Nederland
in het klein
|
|
|
|
Texel,
het grootste van de Nederlandse Waddeneilanden, wordt wel eens
'Nederland in het klein' genoemd, omdat het de belangrijkste
kenmerken van ons land op een relatief klein gebied in zich
verenigt. Allereerst natuurlijk de Noordzeekust die, met zijn
brede stranden en duinenrijen, zo karakteristiek is voor
West-Nederland. Daarachter het weidse groene polderland tot aan de
horizon, met die prachtige Hollandse wolkenluchten erboven die
zoveel schilders hebben geïnspireerd.
Maar er zijn ook bollenvelden, bossen en zelfs een stukje
heuvelland dat een beetje aan Zuid-Limburg doet denken. En de
dorpen, elk met zijn eigen karakter: Den Burg als het drukke en
gezellige winkelhart van het eiland, De Koog als de mondaine
badplaats, het bedrijvige Oudeschild met zijn haven, de rustige,
landelijke dorpjes De Waal en Oosterend, Den Hoorn aan de rand
van de duinen en het afgelegen De Cocksdorp op de noordpunt. Ook
de minder aantrekkelijke elementen zijn aanwezig: Texel heeft
verkeerslichten en er staan zelfs wel eens files, 's zomers voor
de veerboot, als het toeristenseizoen op zijn hoogtepunt is.
Dat alles draagt ertoe bij dat op Texel het 'eilandgevoel'
misschien wat minder sterk is dan op de kleinere Waddeneilanden.
Temeer ook omdat die veel verder verwijderd zijn van het
vasteland. Het Marsdiep dat Texel scheidt van Noord-Holland is
maar zo'n vier kilometer breed en de grote dubbeldeks
rij-op-rij-af-veerboten doen de oversteek in nauwelijks twintig
minuten. Elk half uur, althans in het zomerseizoen; bijna alsof je
via een brug het eiland oprijdt! En tijdens de overtocht is het
vasteland nooit uit het zicht.
|
|
|
|
Insula Texla
|
|
|
|
Onder de Waddeneilanden, waartoe het eiland
algemeen gerekend wordt, neemt Texel een bijzondere plaats in.
Niet alleen vanwege zijn grootte -het is ontegenzeglijk het
grootste van de Waddeneilanden- of vanwege zijn bijzondere ligging,
op slechts een steenworp afstand van het Noord-Hollandse vasteland.
Maar vooral ook omdat de ontstaansgeschiedenis duidelijk verschilt
van die van de andere eilanden in de bekende reeks van Texel tot
Rottummeroog.
Natuurlijk maakt ook Texel deel uit van de voormalige strandwal, die
rond de twaalfde eeuw door stormen en overstromingen van het
vasteland gescheiden en uiteen geslagen werd, waardoor de Waddenzee
en huidige eilandenreeks ontstonden. Maar waar de andere eilanden
werden gevormd door wind en water en bestaan uit zand en duinen, in
latere jaren door de bewoners uitgebreid door bedijking van
kwelders, gaat de ontstaansgeschiedenis van Texel veel verder terug.
Tot in de prehistorie zelfs, om precies te zijn tot in het Saalien,
de voorlaatste ijstijd in onze regio, die duurde van 200.000 tot
130.000 vóór het begin van onze jaartelling.
Tijdens deze periode strekte het poolijs zich uit tot ongeveer
halverwege het huidige grondgebied van Nederland. Op diverse
plaatsen is dat nog duidelijk te zien aan de heuvelruggen, die door
de enorme kracht van de voortschuivende gletsjers werden opgestuwd.
Deze uit keileem bestaande hoogtes lagen sindsdien als markante
herkenningspunten in het vlakke en moerassige land en doorstonden de
tand des tijds, terwijl het omringende land onder invloed van wind
en water voortdurend veranderde. We vinden dergelijke hoogtes in
onder andere in Gaasterland in Zuid-West Friesland, op de
Zuiderzee-eilanden Wieringen en Urk en ook op Texel, in het gebied
dat de 'Hoge Berg' wordt genoemd en wordt begrensd door de dorpen
Den Burg, De Waal en Oudeschild.
Die naam pretendeert meer dan het in werkelijkheid is, want het gaat
hier om hoogteverschillen van slechts enkele meters. Toch zijn die
paar meters belangrijk, want ze betekenden eeuwenlang het verschil
tussen veiligheid en door de zee verzwolgen worden. Het is
dan ook geen toeval dat er hier op Texel veel eerder mensen woonden
dan op wat we nu als de andere Waddeneilanden kennen. Archeologische
vondsten toonden sporen van bewoning aan die dateren van ver vóór het begin van onze jaartelling.
Wat de ontstaansgeschiedenis betreft heeft Texel dan ook meer gemeen met
Wieringen dan met de andere Waddeneilanden. Want ook Wieringen ontstond
als gevolg van opstuwing door de arctische gletsjers en ook Wieringen kende al
heel vroeg menselijke bewoning. Tot de twaalfde eeuw vormden beide
eilanden zelfs één geheel. Aangenomen wordt dat in 1170, tijdens de
zogenoemde Allerheiligenvloed, de zee een bres tussen Texel
en Wieringen sloeg, het huidige Marsdiep.
|
|
|
Texel
-
enkele cijfers
Lengte 25 km,
max. breedte 10 km, oppervlakte ca. 170 km², hoogste
punt (het Loodsmansduin bij
Den Hoorn)
+24,3 m NAP,
inwoners: 13.750.
|
|
|
Het is niet bekend of er ooit Romeinen op Texel hebben gewoond. Er
is in elk geval nooit bewijs van gevonden. Rond het begin van onze
jaartelling beschouwden zij de rivier de Rijn min of meer als de
noordgrens van het Romeinse Rijk en ze waagden zich zelden in de
door barbaren bewoonde verraderlijke moerassen ten noorden daarvan.
