Nederland in het klein

Texel, het grootste van de Nederlandse Waddeneilanden, wordt wel eens 'Nederland in het klein' genoemd, omdat het de belangrijkste kenmerken van ons land op een relatief klein gebied in zich verenigt. Allereerst natuurlijk de Noordzeekust die, met zijn brede stranden en duinenrijen, zo karakteristiek is voor West-Nederland. Daarachter het weidse groene polderland tot aan de horizon, met die prachtige Hollandse wolkenluchten erboven die zoveel schilders hebben geïnspireerd.

Maar er zijn ook bollenvelden, bossen en zelfs een stukje heuvelland dat een beetje aan Zuid-Limburg doet denken. En de dorpen, elk met zijn eigen karakter: Den Burg als het drukke en gezellige winkelhart van het eiland, De Koog als de mondaine badplaats, het bedrijvige Oudeschild met zijn haven, de rustige, landelijke dorpjes De Waal en Oosterend, Den Hoorn aan de rand van de duinen en het afgelegen De Cocksdorp op de noordpunt. Ook de minder aantrekkelijke elementen zijn aanwezig: Texel heeft verkeerslichten en er staan zelfs wel eens files, 's zomers voor de veerboot, als het toeristenseizoen op zijn hoogtepunt is.

Dat alles draagt ertoe bij dat op Texel het 'eilandgevoel' misschien wat minder sterk is dan op de kleinere Waddeneilanden. Temeer ook omdat die veel verder verwijderd zijn van het vasteland. Het Marsdiep dat Texel scheidt van Noord-Holland is maar zo'n vier kilometer breed en de grote dubbeldeks rij-op-rij-af-veerboten doen de oversteek in nauwelijks twintig minuten. Elk half uur, althans in het zomerseizoen; bijna alsof je via een brug het eiland oprijdt! En tijdens de overtocht is het vasteland nooit uit het zicht.

Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek




Insula Texla

Onder de Waddeneilanden, waartoe het eiland algemeen gerekend wordt, neemt Texel een bijzondere plaats in. Niet alleen vanwege zijn grootte -het is ontegenzeglijk het grootste van de Waddeneilanden- of vanwege zijn bijzondere ligging, op slechts een steenworp afstand van het Noord-Hollandse vasteland. Maar vooral ook omdat de ontstaansgeschiedenis duidelijk verschilt van die van de andere eilanden in de bekende reeks van Texel tot Rottummeroog.

Natuurlijk maakt ook Texel deel uit van de voormalige strandwal, die rond de twaalfde eeuw door stormen en overstromingen van het vasteland gescheiden en uiteen geslagen werd, waardoor de Waddenzee en huidige eilandenreeks ontstonden. Maar waar de andere eilanden werden gevormd door wind en water en bestaan uit zand en duinen, in latere jaren door de bewoners uitgebreid door bedijking van kwelders, gaat de ontstaansgeschiedenis van Texel veel verder terug. Tot in de prehistorie zelfs, om precies te zijn tot in het Saalien, de voorlaatste ijstijd in onze regio, die duurde van 200.000 tot 130.000 vóór het begin van onze jaartelling.

Tijdens deze periode strekte het poolijs zich uit tot ongeveer halverwege het huidige grondgebied van Nederland. Op diverse plaatsen is dat nog duidelijk te zien aan de heuvelruggen, die door de enorme kracht van de voortschuivende gletsjers werden opgestuwd. Deze uit keileem bestaande hoogtes lagen sindsdien als markante herkenningspunten in het vlakke en moerassige land en doorstonden de tand des tijds, terwijl het omringende land onder invloed van wind en water voortdurend veranderde. We vinden dergelijke hoogtes in onder andere in Gaasterland in Zuid-West Friesland, op de Zuiderzee-eilanden Wieringen en Urk en ook op Texel, in het gebied dat de 'Hoge Berg' wordt genoemd en wordt begrensd door de dorpen Den Burg, De Waal en Oudeschild.

