Eiland van vissers en zangers

Vissers vind je op elke kust. Geen plaats aan zee met een haven die toch minimaal wel een paar vissers onder zijn bevolking heeft. Dat geldt dus zeker voor de eilanden die op deze site beschreven worden. Maar van al die eilanden is er niet één waarvan de geschiedenis zo onlosmakelijk is verbonden met de visserij als Urk. 

Dat was al zo toen het nog een echt eiland was. Maar waar de visserij in de meeste andere plaatsen in het Zuiderzeegebied na het voltooien van de Afsluitdijk in 1932 wegkwijnde en vaak helemaal verdween bleven de Urkers gewoon doorvissen. Ze konden niet anders; het vissen zit hen nu eenmaal in het bloed. En zo kon het gebeuren dat Urk vandaag de dag nog altijd het belangrijkste visserijcentrum van West-Europa is, met de grootste vissersvloot. En dat terwijl het al ruim zeventig jaar niet eens meer aan open zee ligt!

Het harde en gevaarlijke vissersbestaan heeft in de loop der jaren hier een hechte, gesloten gemeenschap doen ontstaan, waarin het geloof een belangrijke rol speelt. Op een bevolking van een kleine 17.000 zielen telt Urk niet minder dan negentien kerken. 

Die verbondenheid met de zee en met het geloof hebben bijgedragen tot het ontstaan van een traditie op het gebied van de koorzang. Dat vinden we ook wel op andere plaatsen rond de voormalige Zuiderzee, maar nergens zo sterk als hier. De 'Urker Zangers' en het 'Urker Mannenkoor Hallelujah' zijn gevestigde namen op dit gebied. Dat in het repertoire een belangrijke plaats is ingeruimd voor het geestelijk lied spreekt vanzelf.

Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek




Een bekende geschiedenis

De geschiedenis van Urk is nauw verbonden met die van de andere Zuiderzee-eilanden als Marken en vooral het nabijgelegen Schokland, waarmee het lange tijd één geheel vormde. Toch is er een belangrijk verschil. Urk is een natuurlijke verhoging in het landschap, een heuvel van keileem die tijdens de voorlaatste IJstijd, zo'n 130.000 jaar geleden, door de arctische gletsjers werd opgestuwd, terwijl die andere eilanden plat zijn. Wat dat betreft lijkt Urk meer op Wieringen, hoewel het veel kleiner is.

Rond het begin van onze jaartelling lag Urk als een duidelijk herkenbare, droge heuvel in het drassige veenlandschap rond het meer Flevo, later Almere genoemd, een zoetwatermeer dat in de loop van de tijd door inklinking van de bodem en door ontginning van het veen steeds groter werd. Zware stormen in de twaalfde en dertiende eeuw deden de zoute zee naar binnen stromen en sloegen veel van het land in het gebied weg. Zo werd het Almere tot Zuiderzee en werden Urk, Marken, Schokland en ook Wieringen eilanden.

Door zijn hoge ligging is Urk door de eeuwen heen een toevluchtsoord voor zijn omgeving geweest. Al in de tiende eeuw was er sprake van permanente bewoning, zoals blijkt uit een document uit 966 waarin het eiland wordt vermeld als zijnde het eigendom van twee kloosters. In de dertiende eeuw kwam Urk in het bezit van de graven van Holland en nadat het eiland nadien nog enkele keren van eigenaar was gewisseld kwam het in 1660 onder bestuur van Amsterdam.

De Amsterdamse belangstelling voor Urk was niet verwonderlijk. Het eiland was strategisch gelegen aan de druk bevaren scheepvaartroutes over de Zuiderzee. Het bezit van het eiland, waarop Amsterdam al in 1615 een vuurbaak had opgericht, gaf de stad een belangrijk voordeel in de concurrentiestrijd met andere Zuiderzeehavens zoals Enkhuizen, Hoorn en Medemblik. 

Urk bleef tot 1792 bij Amsterdam behoren. In 1814, toen aan de Franse bezetting een eind was gekomen, werd het een zelfstandige gemeente, ingedeeld bij de provincie Noord-Holland. Pas in 1950 kwam een einde aan de langdurige relatie van Urk met het Hollandse; de reeds in 1942 drooggevallen Noordoostpolder inclusief de gemeente Urk werd toen aan de provincie Overijssel toebedeeld. Tijdelijk slechts, want op 1 januari 1986 werd het voormalige eiland een deel van de nieuw opgerichte provincie Flevoland. 

