Hij schreef een aantal gedichten over de opstand tegen de
Spanjaarden die kort na zijn dood, voorzien van muziek die veelal
afkomstig was van toentertijd bekende melodieën, in een
liederenbundel verzameld werden. Dit boek, "De Neder-landtsche
Gedenck-clanck" genaamd, maakt nu deel uit van het nationaal
erfgoed.
Zo elegant als de toren van het Stadhuis is, zo plomp is die van de
Grote Kerk. Het oudste gedeelte van het kerkgebouw dateert al uit
1332 en in de daarop volgende eeuwen werd de kerk diverse malen
uitgebreid. De huidige vorm en omvang werd omstreeks 1521 bereikt.
Dat de toren zo'n plompe indruk maakt komt omdat hij nooit werd
afgebouwd. Volgens de oorspronkelijke plannen had hij ruim 100 meter
hoog moeten worden, maar zoals wel vaker gebeurt raakte het geld op
en bleef de bouw op 52 meter steken. De toren kan beklommen worden
en het uitzicht over de stad en een deel van Walcheren is zeker de
moeite waard.
Van de kerk is alleen het oudste gedeelte, dat de 'Kleine Kerk'
genoemd wordt, nog daadwerkelijk als kerkruimte in gebruik. De Grote
Kerk is in de loop der eeuwen voor allerlei doeleinden gebruikt,
onder andere als pakhuis, als militair hospitaal en als kazerne. In
1975 heeft het gebouw een culturele bestemming gekregen en worden er
hier voorstellingen en exposities georganiseerd. Interessant is
verder nog de terzijde van de kerk gelegen cisterne uit 1543, gevolg
van een belofte die al in 1502 door de Heer van Veere was gedaan aan
de Schotse kooplieden in de stad, om voor hun gerief een waterput te
bouwen. Deze put wordt gevoed met het regenwater dat op het dak van
de Grote Kerk valt en dat via buizen en een systeem van gemetselde
filters in de vergaarbak terecht komt.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Veere is een aangename plaats om te verblijven en het kost me dan
ook wat moeite om er afscheid van te nemen. Maar er zijn meer
plaatsen op Walcheren die een bezoek meer dan waard zijn en een
daarvan is mijn volgende bestemming, Middelburg. Met ongeveer 46.500
inwoners is het niet alleen de grootste stad op het eiland, het is
tevens de hoofdstad van de hele provincie Zeeland. Dat is goed te
merken; het is er veel drukker dan in Veere en het kost de nodige
moeite een parkeerplaats voor mijn auto te vinden.
Ook Middelburg is een stad met een rijk verleden. De naam verwijst
naar een ringwalburg, die hier al halverwege de negende eeuw gebouwd
werd ter verdediging tegen de in die tijd regelmatig voorkomende
invallen van de Vikingen. In 1123 stichten Norbertijner monniken uit
Vlaanderen een klooster binnen de burg, dat later zou uitgroeien tot
een abdij. Middelburg kreeg in 1217 als eerste stad in Zeeland
stadsrechten. De stad had toen via het Sloe nog een verbinding met
de open zee en ontwikkelde zich tot een welvarende havenplaats.
Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog koos Middelburg
aanvankelijk de kant van de Spanjaarden, maar in 1574 moest de stad
zich, na een lang beleg, overgeven aan de opstandelingen onder
Willem van Oranje.
Hierna brak voor Middelburg de Gouden Eeuw aan. De stad werd, na
Amsterdam, het belangrijkste steunpunt van de VOC die er ook kantoor
hield. Schepen uit alle delen van de wereld deden de haven aan. Uit
deze periode dateren veel van de monumenten in de stad. Maar tegen
het eind van de zeventiende eeuw had Amsterdam Middelburg
overvleugeld. Het Sloe verzandde waardoor de haven niet meer
bereikbaar was voor grote schepen. Het luidde een periode van
neergang in, waaraan pas in 1872 een einde kwam toen de
spoorverbinding naar Bergen op Zoom en het Kanaal door Walcheren
gereedkwamen.