Die naam pretendeert meer dan het in werkelijkheid is, want het gaat hier om hoogteverschillen van slechts enkele meters. Toch zijn die paar meters belangrijk, want ze betekenden eeuwenlang het verschil tussen veiligheid en door de zee verzwolgen worden. Het is dan ook geen toeval dat er hier op Texel veel eerder mensen woonden dan op wat we nu als de andere Waddeneilanden kennen. Archeologische vondsten toonden sporen van bewoning aan die dateren van ver vóór het begin van onze jaartelling.

Wat de ontstaansgeschiedenis betreft heeft Texel dan ook meer gemeen met Wieringen dan met de andere Waddeneilanden. Want ook Wieringen ontstond als gevolg van opstuwing door de arctische gletsjers en ook Wieringen kende al heel vroeg menselijke bewoning. Tot de twaalfde eeuw vormden beide eilanden zelfs één geheel. Aangenomen wordt dat in 1170, tijdens de zogenoemde Allerheiligenvloed, de zee een bres tussen Texel en Wieringen sloeg, het huidige Marsdiep.
 

 

Texel -
enkele cijfers


Lengte 25 km, 
max. breedte 10 km, oppervlakte ca. 170 km², hoogste punt (het Loodsmansduin bij
Den Hoorn)
+24,3 m NAP,
 inwoners: 13.750.

 

Het is niet bekend of er ooit Romeinen op Texel hebben gewoond. Er is in elk geval nooit bewijs van gevonden. Rond het begin van onze jaartelling beschouwden zij de rivier de Rijn min of meer als de noordgrens van het Romeinse Rijk en ze waagden zich zelden in de door barbaren bewoonde verraderlijke moerassen ten noorden daarvan. Waarschijnlijk waren ze door expedities in het gebied wel op de hoogte van het bestaan van het eiland, daar in vroegmiddeleeuwse geschriften de naam 'Insula Texla' opduikt.

Zeker is wel dat het eiland in de Middeleeuwen, toen het nog één geheel vormde met Wieringen en Vlieland, door Friezen werd bewoond en dat het in de negende eeuw regelmatig door de Noormannen werd bezocht. De vondst van Deense munten en sieraden bij Westerklief op het huidige Wieringen lijkt zelfs te duiden op een min of meer permanente vestiging van de Vikingen op het eiland. De Wieringers zelf willen maar al te graag geloven dat de befaamde en gevreesde Vikingleider Rorik hier ooit zijn hoofdkwartier had. Op het grondgebied van het tegenwoordige Texel zijn dergelijke vondsten nooit gedaan.
 

   

Terwijl andere Waddeneilanden als Terschelling en Ameland vanaf de Middeleeuwen langdurig inzet waren van de machtsstrijd tussen Holland en Friesland was Texel al vanaf eind dertiende eeuw onbetwist Hollands gebied. Het was graaf Floris V die in 1289 de hier aanwezige West-Friezen definitief onderwierp, hoewel het nog vele jaren zou duren voordat het Hollandse bestuur hier effectief gevestigd was.

Het luidde een lange periode van relatieve welvaart op Texel in, met name omdat het eiland beschikte over een beschutte ankerplaats voor zeeschepen. Al tegen het eind van de veertiende eeuw was de 'Rede van Texel' een begrip. Het was de plaats waar de zeilschepen voor anker gingen in afwachting van een gunstige wind om ze naar hun bestemming te brengen. In de vijftiende en zestiende eeuw lagen die bestemmingen vooral in het Oostzeegebied, maar na de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1602 werd Texel het startpunt voor vrijwel elke reis naar de Oost. In 1415 kreeg het eiland stadsrechten en daarmee is Texel de qua oppervlakte grootste stad van Nederland!

Texel werd ook de plaats waar de schepen het benodigde drinkwater voor hun lange reis innamen. De waterputten van het eiland leverden water van een bijzonder goede kwaliteit, dat vanwege het hoge ijzergehalte zeer lang houdbaar was. Een groot voordeel, want de reis naar Indië kon wel zes tot twaalf maanden duren. Het drinkwater, vaak wel 100.000 liter per schip, werd in vaten met kleine bootjes naar de schepen op de rede gebracht.