Urk
enkele cijfers


Lengte 2,2 km, 
breedte 0,9 km, 
oppervlakte ca. 0,8 km², 
hoogste punt +12 m NAP
inwoners: 16.900.

 




Urk en de Zuiderzeewerken

Voor Urk kwam er een paar jaar eerder een einde aan het eilandbestaan dan voor het zustereiland Schokland. Dat kwam omdat de plannenmakers van Rijkswaterstaat het eiland als het ware hadden opgenomen in de dijk van de aan te leggen Noordoostpolder. Toen de noordelijke tak van die dijk, die Urk verbond met Lemmer op de Friese kust, op 3 oktober 1939 werd gesloten was het officieel eiland af. Het jaar daarop werd ook de zuidelijke dijk voltooid en kon het droogpompen van de polder beginnen. Schokland, nu weliswaar helemaal omsloten door de polderdijk, was toen feitelijk nog steeds een eiland. Dat duurde nog tot 9 september 1942, de dag dat de Noordoostpolder officieel droogviel.

Ook na de inpoldering bleef Urk dus, in tegenstelling tot Schokland, nog wel aan zee liggen. De gevolgen van de Zuiderzeewerken voor het leven op het eiland waren daardoor echter niet minder ingrijpend. De voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 maakte al snel een einde aan de zeevisserij in de Zuiderzee, het belangrijkste bestaansmiddel van de bevolking op Urk. Maar de Urker vissers legden zich daar niet bij neer en verlegden hun werkterrein naar de Noordzee om te kunnen blijven vissen. En ze wisten te overleven.

In eerste instantie bleven de vissers hun thuishaven op Urk trouw. Maar vandaag de dag is vaartijd te kostbaar om telkens de lange tocht van de Noordzee, via de sluizen in de Afsluitdijk bij Den Oever en dan over het IJsselmeer naar het eiland, te maken. Bovendien zijn de schepen in de loop van de tijd steeds groter geworden, zodat ze de thuishaven nog maar moeilijk kunnen bereiken. De Urker vissersvloot brengt daarom zijn vangsten nu in Noordzeehavens als IJmuiden en Lauwersoog aan land. De vis gaat echter nog steeds naar de afslag op Urk, al is het dan tegenwoordig per vrachtauto. De nieuwe Urker visafslag vind je dan ook niet meer aan de haven, maar ergens midden op het industrieterrein.

Klik om te vergroten
Urk ontbreekt (gedeeltelijk) in de 'Digitale Maquette van Nederland' van TerraDesk en is op de satellietopnames van 
NLR / ESA
te klein om details te zien. In plaats daarvan daarom een luchtfoto van digitaalurk.nl

De afsluiting van de Zuiderzee bracht nog meer ongerief met zich mee. Het zoute water werd langzamerhand brak en daarna zoet en dat leidde, vooral de eerste jaren na de afsluiting, 's zomers tot onafzienbare zwermen muggen, soms zo dicht dat de auto's er voor moesten stoppen. Daarna kwamen er massa's grote spinnen, die op die muggen afkwamen. Uiteindelijk werden de muggen- en spinnenplagen bestreden door het uitzetten van karpers in het IJsselmeer, die de muggenlarven opaten.

Natuurlijk waren er ook positieve gevolgen. Urk bestaat in feite uit twee delen, de hooggelegen 'berg' en een lager gelegen weiland, dat vóór de bouw van de Afsluitdijk regelmatig overstroomd werd. Na de inpoldering gebeurde dat niet meer en kwam deze ruimte beschikbaar voor bebouwing. Dat was goed nieuws, gezien de chronische ruimtenood op het eiland. Inmiddels is het weiland helemaal volgebouwd en heeft de bebouwing de grenzen van het oorspronkelijke eiland overschreden, tot op de bodem van de voormalige Zuiderzee. Dat heeft wel tot gevolg dat er op Urk nauwelijks groen is overgebleven. Voor een beetje natuur moeten de Urkers dus de polder in, naar het Urkerbos bijvoorbeeld, dat juist ten noorden van het voormalige eiland is aangelegd.


Ter vergelijking: een luchtfoto van Urk in 1932, toen het nog (net) een eiland was. Het onbebouwde, laaggelegen grasland is duidelijk te zien.
(bron: digitaalurk.nl).