|
|
|
De
vlag van Walcheren
De vlag van Walcheren bestaat niet, want op geen enkel
moment in de geschiedenis is het eiland een
samenhangende bestuurlijke eenheid geweest. De kans dat
dat in de toekomst nog eens zal gebeuren is gering;
daarvoor zijn de huidige drie fusiegemeenten Middelburg,
Vlissingen en Veere te groot. |
|
|
 |
|
De skyline van de stad wordt gedomineerd door de 'Lange Jan', de
elegante, 90 meter hoge toren die deel uitmaakt van het
abdijcomplex. De toren werd gebouwd in de vijftiende eeuw maar werd
enkele malen door brand verwoest, o.a. in 1568, in 1712 en voor het
laatst in 1940. Tijdens de Duitse inval van mei van dat jaar kwam
Middelburg in de vuurlinie te liggen en werd het stadscentrum door
artillerievuur grotendeels verwoest. |
|
|
|
|
Het abdijcomplex is het oudste gedeelte van de stad, al is er
van de oorspronkelijke gebouwen uit de twaalfde eeuw nog nauwelijks
iets over. Na een verwoestende brand in 1492 werd het hele complex
herbouwd en vervolgens uitgebreid, tot het een kwart van de hele
burg besloeg. De abdij had grote invloed op het geestelijk en
wereldlijk leven in de stad. Zij was grootgrondbezitter en had grote
belangen bij de waterbeheersing op het eiland. De graaf logeerde
hier tijdens zijn bezoeken aan het eiland en vergaderde met de
edelen, de geestelijkheid en vertegenwoordigers van de steden. De
abt vertegenwoordigde formeel de geestelijkheid in het gewestelijk bestuur
van Zeeland.
Maar toen in 1574 Middelburg zich tenslotte aansloot bij de opstand
tegen Spanje werden de kloosterlingen gedwongen te vertrekken uit de
abdij. In het complex werden toen het gewestelijk bestuur, de
Zeeuwse Munt en een kanonnengieterij gehuisvest. De abdijkerken
werden vanaf toen nog uitsluitend gebruikt voor de protestantse
eredienst. Na de verwoesting tijdens de Tweede Wereldoorlog is het
complex herbouwd en in 1960 weer in gebruik genomen. Tegenwoordig
zijn er, behalve het provinciaal bestuur, ook het Zeeuws Museum en
een restaurant gehuisvest.
|
|
|
|
|
|
|
|
Aan de Markt vinden we het schitterende laatgotische Stadhuis,
gebouwd tussen 1452 en 1460 onder leiding van de Vlaamse bouwmeester
Andries Keldermans. Het ontwerp is gebaseerd op het Stadhuis van
Brussel, maar dan op kleinere schaal. De toren werd gebouwd tussen
1507 en 1513 en in de 17e en 18e eeuw werd het verder uitgebreid en
verfraaid. Ook het Stadhuis werd tijdens het Duitse
artilleriebombardement van 17 mei 1940 zwaar beschadigd maar is
daarna prachtig gerestaureerd. Sinds de bouw van een nieuw
Stadskantoor buiten het centrum van de stad fungeert het niet meer
als stadhuis. Er is nu de Roosevelt Academy, een dependance van de
Universiteit van Utrecht, in gevestigd.
In het attractiepark 'Miniatuur Walcheren', dat ook in het centrum
van de stad te vinden is, heeft men in een fraaie tuin het hele
eiland Walcheren op een schaal 1:20 nagebouwd. Het valt me wat
tegen, want het blijkt niet een exacte replica van het eiland te
zijn. Alleen van de belangrijkste gebouwen in de steden en dorpen
zijn schaalmodellen aanwezig. Ik had me verheugd op een schaal 1:20
model van 'Miniatuur Walcheren', met daarin modelletjes op een
schaal 1:400, o.a. ook weer van 'Miniatuur Walcheren' enzovoorts.
Dat zit er helaas niet in!
|
|
|
|
Je raakt niet snel uitgekeken in deze stad, die met ruim 1200
monumenten op de vijfde plaats staat van alle steden in Nederland
qua aantal geregistreerde monumenten. Doordat vrijwel het gehele
historische centrum na de verwoestingen van de oorlog moest worden
herbouwd ziet het er nu allemaal bijzonder gaaf en compleet uit.
Kortom, Middelburg is een stad die veel meer verdient dan een
bezoekje van een paar uurtjes om de sfeer op te snuiven. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Maar ik moet verder, want voor vandaag staat ook Vlissingen nog op
het programma en de middag is al flink gevorderd. Gelukkig ligt de
tweede stad van het eiland -met ruim 45.000 inwoners net even
kleiner dan Middelburg- op nauwelijks een kwartier met de auto. Dat
is een voordeel van Walcheren: de afstanden zijn veel kleiner dan
bijvoorbeeld op Zuid-Beveland, zodat je hier niet zoveel tijd kwijt
bent met reizen.