De bemanningen van de voor anker liggende schepen schepen benutten deze laatste mogelijkheid om aan land te gaan maar al te graag om nog één keer de bloemetjes flink buiten te zetten alvorens zee te kiezen. En als de schepen op de terugweg op de rede voor anker gingen, in afwachting van een gunstige wind voor het laatste stukje naar de thuishaven, konden de matrozen nauwelijks wachten om een voorschot op hun gage te gaan verbrassen aan vers voedsel, drank en vrouwen in Oudeschild.

De aanwezigheid van al die schepen -regelmatig lagen er meer dan honderd op de rede voor anker- trok ook allerlei ambachtslieden en handelaars naar Oudeschild, van scheepstimmerlieden en touwslagers tot barbiers, loodsen, herbergiers, handelaren in scheepsbenodigdheden, prostituees en andere vage types. Daarnaast was het een geliefde  verzamelplaats voor zeelieden die nog een schip zochten om op aan te monsteren, en voor kapiteins die nog op zoek waren naar matrozen. Kortom, Oudeschild was in die tijd een echte havenplaats met alles wat daarbij hoort.
 

 
Klik om te vergroten

Texel in de 'Digitale Maquette van Nederland' van TerraDesk.

De bloeiperiode duurde tot ongeveer het einde van de achttiende eeuw. Door veranderingen in de politieke en economische situatie verminderden het belang en de invloed van de Republiek der Nederlanden en het zwaartepunt van de wereldhandel had zich verplaatst naar met name Engeland. Toen in 1799 de VOC failliet ging was het met de voorspoed op Texel gedaan. De haven van Oudeschild verpauperde en de Texelaars gingen zich noodgedwongen meer toeleggen op visserij, landbouw en vooral de schapenteelt. Tot op de dag van vandaag is Texel bekend als hét schapeneiland van Nederland.

Om het voor landbouw bruikbare oppervlak te vergroten werd Texel in de negentiende eeuw met diverse polders uitgebreid. Al in de achttiende eeuw was een stuifdijk aangelegd naar het noordelijk van Texel gelegen eilandje Eierland en in 1835 werd de hierdoor ontstane kwelder bedijkt tot de Eierlandse polder. In 1846 volgde de polder De Eendracht, in 1847 de Prins Hendrikpolder en in 1876 tenslotte de polder Het Noorden, waarmee Texel ongeveer zijn huidige vorm en omvang bereikte.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw heeft het toerisme meer en meer de landbouw en de visserij als belangrijkste bronnen van bestaan op Texel verdrongen. Vooral het dorp De Koog was en is nog steeds de belangrijkste badplaats. Het eerste hotel voor badgasten verrees hier in 1907. Tegenwoordig komen er jaarlijks zo'n 900.000 toeristen naar Texel, waarmee het verreweg het drukst bezochte Waddeneiland is. In het hoogseizoen is het dan ook gezellig druk op Texel, wat het eiland tot een populaire vakantiebestemming onder jongeren maakt. Toch is het nooit overvol, wat mede te danken is aan het feit dat de gemeente Texel de totale overnachtingcapaciteit op het eiland heeft beperkt tot ca. 45.000 bedden.
 

 

De vlag van Texel



De Texelse vlag bestaat tenminste al sinds 1705. De kleuren kwamen ook voor op een wapenschild dat boven de ingang van het vroegere weeshuis in Den Burg hing, waarop twee weeskinderen in groene en zwarte kleren stonden afgebeeld. Er heeft ook een variant van de vlag met vier horizontale banen in groen en zwart bestaan. De huidige vlag werd in 1964 tijdens een speciale vergadering van de gemeenteraad vastgesteld als de officiële vlag van het eiland Texel of Tessel, zoals het in het lokale dialect genoemd wordt.