Waarschijnlijk waren ze door expedities in het gebied wel op de
hoogte van het bestaan van het eiland, daar in vroegmiddeleeuwse
geschriften de naam 'Insula Texla' opduikt.
Zeker is wel dat het eiland in de Middeleeuwen, toen het nog één
geheel vormde met Wieringen en Vlieland, door Friezen werd bewoond
en dat het in de negende eeuw regelmatig door de Noormannen werd
bezocht. De vondst van Deense munten en sieraden bij Westerklief op
het huidige Wieringen lijkt zelfs te duiden op een min of meer
permanente vestiging van de Vikingen op het eiland. De Wieringers
zelf willen maar al te graag geloven dat de befaamde en gevreesde
Vikingleider Rorik hier ooit zijn hoofdkwartier had. Op het
grondgebied van het tegenwoordige Texel zijn dergelijke vondsten
nooit gedaan.
|
|
|
|
Terwijl andere Waddeneilanden als Terschelling en Ameland vanaf de
Middeleeuwen langdurig inzet waren van de machtsstrijd tussen
Holland en Friesland was Texel al vanaf eind dertiende eeuw
onbetwist Hollands gebied. Het was graaf Floris V die in 1289 de
hier aanwezige West-Friezen definitief onderwierp, hoewel het nog
vele jaren zou duren voordat het Hollandse bestuur hier effectief
gevestigd was.
Het luidde een lange periode van relatieve welvaart op Texel in, met
name omdat het eiland beschikte over een beschutte ankerplaats voor
zeeschepen. Al tegen het eind van de veertiende eeuw was de 'Rede
van Texel' een begrip. Het was de plaats waar de zeilschepen voor
anker gingen in afwachting van een gunstige wind om ze naar hun
bestemming te brengen. In de vijftiende en zestiende eeuw lagen die
bestemmingen vooral in het Oostzeegebied, maar na de oprichting van
de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1602 werd Texel het
startpunt voor vrijwel elke reis naar de Oost. In 1415 kreeg het
eiland stadsrechten en daarmee is Texel de qua oppervlakte grootste
stad van Nederland!
Texel werd ook de plaats waar de schepen het benodigde drinkwater
voor hun lange reis innamen. De waterputten van het eiland leverden
water van een bijzonder goede kwaliteit, dat vanwege het hoge
ijzergehalte zeer lang houdbaar was. Een groot voordeel, want de
reis naar Indië kon wel zes tot twaalf maanden duren. Het
drinkwater, vaak wel 100.000 liter per schip, werd in vaten met
kleine bootjes naar de schepen op de rede gebracht.
De bemanningen van de voor anker liggende schepen schepen
benutten deze laatste mogelijkheid om aan land te gaan maar al te
graag om nog één keer de bloemetjes flink buiten te zetten alvorens
zee te kiezen. En als de schepen op de terugweg op de rede voor
anker gingen, in afwachting van een gunstige wind voor het laatste
stukje naar de thuishaven, konden de matrozen nauwelijks wachten om
een voorschot op hun gage te gaan verbrassen aan vers voedsel, drank
en vrouwen in Oudeschild.
De aanwezigheid van al die schepen -regelmatig lagen er meer dan
honderd op de rede voor anker- trok ook allerlei ambachtslieden en
handelaars naar Oudeschild, van scheepstimmerlieden en touwslagers tot
barbiers, loodsen, herbergiers, handelaren in scheepsbenodigdheden,
prostituees en andere vage types. Daarnaast was het een geliefde
verzamelplaats voor zeelieden die nog een schip zochten om op aan te
monsteren, en voor kapiteins die nog op zoek waren naar matrozen. Kortom, Oudeschild was in
die tijd een echte havenplaats met alles wat daarbij hoort.
|
|
|
|
Texel in de 'Digitale Maquette van Nederland' van TerraDesk.
|
|
|
De bloeiperiode duurde tot ongeveer het einde van de achttiende
eeuw. Door veranderingen in de politieke en economische situatie
verminderden het belang en de invloed van de Republiek der
Nederlanden en het zwaartepunt van de wereldhandel had zich verplaatst naar met name Engeland. Toen in 1799 de VOC failliet ging
was het met de voorspoed op Texel gedaan. De haven van Oudeschild
verpauperde en de Texelaars gingen zich noodgedwongen meer toeleggen
op visserij, landbouw en vooral de schapenteelt. Tot op de dag van
vandaag is Texel bekend als hét schapeneiland van Nederland.
Om het voor landbouw bruikbare oppervlak te vergroten werd Texel
in de negentiende eeuw met diverse polders uitgebreid. Al in de
achttiende eeuw was een stuifdijk aangelegd naar het noordelijk van
Texel gelegen eilandje Eierland en in 1835 werd de hierdoor ontstane
kwelder bedijkt tot de Eierlandse polder. In 1846 volgde de polder
De Eendracht, in 1847 de Prins Hendrikpolder en in 1876 tenslotte de
polder Het Noorden, waarmee Texel ongeveer zijn huidige vorm en omvang
bereikte.