Vlissingen is anders dan Middelburg. Het is een echte maritieme
stad, met zijn havens en zijn boulevards. Als je hier een tijdje
rondgelopen hebt kun je het zout op je lippen proeven. De
geschiedenis van Vlissingen is altijd nauw met de zee verbonden
geweest. Al in de zevende eeuw is er hier al sprake van een klein
vissersdorpje met de naam Vlissingen. Een naam trouwens waarvan de
herkomst onduidelijk is. Er zijn verschillende theorieën over, de
een nog meer vergezocht dan de ander.
|
|
|
De naam Vlissingen
De meeste theorieën over de herkomst van de naam
Vlissingen gaan uit van een verband met het woord fles.
Een daarvan verhaalt van de missionaris Willibrordus,
die hier in de zevende eeuw aan land kwam en de lokale
bewoners te drinken gaf uit een wonderbaarlijke fles die
nooit leeg raakte. Zeker is dat er in het wapen van de
stad een fles staat. Zeker is ook dat
Vlissingen op zijn beurt zijn naam schonk aan een klein
dorpje vlakbij de Hollandse nederzetting Nieuw
Amsterdam, het latere New York. Die naam werd later verbasterd tot Flushing, tegenwoordig
een deel van de New Yorkse wijk Queens. Vooral bekend van het
tennispark Flushing Meadows dat hier ligt en waar elk jaar de US
Open wordt gespeeld. |
|
|
 |
|
Nauw met de zee verbonden is ook de beroemdste inwoner die
Vlissingen ooit heeft voortgebracht, de zeeheld Michiel de Ruyter.
Hij heeft een standbeeld gekregen op een
prominente plaats aan de haven. Zijn overwinning die het meest tot de verbeelding
spreekt behaalde hij in 1667, toen hij de Theems
opvoer en de Engelse vloot bij Chatham
vernietigde, waarbij hij bovendien het Engelse vlaggenschip 'HMS Royal Charles'
wist buit te maken. |
|
|
|
|
|
|
|
Het beeld van de beroemde admiraal staat aan de Koopmanshaven,
tegenwoordig de uitvalsbasis voor Scheldeloodsboten. Hier stappen de
Nederlandse en Belgische loodsen op om naar de binnenkomende schepen
te worden gebracht die ze veilig over de verraderlijke Westerschelde
naar Antwerpen moeten begeleiden. De loodsen die in de Belgische haven
aan boord van de uitgaande schepen zijn gestapt komen hier weer aan
land. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
De scheepsbewegingen en de beloodsing op de rede van Vlissingen,
vlak voor de boulevards, vormen een schouwspel dat nooit verveelt.
Je zit er als het ware met je neus bovenop. De maritieme sfeer van
de stad wordt benadrukt door de bedrijvigheid van de havens, de
scheepsbedrijven en de jachten in de middeleeuwse Vissershaven, de
Zeevaartschool -die natuurlijk de naam 'De Ruyter' draagt, het
Arsenaal en het Zeeuws Maritiem muZEEum. |
|
|
|
|
Vlissingen is een moderne stad met een historische kern. Ondanks het
feit dat de stad door de eeuwen heen vanwege zijn strategische
ligging vele malen het doelwit was bij gewapende conflicten, waarbij
vaak zware vernielingen werden aangericht, bezit het toch zo'n 300
geregistreerde monumenten; lang niet zoveel als Middelburg
natuurlijk, maar genoeg voor een plaatsje in de top-50 van
Nederlandse monumentensteden.