Een rondwandeling op Urk

De meeste bezoekers komen vandaag de dag per auto naar Urk, hoewel er ook een bootdienst is die het eiland met Enkhuizen, aan de overkant van het IJsselmeer, verbindt. Die is echter voornamelijk van toeristische betekenis en vaart zo vroeg in het seizoen - het is half mei als ik het eiland bezoek - nog niet. Jammer, want met de auto is de aankomst op Urk weinig spectaculair. 

Als je vanaf de snelweg A6 de afrit 13 richting Urk hebt genomen is er niets dat erop wijst dat je een eiland nadert. Aan je linkerhand zie je de dijk van de Noordoostpolder steeds dichterbij komen en rechts strekt zich een industrieterrein uit, zoals er bij elke willekeurige plaats wel te vinden is. 'Domineesweg' heet het hier, wel toepasselijk. Een stukje omhoog, langs het gemaal 'Vissering', over de ophaalbrug van de Urkervaart en vóór je er erg in hebt ben je er. Ik volg de richtingborden naar de havens en parkeer op het enorme, bijna lege parkeerterrein bij de IJsselmeer-visafslag. 

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

< klik op een foto om te vergroten


Het valt direct op dat Urk een zeer bedrijvig plaatsje is. Langs de kades van de Werkhaven en op de werven wordt gelast, geboord, geschuurd, gehamerd en geverfd, kortom hard gewerkt aan diverse vissersschepen. Dit zijn niet de vissersbootjes van de romantische, toeristische plaatjes, maar forse zeewaardige schuiten. Het gebutste staal en de gehavende verflaag bewijzen dat deze schepen onder harde omstandigheden hun geld moeten verdienen. De panden langs de kade dragen opschriften als "Oliehandel", "Machineonderdelen" of "Scheepsbenodigdheden", in plaats van "Souvenirs" of "Boutique". Nee, dit is geen vakantie-eiland. 

Via de Raadhuisstraat loop ik naar het VVV-kantoor om mijn wandelroute op te halen. De straat is feestelijk versierd, want binnenkort is de Visserijweek, een evenement dat eens per twee jaar gehouden wordt. Het programma vermeldt een groot aantal activiteiten op allerlei gebied, zoals een visserijbeurs, open dag op de visafslag, bezichtiging van diverse vissersschepen, een hardloopwedstrijd, optredens en nog veel meer.

Klik om te vergroten


Klik om te vergroten

De routebeschrijving van de VVV heeft als titel 'Een ginkiestocht', genoemd naar de 'ginkies', de smalle steegjes die in het oudste gedeelte van Urk veel voorkomen. Maar in eerste instantie voert de route langs de grote, gereformeerde Bethelkerk terug naar de haven, de Westhaven in dit geval. Het zijn meest plezierboten die hier afgemeerd liggen. Het is er nog rustig, want het seizoen is nog niet echt begonnen.


De Westhavenkade telt verscheidene cafés en restaurants met terrassen die uitkijken op het water. Hier moet het in de zomer goed toeven zijn. Vandaag is het echter nog uitgestorven. Aan het einde van de Westhaven ligt de oude scheepswerf, die in de negentiende eeuw met de hand uit de berg van Urk werd gegraven en die later werd ommuurd. De muur aan de westzijde werd opgemetseld door Belgische militairen die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog - Nederland was toen neutraal - verbleven. Er was toen namelijk op Urk een interneringskamp voor Belgische, Franse en Engelse officieren die in Nederland terechtgekomen waren. Op het geïsoleerde eiland, waar ze bovendien streng bewaakt werden, hadden ze weinig kans om te ontsnappen en naar de oorlog terug te keren.

De oude scheepswerf blijkt nog steeds in gebruik. Er liggen verschillende kleine vaartuigen op de hellingen, waaraan gewerkt wordt. Een reiger loopt vlak vóór de helling in het water van de haven heen en weer, alsof hij de baas van het spul is. De aanwezigheid van zo'n vogel benadrukt dat Urk vandaag de dag meer bij het land dan bij de zee hoort.

De vlag van Urk



De vlag van Urk toont een witte schelvis op een veld van blauw, omzoomd met banen van wit en rood. Dezelfde vis komt ook voor in het gemeentewapen. 