Vanaf het begin van de twintigste eeuw heeft het toerisme meer en
meer de landbouw en de visserij als belangrijkste bronnen van bestaan
op Texel verdrongen. Vooral het dorp De Koog was en is nog steeds de
belangrijkste badplaats. Het eerste hotel voor badgasten verrees
hier in 1907. Tegenwoordig komen er jaarlijks zo'n 900.000 toeristen
naar Texel, waarmee het verreweg het drukst bezochte Waddeneiland
is. In het hoogseizoen is het dan ook gezellig druk op Texel, wat
het eiland tot een populaire vakantiebestemming onder jongeren
maakt. Toch is het nooit overvol, wat mede te danken is aan het feit
dat de gemeente Texel de totale overnachtingcapaciteit op het
eiland heeft beperkt tot ca. 45.000 bedden.
|
|
|
De
vlag van Texel

De Texelse vlag bestaat tenminste al sinds 1705. De
kleuren kwamen ook voor op een wapenschild dat boven de
ingang van het vroegere weeshuis in Den Burg hing,
waarop twee weeskinderen in groene en zwarte kleren
stonden afgebeeld. Er heeft ook een variant van de vlag met vier
horizontale banen in groen en zwart bestaan. De huidige
vlag werd in 1964 tijdens een speciale vergadering van
de gemeenteraad vastgesteld als de officiële vlag van
het eiland Texel of Tessel, zoals het in het lokale
dialect genoemd wordt. |
|
|
Een rondje Texel
|
|
|
|
De uitdrukking 'een rondje Texel' heeft zowel binnen Nederland als
ver daarbuiten een bekende klank, want onder deze naam vindt al sinds
1977 jaarlijks in juni een spectaculair zeilevenement voor
catamarans plaats. De vele honderden deelnemers starten dan op het
strand bij Paal 17 voor een race rond het eiland, die in ongeveer
drie uur wordt volbracht. Het 'rondje Texel' is in de loop der jaren
uitgegroeid tot de grootste zeilrace voor catamarans ter wereld.
Voor het 'rondje Texel' dat op deze pagina beschreven wordt blijven
we echter met beide benen op het land.
Een reisje naar Texel begint in Den Helder, een stad met een rijke
maritieme traditie, want het is sinds jaar en dag de thuishaven van
de Nederlandse marine. Om bij de veerhaven te komen die zich op het
meest noordelijke puntje van het Noord-Hollandse vasteland bevindt
moet je dwars door de stad, langs de uitgestrekte marinecomplexen
met hun werven, kades en kazernes. Hier kom je vanzelf in de juiste
stemming voor een zeereisje.
Door de bezuinigingen op de militaire uitgaven na het einde van de
Koude Oorlog heeft ook de Nederlandse marine fors moeten inkrimpen.
Een van de marinecomplexen is tegenwoordig zelfs omgebouwd tot
attractiepark 'Cape Holland'. Maar nog altijd is dit een echte
marinestad. En dat die traditie leeft blijkt elk jaar weer tijdens
de
Nationale Vlootdagen in juli, die zoveel bezoekers trekken dat
je hier over de hoofden kunt lopen.
Eenmaal bij de veerhaven aangekomen hoef je meestal niet lang te
wachten, want de veerboten varen ieder uur, en in het hoogseizoen
zelfs elk half uur. Toch is dat tijdens de zomervakantie niet
voldoende en dan kunnen de wachttijden nog wel eens oplopen tot een
paar uur. Bij mijn laatste bezoek aan Texel is het november en is
daar geen sprake van. Ik kan zó de gereedliggende boot oprijden en
nauwelijks een paar minuten later vertrekt deze.
De veerboten van de TESO (Texels Eigen Stoomboot Onderneming) zijn
speciaal gebouwd voor hun specifieke taak: de korte oversteek van
Den Helder naar Texel. Ze zien er daarom minder 'sexy' uit dan de
stoere ferry's die bijvoorbeeld naar Terschelling en Vlieland varen. Eigenlijk
zijn het nogal lompe vierkante bakken, drijvende dubbeldeks
parkeergarages als het ware. Maar ze kunnen dan ook zo'n 200 of 250
auto's in één keer overzetten. En in juli 2005 komt er een nieuwe
boot in dienst met een capaciteit van 300 auto's.
|
|
|
|
 |
|
<
klik op een foto om te vergroten |
|
Een echte zeereis kun je de overtocht naar Texel eigenlijk niet
noemen, want vanaf de afvaart kun je de bestemming al zien liggen.
Na een minuut of twintig legt de veerboot aan bij 't Horntje, een
groepje huizen dat de naam dorpje nauwelijks verdient. Toch zijn
hier twee belangrijke wetenschappelijke instituten gevestigd. Pal
naast de veerhaven ligt het
NIOZ, het
Nationaal Instituut voor Onderzoek der Zee. Een klein stukje
verderop ligt
Alterra, een onderdeel van het Researchcentrum van de
Universiteit van Wageningen. Verder heeft 't Horntje niet veel meer
te bieden dan de veerhaven, een restaurant en een fietsenverhuur,
want net als op de andere Waddeneilanden is ook op Texel de fiets
een belangrijk vervoermiddel.