Maar niet alles is herbouwd of gerestaureerd. Na afloop van de
Tweede Wereldoorlog, waarin Vlissingen vaker het doelwit van
bombardementen en beschietingen was dan welke andere Nederlandse
stad dan ook, zijn er met name aan de westkant oude, zwaar
beschadigde woonwijken
afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Hier vinden we nu de ruime
boulevards langs de zee, waar de hotels zich aaneenrijgen en de stad
zelfs een wat mondain tintje geven.
|
|
|
 |
|
|
|
Slenterend langs de boulevards geniet ik van het uitzicht op de zee,
met de vrachtschepen en de zeiljachten die vlak onder de kust
langsvaren. Er ligt een sleepboot die voortdurend een dikke straal
water omhoog spuit, waarom is me niet duidelijk. Maar het is een
mooi gezicht, vooral als de zon met het vernevelde watergordijn gaat
spelen en er allerlei kleuren in tovert.
|
|
|
|
Dan is het tijd om mijn korte rondwandeling door Vlissingen te
besluiten en terug te keren naar het Bellamypark, waar ik begonnen
ben. Een mooi groen stadspark, dat begin twintigste eeuw ontstond
toen enkele van de oudste havens werden gedempt om ruimte te maken
voor nieuwe bebouwing. Het is nu een gezellig uitgaanscentrum
met veel restaurants en bars en de plaats waar allerlei
openluchtfestivals gehouden worden. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
In het park loop ik -bijna letterlijk- de naamgever ervan,
Jacobus Bellamy, tegen het lijf. Al is het dan niet in levende
lijve, want deze Vlissinger dichter en schrijver overleed in 1786 op
de leeftijd van slechts 28 jaar. Het is zijn levensgroot evenbeeld
in brons waar ik bijna tegenaan loop, want het staat midden op een
van de wandelpaden in het park. Peinzend staat naar naar boven te
kijken, alsof hij inspiratie zoekt in de boom waaronder hij staat. |
|
|
|
Klimtoren
Van de St. Jacobstoren wordt verteld dat Michiel de
Ruyter deze ooit als kind helemaal aan de buitenkant
beklommen heeft, om te bewijzen dat hij niet bang was en
vooral om aan te tonen dat hij mans genoeg was om in een
scheepsmast te klimmen, zo graag wilde de kleine Michiel
naar zee! Of het echt gebeurd is? Het is in elk geval
een mooi verhaal! |
|
|
Inmiddels loopt de dag ten einde en daarmee ook mijn eendaags rondje
Walcheren. Ik verlaat de stad aan de westkant en rij via de
populaire badplaats Zoutelande terug in de richting van Westkapelle,
waar ik mijn rondreis vanochtend begonnen ben.
Een klein uurtje later zit ik te genieten van een mooie zonsondergang
en van sliptong met frietjes en salade op het terras van het
strandpaviljoen Scheldezicht, even vóór Westkapelle. Het strand ziet
er hier heel anders uit dan bijvoorbeeld op de Waddeneilanden. Het
is minder breed maar de duinen zijn hier veel hoger, tot
over de vijftig meter. De duinenrij is hier echter maar smal en om
te voorkomen dat de zee eraan gaat knabbelen zijn er haaks op de
kust golfbrekers gebouwd, bestaande uit dubbele rijen houten palen. Verder
heb je de langsvarende zeeschepen, zo dicht onder de
kust dat je de bemanning aan dek kunt zien lopen. En je kunt hier
België zien, de flatgebouwen aan de boulevard van Knokke-Heist die glinsteren in de
laatste stralen van de ondergaande zon. Als het helder is zoals
vandaag zie je zelfs de kranen in de haven van Zeebrugge, nog een
eindje verderop.
Een bijzonder eiland, Walcheren, dat is het. Jammer alleen dat het
geen echt eiland meer is. Maar hier aan het strand is het 'eilandgevoel'
echter nog wel degelijk voelbaar. Ik kom hier zeker nog eens terug!
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Meer over Walcheren en aanverwante informatie
|
|
|
|
www.zeeland.nl
Officiële website van de Provincie Zeeland, waartoe
Walcheren behoort.
www.vvvzeeland.nl
Website van de VVV Zeeland.
www.middelburg.nl
Website van de Gemeente Middelburg.
www.touristshop.nl
Website van de Tourist Shop Middelburg met toeristische
informatie over Middelburg.
www.vlissingen.nl
Website van de Gemeente Vlissingen.
www.visitvlissingen.nl
Website van de Stichting Vlissingen Promotie met toeristische
informatie.
www.muzeeum.nl
Website van het Zeeuws Maritiem MuZEEum
www.veere.nl
Website van de Gemeente Veere.
www.veere-stad.nl
Website van de Stichting Promotie Veere over de historie van
Veere.
www.schotsehuizen.nl
Website van het Museum De Schotse Huizen in Veere
|
|
|
|
juni
2005
|
|
|
|
|
|