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten


Voorbij de scheepswerf wijk ik even van de VVV-route af om een kijkje te nemen aan het strand, aan de overkant van de Westhaven. Er lag hier van nature altijd al een smalle strook zand, gevormd in de luwte achter het havenhoofd, maar het strand is in latere jaren ten behoeve van de recreatie aanzienlijk vergroot. Op zomerse dagen is het hier een drukte van belang, maar vandaag is het nog veel te koud en is het strand leeg. De ijzeren frames voor de afvalzakken, keurig in het gelid als de grafstenen op een kerkhof, verlenen het toneel een wat desolate indruk. Maar vanaf hier heb je wel een prachtig uitzicht op de 'Kaap van Urk', met daar bovenop de vuurtoren. Dat is op Urk de plek waar het 'eilandgevoel' nog het meest tastbaar is blijven hangen.

Klik om te vergroten


Urk wordt vaak vergeleken met Marken en dat is ook niet verwonderlijk, want ze hebben veel gemeen. Hun ligging in de vroegere Zuiderzee, de visserij, de kleine huisjes aan de smalle straatjes die geen naam hebben maar hier op Urk Wijk 1, Wijk 2 enz. heten en op Marken Buurt 1, Buurt 2 enz., en natuurlijk de traditionele klederdrachten. Maar als ergens het verschil tussen beide eilanden tot uiting komt dan is het hier wel, bij de vuurtoren. Want waar  het beroemde 'Paard van Marken' als het ware met zijn voeten in het water staat, daar zien we de Urker vuurtoren op een heuse kaap staan die, 12 meter hoog, in zee uitsteekt. Wat een contrast met het platte Marken!

Een stenen trap leidt naar de voet van de bijna 19 meter hoge toren, die in 1844 werd gebouwd op de plaats van de vroegere vuurbaak. In 1920 kreeg hij elektrisch licht en in 1989 werd de bediening geautomatiseerd waardoor de lichtwachter overbodig werd, zoals helaas op ook op veel andere plaatsen gebeurde. 

Het uitzicht vanaf de kaap is op deze heldere meidag schitterend; naar het zuiden toe zie je de brug waarmee de A6 het Ketelmeer kruist, en daarachter zijn in Flevoland het windmolenpark en de energiecentrale van Lelystad zichtbaar. In noordelijke richting kijk je voorbij het Urkerbos naar de beboste kliffen van Gaasterland aan de Friese zuidkust. 

De Ommelebommelestién

Vlak vóór de kust van Urk, bij de vuurtoren, ligt een grote zwerfkei in zee die destijds door de arctische gletsjers vanuit Scandinavië hierheen werd gevoerd. Alleen bij laagwater is hij te zien. Volgens een oude Urkse legende komen hier de kindertjes vandaan. De aanstaande vader moest met een bootje naar deze steen roeien om daar  - tegen betaling - zijn spruit in ontvangst te nemen. Hij werd daarbij bijgestaan door een vroedvrouw. Voor een jongetje moest tweemaal zoveel worden betaald als voor een meisje! De kei werd plaatselijk bekend als de 'Ommelebommelestién'.

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten


Vanaf de vuurtoren loop ik via de Vuurtorenstraat (zo hoort het te zijn) naar het pleintje waaraan, verscholen tussen het groen, het 'Kerkje aan de Zee' ligt, het oudste kerkgebouw op Urk. Het werd gebouwd in 1786, of beter gezegd herbouwd, want het oorspronkelijke kerkje dat uit 1714 dateerde was zo bouwvallig geworden dat het moest worden gesloopt. Het wapen van Amsterdam boven de ingang, met de drie kruisen die staan voor Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig, getuigen van de nauwe banden van Urk met de hoofdstad in die tijd.

Slechts een paar stappen verwijderd van het Kerkje aan de Zee ligt het Vissersmonument, ter nagedachtenis aan de in de loop der tijden op zee omgekomen Urker vissers. Het is het beeld van een vissersvrouw, die vergeefs wacht op de terugkeer van man of zoon. Zij staat met haar rug naar de zee, de rok opbollend in de wind, en kijkt nog éénmaal achterom of ze misschien toch nog in aantocht zijn. Een indrukwekkend beeld, dat in 1968 werd onthuld door de toenmalige koningin Juliana.