Het is pas sinds 1962 dat de veerboten hier aankomen. Vóór die tijd
was de veerhaven in het verder noordelijk gelegen Oudeschild. Maar
door de groei van het toerisme werd de haven daar te klein. Het
toenemende vervoer van auto's naar en van het eiland vereiste de
inzet van grotere rij-op-rij-af veerboten en daarom werd besloten
bij 't Horntje, waar ruimte te over was, een geheel nieuwe veerhaven
te bouwen. Bijkomend voordeel hiervan was dat de duur van de
overtocht ongeveer halveerde, omdat 't Horntje bijna op de zuidpunt
van Texel ligt. Maar in Oudeschild treurde men om het verlies van de
veerdienst en vreesde men het ergste voor de bedrijvigheid in het
dorp.
|
|
|
|
Oudeschild is ook het eerste dorp dat we bezoeken. Het ligt aan de
oostkust van het eiland en was lange tijd de enige plaats op Texel
met een haven. Een haven die overigens pas in 1780 werd gebouwd.
Vóór die tijd moesten de koopvaardijschepen op de Rede van Texel
voor anker gaan, een groot gebied dat in feite de hele oostkust van
het eiland besloeg. Hier lagen de schepen -het waren er vaak vele
tientallen- redelijk beschut tegen de westenwinden, maar ook niet
meer dan dat. Soms kon het er behoorlijk spoken!
Na de teloorgang van de VOC werd de haven van Oudeschild vooral het
domein van de vissersvloot. Door de groei van de visserij moest de
haven in 1890 worden vergroot. Vandaag de dag bestaat de Texelse
vissersvloot uit zo'n 20 kotters, die zowel op de Waddenzee als op
de Noordzee vissen op tong, schol, kabeljauw en haring.
Door het verdwijnen van de veerdienst vreesde men dat de toeristen in het vervolg Oudeschild links zouden laten
liggen, maar die verwachting kwam gelukkig niet uit. Oudeschild
ontwikkelde zich tot een populaire pleisterplaats voor de
pleziervaart op de Waddenzee en in 1973 werd er een geheel nieuwe
jachthaven in gebruik genomen omdat de oude haven te klein werd. In
2001 werd daar een nieuwe passantenhaven aan toegevoegd.
|
|
|
Tesselschade
In de kerstnacht van
1593 vond een enorme ramp plaats op de Rede van Texel.
Tijdens een zware storm sloegen enkele schepen los van
hun ankers en sleepten tientallen andere schepen met
zich mee. Bijna 200 schepen gingen verloren. Een van de
meest gedupeerden was de Amsterdamse reder en
graanhandelaar Roemer Visscher, die zijn kort daarna
geboren dochter vernoemde naar de ramp. Deze Maria
Tesselschade werd later een bekend schrijfster en
dichteres en toonaangevend lid van de 'Muiderkring', het
literair genootschap onder leiding van P.C. Hooft.
|
|
|
|
|
|
|
Tegenwoordig heeft Oudeschild, dat verscholen ligt achter de hoge
dijk, zo'n 1.300 inwoners. Een van de meest karakteristieke gebouwen
van het dorp is het witte Zeemanskerkje uit 1650, zo genoemd omdat
het vooral werd bezocht door zeelieden van de voor anker liggende
schepen. Het kerkje bezit drie mooie kroonluchters, waarvan de
eerste geschonken werd door admiraal Cornelis Tromp. Zijn eeuwige
rivaal Michiel de Ruyter wilde toen niet achterblijven en schonk een
nog grotere, waarop Tromp zich weer geroepen voelde een derde kroonluchter
te schenken.
Een andere blikvanger is de korenmolen 'De Traanroeier' uit 1727,
die oorspronkelijk in de Zaanstreek stond en pas in 1902 naar
Oudeschild verhuisde om hier tot 1960 het koren te malen. Daarna
werd de molen omgebouwd voor het opwekken van elektriciteit en werd
daarmee de eerste -en enige- klassieke windmolen in Nederland die
stroom leverde. Tegenwoordig is de molen onderdeel van het Maritiem
& Juttersmuseum en wordt door vrijwilligers in bedrijf gehouden.
|
|
|
|
 |
|
De weg van Oudeschild naar de Texelse 'hoofdplaats' Den Burg
voert door het gebied van de 'Hoge Berg', het oudste deel van
het eiland dat tijdens de voorlaatste IJstijd door de arctische
gletsjers werd opgestuwd tot een hoogte van ruim 15 meter. Het
glooiende landschap is hier duidelijk anders dan op de rest van
het eiland en doet sterk denken aan Wieringen. Dat is geen
toeval; de eilanden zijn geologisch nauw met elkaar verwant. |
|
|
|
|
Hier, maar ook wel elders op het eiland, zijn de zogenaamde 'tuunwallen'
opvallend aanwezig. Dit zijn eeuwenoude perceelafscheidingen die
zijn opgebouwd uit opgestapelde graszoden. Zij vormen een uniek
leefmilieu voor bijzondere planten zoals grasklokjes en Engels gras.
Nergens anders in Nederland komen dergelijke afscheidingen nog voor.
Ook zie je hier enkele karakteristieke Texelse schapenboeten,
waarvan de platte kant met de ingang altijd naar het noordoosten is
gericht omdat op Texel de wind meestal uit het zuidwesten waait.
In dit gebied ligt ook het zogenaamde 'Russenkerkhof', dat herinnert aan
de tragedie die zich in de laatste weken
van de Tweede Wereldoorlog op Texel afspeelde. Vanaf februari 1945
was een bataljon bestaande uit ongeveer 800 Georgische
krijgsgevangen onder Duitse leiding op het eiland gelegerd. Begin
april van dat jaar leek een spoedige nederlaag van Duitsland
aanstaande en in de nacht van 6 april kwamen de Georgiërs onder
leiding van Schwalwa Loladse in opstand tegen hun Duitse
superieuren.
Aanvankelijk leek de rebellie te slagen en enkele honderden Duitsers
werden gedood of gevangen genomen, maar de Georgiërs slaagden er
niet in belangrijke militaire bolwerken in de duinen te veroveren,
waar de Duitsers kanonnen hadden staan. Daarmee beschoten ze de
dorpen Den Burg, Oudeschild en De Waal, waarbij ook tientallen
slachtoffers onder de burgerbevolking vielen. Toen de Duitsers
bovendien versterkingen van het vasteland aanvoerden werden de Georgiërs in het nauw gedreven op de noordpunt van het eiland, waar
uiteindelijk de resterende rebellen zich moesten overgeven of
onderdoken bij de lokale bevolking.
|
|
|
|
Bij de bevrijding door de geallieerden, die voor de rest van
Nederland op 5 mei 1945 kwam maar voor Texel pas op 20 mei,
bleken slechts 236 van de Georgiërs de gevechten te hebben
overleefd. Zij konden spoedig naar hun land terugkeren. Hun 476
gesneuvelde kameraden liggen hier begraven op het kerkhof dat
sindsdien de naam van hun aanvoerder Loladze draagt. Bij de
opstand van de Georgiërs kwamen 120 Texelaars om het leven. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Vanaf hier is het maar een klein eindje naar Den Burg, de
'hoofdplaats' van Texel en met bijna 7.000 inwoners verreweg de
grootste plaats. Hier is het bestuurlijk centrum van het eiland
gevestigd en bevinden zich de meeste centrale voorzieningen. Een
van de oudste gebouwen is de Nederlands Hervormde kerk aan de
Binnenburg, die rond 1400 werd gebouwd op de fundamenten van een
nog ouder Romaans kerkje. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Den Burg is een levendig plaatsje dat zelfs een beetje een
'stadse' indruk maakt. Het heeft een opvallend stratenplan van
ringvormig rond het centrum lopende straten, een concept dat in
de naoorlogse nieuwbouwwijken werd herhaald. Door het ruime
aanbod aan winkels en horeca is het zeer populair bij de
toeristen en daardoor altijd gezellig druk. Een van de bekendste
blikvangers is het pittoreske hofje aan de Weverstraat. |
|
 |
|
|
|
|
Een wandeling van ongeveer een half uur brengt je van Den Burg naar
De Waal, met slechts 400 inwoners het kleinste dorp van het eiland. Onderweg
kom je wellicht een
onbeheerd staande antieke bakfiets tegen waar Texelse producten
zoals schapenwol, pompoenen en bloembollen te koop aangeboden
worden. Gelieve zelf het verschuldigde bedrag in een doosje te
deponeren. Leuk dat zoiets nog kan in Nederland anno 2004!
Van een afstand is goed te zien dat De Waal, net als Den Burg, op
een heuvel is gebouwd. Voordat het omringende land werd bedijkt in
de vijftiende eeuw lag het dorp op een eiland, slechts door een dijk
met Den Burg verbonden. Van alle dorpen op het eiland heeft De Waal
het meest een uitgesproken agrarisch karakter. Hier vind je geen
visserswoningen maar voornamelijk boerderijen.
De kerk die het dorp domineert is van recente datum. Hij werd in
1952 gebouwd ter vervanging van de oude kerk die tijdens de opstand
van de Georgiërs in 1945 door de Duitsers in brand geschoten werd en
helemaal afbrandde. De opvallend gevormde toren is van 1961. Het
orgel in de kerk maakte deel uit van de Nederlandse inzending naar
de Expo van 1958 in Brussel. Bij de
bouw van de kerk stuitte men op fundamenten van een nog veel ouder
kerkje, een bewijs dat hier in de Middeleeuwen al mensen woonden.
Verder is nog de nabijgelegen Sommeltjesberg vermeldenswaardig, een
inmiddels afgegraven oude grafheuvel waar volgens een eeuwenoude
legende de Sommeltjes woonden. In de Texelse volksverhalen zijn de Sommeltjes een soort kabouterachtige aardmannetjes die alleen 's
nachts leven en in het daglicht in steen veranderen. Omwille van de
toeristen houden de Texelaars de legende graag in stand. Vlak bij de
kerk van De Waal is een eigentijds standbeeldje van twee Sommeltjes te zien.