Op panelen in de borstwering zijn de namen van omgekomen vissers gegraveerd, met de jaartallen en de leeftijden. Vaak lees je dezelfde namen op één plaquette. Geen wonder; op de visserschepen voeren vaders en zonen, broers en neven vaak samen en als er dan een schip verging werd zo'n familie zwaar getroffen. De laatst bijgeschreven namen hebben het jaartal 1999, een bewijs dat ook in recente tijden de zee zijn tol blijft eisen. Dat de slachtoffers blijven voortleven in de gedachten van de Urker bevolking bewijzen ook de bloemenkransen die, in het kader van de aanstaande Visserijweek, aan de voet van het beeld zijn gelegd.

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten


Het Vissersmonument staat op de uiterste noordpunt van Urk. Hier houdt het eiland op en begint de polder, die oorspronkelijk Urkerland zou gaan heten maar uiteindelijk de prozaïsche naam Noordoostpolder kreeg. Joost mag weten waarom. Het hoogteverschil met de polder is hier aanzienlijk, veel meer dan bij het meer recent gebouwde deel van Urk, waar het voormalige eiland bijna ongemerkt overgaat in de zeebodem. Een deel van de bebouwing heeft daar de eilandgrenzen zelfs overschreden.

Min of meer de VVV-route volgend dwaal ik door het oudste gedeelte van Urk, terug in de richting van de havens. Het valt me op dat veel van de historische pandjes fraai gerestaureerd zijn, terwijl andere er soms wat verwaarloosd en verpieterd uitzien. Ook staan er op sommige plaatsen hele nieuwe huisjes tussen, waardoor het geheel hier en daar een wat rommelige indruk maakt. 

Een indruk die wordt versterkt door de auto's die overal in de straatjes en op de pleintjes geparkeerd staan. Het is bijna onmogelijk een foto van een aardig straatje te maken zonder dat er auto's hinderlijk in de weg staan. Dat is nog een groot verschil met Marken, waar de auto's meestal op een van de parkeerterreinen worden achtergelaten. Marken maakt toch al een meer opgeruimde indruk, als een openluchtmuseum, terwijl Urk meer een plek is waar wordt geleefd en gewerkt. 

Klik om te vergroten

Uiteindelijk lukt het me toch een foto te maken zónder auto's. In een van de steegjes zie ik een oudere man en vrouw, zij bezig met het ophangen van de was, hij zittend op een stoel, genietend van het zonnetje. De traditionele rolverdeling! Jammer dat ze niet ook nog in de Urker klederdracht zijn. Maar als je die tegenwoordig nog wilt zien dan ben je aangewezen op speciale gelegenheden zoals de Urker Dag, de zaterdag voor Pinksteren.


Terug op de Westhavenkade loop ik restaurant 'De Zeebodem' binnen voor een kop koffie met een stuk kersenvlaai. Ik ben er de enige gast. "Vanmiddag wordt het wel drukker hoor" zegt de vriendelijke serveerster, bijna verontschuldigend. Met haar blonde krulletjes, blozende wangen en stevige postuur zou ze zó model hebben kunnen staan voor het beeld van het Vissersmonument.

De koffie en de vlaai zijn heerlijk, maar ik besluit de beloofde drukte niet af te wachten en vertrek. Als ik Urk verlaat zoals ik gekomen ben, langs het gemaal en de Domineesweg naar de A6, bedenk ik hoe anders het is om van hier te vertrekken dan van bijvoorbeeld Terschelling of Vlieland. Het gevoel dat je hebt bij het afscheid van een eiland zegt vaak veel over het karakter ervan. Urk, het dichtstbevolkte van alle eilanden die op deze site beschreven worden, heeft best veel te bieden, maar helaas heeft het van zijn 'eilandgevoel' veel verloren.

Klik om te vergroten




Meer over Urk en aanverwante informatie

www.urk.nl
Officiële website van de Gemeente Urk.

www.digitaalurk.nl
Website met vooral veel interessant fotomateriaal over Urk.

www.urkpromotie.nl
Website van de Stichting Urk Promotie, met informatie over geschiedenis, bezienswaardigheden en foto's van Urk.

museum.opurk.nl
Website van het Urker Museum 'Het Oude Raadhuis', met veel informatie over de geschiedenis van het eiland.

www.visserijweek.nl
Verslag van de viering van dit evenement in 2004, met foto's.

www.urkerdag.nl
Website over dit evenement op Paaszaterdag 29 mei 2004, met veel aandacht voor de traditionele Urker klederdracht.

www.urkerzangers.nl
Officiële website van het mannenkoor 'Urker Zangers'. 

www.noordoostpolder.nl
Officiële website van de Gemeente Noordoostpolder.

Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek


mei 2004