|
|
|
Sommeltjes
en Sammelkes
De Sommeltjes uit de
Texelse legende vertonen, afgezien van de opvallende
naamverwantschap, veel overeenkomsten met de Sammelkes
uit de volksverhalen die op het eiland Wieringen worden
verteld. In beide gevallen gaat het om goedaardige
kleine, kabouterachtige wezentjes die onder de grond
wonen en alleen 's nachts actief zijn. Uit deze
overeenkomsten kan worden afgeleid dat de oorsprong van
de legende teruggaat tot tijd dat Texel en Wieringen nog
één geheel vormden, vóór de twaalfde eeuw dus. Nergens
anders in Nederland komen dergelijke wezentjes onder
deze naam in het lokale volksgeloof voor, wat
onderschrijft dat het hier om een geïsoleerde
Texels-Wieringer legende gaat. |
|
|
|
|
|
|
Vier kilometer voorbij De Waal, in noordoostelijke richting, ligt
Oosterend, een rustig dorpje met pittoreske smalle straatjes rond de
kerk die het hart van het dorp is. Deze kerk dateert deels uit de
twaalfde eeuw en is daarmee de oudste van het eiland. In Oosterend
ontmoetten de landbouw en de visserij elkaar; hier woonden van
oudsher zowel boeren als vissers. Het was niet ongebruikelijk dat
een boer hier ook eigenaar van een vissersboot in Oudeschild was.
Oosterend had gedurende korte tijd in de negentiende eeuw zelfs een
eigen haven, die in 1843 speciaal werd aangelegd voor de
oestervangst. Door een sterke teruggang in deze bedrijfstak moest
die haven in 1859 alweer worden opgeheven.
|
|
|
|
 |
|
Bijna helemaal op de noordpunt van Texel ligt De Cocksdorp, het
jongste dorp van het eiland. Het werd gesticht na het
totstandkomen van de Eierlandse polder in 1835 en heette
aanvankelijk heel toepasselijk Nieuwdorp. Het werd echter al
snel vernoemd naar de initiatiefnemer van de inpoldering van
Eierland, de Belgische reder N.J. de Cock die na de Belgische
opstand van 1830 was uitgeweken van Antwerpen naar Rotterdam.
|
|
|
|
|
Lange tijd was De Cocksdorp slechts een onbeduidend plaatsje ten
behoeve van de boeren die zich in de nieuwe polder vestigden. Die
boeren kwamen uit het hele land, wat nog te zien is aan de namen van
veel boerderijen hier zoals 'Nieuw Breda', 'Zeeland' en 'Rotterdam'.
Behalve de Nederlands Hervormde kerk uit 1841 en de Rooms-Katholieke
kerk uit 1877 is er niet veel te zien in het dorp, maar in de tweede
helft van de twintigste eeuw heeft het toerisme ook De Cocksdorp
ontdekt. In de directe omgeving liggen nu enkele grote
bungalowparken en campings waardoor zich meer horeca en winkeltjes
hebben gevestigd en het dorp wat levendiger is geworden. Het telt
telt momenteel zo'n 1.250 inwoners.
Ten zuiden van De Cocksdorp ligt in de Eierlandse polder het
vliegveld 'Vlijt', zo genoemd naar een boerderij die hier
oorspronkelijk stond. Het werd in 1937 geopend en had in de jaren vóór
de Tweede Wereldoorlog zelfs een directe luchtverbinding met Schiphol die
tweemaal per dag werd gevlogen. Het veld wordt tegenwoordig
voornamelijk
gebruikt voor de recreatieve luchtvaart, maar is ook een
uitvalsbasis voor helikopters die diverse boorplatforms in de
Noordzee bevoorraden. Het veld heeft twee grasbanen: 04-22 van 1.115
meter en 13-31 van 630 meter lang. Het heeft de status van
internationale luchthaven en de ICAO code is
EHTX. Op
het veld is het
Luchtvaartmuseum Texel gevestigd.
|
|
|
|
Op de uiterste noordpunt van Texel staat, hoog op het duin, de
vuurtoren die gebouwd werd in 1864. Tijdens de opstand van de
Georgiërs in 1945 is hier hevig gevochten. Een aantal rebellen
had zich in de toren verschanst en bij de daarop volgende
beschietingen door de Duitsers werd deze zwaar
beschadigd. In het zomerseizoen vertrekt vanaf hier dagelijks een
toeristische veerdienst naar het buureiland Vlieland. |
|
 |
|
|
|
|
Een van de belangrijkste trekpleisters van Texel is het natuurgebied
De Slufter, dat een paar kilometer van De Cocksdorp aan de
Noordzeekust ligt. Hier is een natuurlijke opening in de duinenrij,
waardoor tweemaal per etmaal bij vloed het zoute zeewater het
achterland binnendringt en een landschap van grillige kreken en
zoute plassen heeft gevormd. Het is de enige plaats aan de Nederlandse
kust waar dit verschijnsel zich voordoet en deze unieke
omstandigheden hebben gezorgd voor een zeer gevarieerde zoutwatervegetatie en een grote rijkdom aan vogelsoorten in het
gebied. De Slufter is dan ook een begrip onder natuurliefhebbers.
|
|
|
|
 |
|
|
|
Direct ten zuiden van De Slufter ligt De Muy, een
mooi natuurgebied op de grens van duinen en polder, tussen de zee en
de stuifdijk die hier in de achttiende eeuw werd aangelegd om het
eilandje Eierland met Texel te verbinden. Aan de zeezijde van die
dijk vormden zich nieuwe duinen, aan de landzijde de kwelder die in
1835 werd bedijkt tot de Eierlandse polder. Tijdens een zware storm
in 1851 werd ook hier een gat in de duinenrij geslagen waardoor het
zeewater binnenstroomde. In 1878 kon de bres worden gedicht,
wat bij De Slufter -gelukkig- nooit gelukt is!
Verder naar het zuiden gaande komen we uiteindelijk in De Koog, de
enige echte badplaats van het eiland. Twee duinenrijen slechts
scheiden het dorp van de zee, en daar tussenin ligt een
kilometerslange camping die vooral populair is bij jongeren. De
ligging, met aan de ene kant het strand en aan de andere kant het
uitgaansleven van De Koog onder handbereik, is dan ook ideaal.
Van het oude dorpje De Koog is, behalve het piepkleine Hervormde
kerkje uit 1719, weinig meer over. In de Dorpsstraat, die dankzij
een ringweg tot voetgangersgebied is gemaakt, rijgen de bars,
restaurants, winkels en disco's zich aaneen. De Badweg van het dorp
naar het strand wordt tegenwoordig via een soort van viaduct over de
duinvallei met de camping geleid. Alleen het strand is gelukkig
hetzelfde gebleven, nog altijd even mooi.
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoewel De Koog met zijn ruim 1.200 inwoners qua grootte ver
achterblijft bij Den Burg is het door zijn ligging direct aan zee
voor het toerisme veel belangrijker. Hier vinden we dan ook de
meeste verblijfsaccomodaties van het eiland; in het dorp zelf vooral
in hotels, pensions, appartementen en ook veel particuliere
vakantiehuizen. In de directe omgeving ligt een aantal grotere
bungalowparken en campings.
En als voor al die duizenden verblijfsgasten het weer niet uitnodigt
om op het strand te liggen biedt De Koog genoeg alternatieven. Zo is
er een subtropisch zwemparadijs, een overdekte kartingbaan, er zijn
tennis- en squashhallen en natuurlijk EcoMare, het natuurcentrum
voor Wadden en Noordzee, dat iets ten zuiden van het dorp in de
duinen ligt.
|
|
|
|
Een wandeling van De Koog naar EcoMare door het duingebied
Setingsnollen vergt nog geen uur en is zeker de moeite waard.
Tussen De Koog en Den Hoorn ligt namelijk het enige bosgebied
van betekenis dat op Texel te vinden is en dat maakt het
landschap hier heel anders dan op de rest van het eiland. Tussen
de dennenbossen en de zee zijn de duinvalleien vaak dicht
begroeid met vlier- en duindoornstruiken. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Onderweg kom je het beeld tegen van Jacobus Pieter Thijsse, de
bekende natuurvorser die eind negentiende eeuw enkele jaren op
Texel woonde en werkte als onderwijzer. Hij was medeoprichter en
later secretaris van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten
en heeft vele publicaties op
het gebied van natuur en milieu op zijn naam staan. Het beeld
werd in 1997 gemaakt door Taeke Friso de Jong. |
|
|
|
Verkade
Jac. P. Thijsse,
zoals hij meestal wordt genoemd, werd vooral bekend door
de natuuralbums die tussen 1905 en 1940 door de
koekfabrikant Verkade werden uitgegeven. Er
verschenen er in totaal 19, waarvan de meeste door
Thijsse werden geschreven. De bij de albums behorende
illustraties van planten en dieren werden bij de koek- en
beschuitproducten van Verkade meeverpakt. Het was de
bedoeling net zo lang te sparen tot je alle plaatjes van
een album compleet had. Er ontstond dan ook een
levendige ruilhandel in die plaatjes. Uit oogpunt van
marketing in die tijd een meesterlijke zet van Verkade,
met als neveneffect dat op deze manier duizenden
kinderen spelenderwijs vertrouwd gemaakt werden met de
natuur. De Verkade-albums bleven zo populair dat een
aantal ervan recentelijk opnieuw is uitgegeven. |
|
|
EcoMare is een combinatie van museum, dierenpark en bezoekers- en
informatiecentrum voor het Wadden- en Noordzeegebied in het algemeen
en voor Texel in het bijzonder. Het biedt leerzame exposities over
de geschiedenis van het eiland sinds de IJstijd en over allerlei
aspecten van de zee in relatie tot de menselijke activiteit. Een
andere expositie belicht de verschillende scenario's voor de
ontwikkeling van het eiland in de toekomst, waarbij een balans moet
worden gevonden tussen economie, toerisme, natuurbehoud en cultuur.
In de spectaculaire Waterzaal geven grote aquariums een beeld van de
zee als leefgebied voor vissen en andere diersoorten die in deze
wateren voorkomen.
Maar het meest populair is toch het buitenterrein, waar de vogel- en
zeehondenopvang bekeken kan worden. Texel heeft een lange traditie
op dit gebied. Al meer dan een halve eeuw geleden werden hier zieke
en gewonde zeehonden of jongen die hun moeder verloren hebben, de
zgn. 'huilers', opgevangen en verzorgd. Dat was in een tijd dat de
zeehonden nog actief werden bejaagd in de Nederlandse wateren. Vanaf
1962, toen de jacht werd verboden, is het opvangbeleid erop gericht
dat de dieren, nadat ze zijn hersteld en aangesterkt, weer in zee worden
uitgezet.
|
|
|
 |
|
Door hun ontwapenende uiterlijk oefenen de zeehonden, vooral
natuurlijk de kleintjes, op de meeste mensen een bijna
onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Dat onschuldige
uiterlijk is trouwens nogal misleidend. Zeehonden zijn echte
roofdieren en niet bijzonder gesteld op mensen, zoals
bijvoorbeeld dolfijnen. Als ze zich in het nauw gebracht of
anderszins geïrriteerd voelen zullen ze letterlijk van zich
afbijten! |
|
|
|
|
|
|
|
|
Tweemaal per dag, om 11:00 en om 15:00 uur, worden de zeehonden
gevoerd. Dat zijn de meest populaire tijdstippen om in EcoMare
te zijn en dan verdringen de bezoekers elkaar rond de bassins om
de capriolen te zien die de zeehonden uithalen om een visje te
bemachtigen. Zelfs in november, buiten het hoogseizoen, is het
nog behoorlijk druk rond voedertijd. Jaarlijks bezoeken zo'n
300.000 mensen EcoMare. |
|
 |
|
|
|
|
Vanaf EcoMare verder naar het zuiden gaande komen we uiteindelijk
terecht in Den Hoorn, het meest zuidelijke dorp van Texel en met 965
inwoners na De Waal het kleinste van het eiland. Dat is vroeger
anders geweest. In de zeventiende en de achttiende eeuw was het dorp
veel groter en belangrijk omdat hier veel loodsen woonden. Het
beloodsen van de van hun verre reizen terugkerende VOC-schepen door
de gevaarlijke wateren rondom Texel was toen een belangrijke bron
van bestaan voor het eiland. Inwoners van Den Hoorn stonden op een
nabijgelegen hoog duin op de uitkijk naar schepen die mogelijk een
loods nodig hadden en omdat ze die schepen eerder in de gaten hadden
dan hun collega's uit Oudeschild waren ze die vaak te snel af. Het
duin, met ruim 24 meter het hoogste van Texel, heet tot op de dag
van vandaag het Loodsmansduin.
|
|
|
|
 |
|
Het markante witte kerkje van Den Hoorn is een van de bekendste
en meest gefotografeerde in Nederland. In vrijwel geen enkele
fotopublicatie over Nederland ontbreekt het. Dat komt enerzijds
door de bijzondere vorm, die ontstond toen in 1646 het
koor werd afgebroken en vervangen werd door een rechte muur, en
anderzijds door de geïsoleerde ligging aan de rand van het dorp.
De kerk dateert uit 1425, de toren uit 1450. |
|
|
|
|
De 15e-eeuwse torenklok hangt nog steeds in de toren, ondanks het
feit dat deze in 1944 door de Duitse bezetter werd gevorderd om te
worden omgesmolten voor de oorlogsindustrie, zoals toen bij vrijwel
alle kerken in Nederland gebeurde. De klok werd met nog 200 andere
per schip afgevoerd, maar de Nederlandse schipper liet vlakbij het
eiland Urk zijn schip expres zinken. Na de oorlog konden alle
klokken worden geborgen en zo kreeg ook Den Hoorn zijn klok weer
terug.
De typische situering van het kerkje aan de rand van het dorp is te
verklaren door het feit dat Den Hoorn in vroeger jaren veel groter
is geweest. De kerk stond toen in het centrum van het dorp, maar
toen in de negentiende eeuw het loodswezen als bron van inkomsten
wegviel trokken veel bewoners weg en werden hun huizen afgebroken.
Zo kwam het kerkje helemaal vrij in het landschap te staan.
|
|
|
|
Ga je vanuit Den Hoorn nog verder nog verder in zuidelijke
richting dan kom je terecht in De Mok, een schitterend
natuurgebied dat zeer geliefd is bij vogelaars. Op de dijk langs
de Mokbaai kun je altijd mensen met verrekijkers en camera's in
de weer zien. Daarachter ligt de Hors, de kilometers brede
strandvlakte op de uiterste zuidpunt van Texel. Een bijna
onwezenlijk landschap waar je je geheel verloren voelt. |
|
 |
|
|
|
|
Op de Hors zijn we aan het eind gekomen van ons rondje Texel. Niet
dat we alles al hebben gezien; daarvoor is het eiland gewoon te
groot. Veel meer dan een globale indruk kan deze pagina dan ook niet
geven. Wellicht heeft het je op het idee gebracht zelf eens een
bezoek aan het eiland te brengen. Voor mij was het in november 2004
de zevende of de achtste keer dat ik op Texel was; ik ben de tel een
beetje kwijt. Maar het zal vast niet de laatste keer zijn geweest!
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Meer over Texel en aanverwante informatie
|
|
|
|
www.texel.nl
Officiële website van de Gemeente Texel.
www.texel.net
Website van de VVV Texel. Ook Engelse en Duitse versie beschikbaar.
www.texel.com
Commerciële website met informatie over Texel.
texel.pagina.nl
Texel startpagina.
www.texelsmaritiem.nl
Website van het Maritiem & Juttersmuseum in Oudeschild. Ook Engelse
en Duitse versie beschikbaar.
www.ecomare.nl
Website van EcoMare, het centrum voor Wadden en Noordzee. Ook
Engelse en Duitse versie beschikbaar.
voc.texel.net
Website over de geschiedenis van de VOC (Verenigde Oostindische
Compagnie) in relatie tot Texel.
www.texeltv.nl
Commerciële website met informatie en video's over Texel. Ook Duitse
versie beschikbaar. |
|
|
|
november
2004
|
|
|
|
|
|