 




Een rondje Texel

   

De uitdrukking 'een rondje Texel' heeft zowel binnen Nederland als ver daarbuiten een bekende klank, want onder deze naam vindt al sinds 1977 jaarlijks in juni een spectaculair zeilevenement voor catamarans plaats. De vele honderden deelnemers starten dan op het strand bij Paal 17 voor een race rond het eiland, die in ongeveer drie uur wordt volbracht. Het 'rondje Texel' is in de loop der jaren uitgegroeid tot de grootste zeilrace voor catamarans ter wereld. Voor het 'rondje Texel' dat op deze pagina beschreven wordt blijven we echter met beide benen op het land.

Een reisje naar Texel begint in Den Helder, een stad met een rijke maritieme traditie, want het is sinds jaar en dag de thuishaven van de Nederlandse marine. Om bij de veerhaven te komen die zich op het meest noordelijke puntje van het Noord-Hollandse vasteland bevindt moet je dwars door de stad, langs de uitgestrekte marinecomplexen met hun werven, kades en kazernes. Hier kom je vanzelf in de juiste stemming voor een zeereisje.

Door de bezuinigingen op de militaire uitgaven na het einde van de Koude Oorlog heeft ook de Nederlandse marine fors moeten inkrimpen. Een van de marinecomplexen is tegenwoordig zelfs omgebouwd tot attractiepark 'Cape Holland'. Maar nog altijd is dit een echte marinestad. En dat die traditie leeft blijkt elk jaar weer tijdens de Nationale Vlootdagen in juli, die zoveel bezoekers trekken dat je hier over de hoofden kunt lopen.

Eenmaal bij de veerhaven aangekomen hoef je meestal niet lang te wachten, want de veerboten varen ieder uur, en in het hoogseizoen zelfs elk half uur. Toch is dat tijdens de zomervakantie niet voldoende en dan kunnen de wachttijden nog wel eens oplopen tot een paar uur. Bij mijn laatste bezoek aan Texel is het november en is daar geen sprake van. Ik kan zó de gereedliggende boot oprijden en nauwelijks een paar minuten later vertrekt deze.

De veerboten van de TESO (Texels Eigen Stoomboot Onderneming) zijn speciaal gebouwd voor hun specifieke taak: de korte oversteek van Den Helder naar Texel. Ze zien er daarom minder 'sexy' uit dan de stoere ferry's die bijvoorbeeld naar Terschelling en Vlieland varen. Eigenlijk zijn het nogal lompe vierkante bakken, drijvende dubbeldeks parkeergarages als het ware. Maar ze kunnen dan ook zo'n 200 of 250 auto's in één keer overzetten. En in juli 2005 komt er een nieuwe boot in dienst met een capaciteit van 300 auto's.

 

   

Klik om te vergroten

< klik op een foto om te vergroten


Een echte zeereis kun je de overtocht naar Texel eigenlijk niet noemen, want vanaf de afvaart kun je de bestemming al zien liggen. Na een minuut of twintig legt de veerboot aan bij 't Horntje, een groepje huizen dat de naam dorpje nauwelijks verdient. Toch zijn hier twee belangrijke wetenschappelijke instituten gevestigd. Pal naast de veerhaven ligt het NIOZ, het Nationaal Instituut voor Onderzoek der Zee. Een klein stukje verderop ligt Alterra, een onderdeel van het Researchcentrum van de Universiteit van Wageningen. Verder heeft 't Horntje niet veel meer te bieden dan de veerhaven, een restaurant en een fietsenverhuur, want net als op de andere Waddeneilanden is ook op Texel de fiets een belangrijk vervoermiddel.

Het is pas sinds 1962 dat de veerboten hier aankomen. Vóór die tijd was de veerhaven in het verder noordelijk gelegen Oudeschild. Maar door de groei van het toerisme werd de haven daar te klein. Het toenemende vervoer van auto's naar en van het eiland vereiste de inzet van grotere rij-op-rij-af veerboten en daarom werd besloten bij 't Horntje, waar ruimte te over was, een geheel nieuwe veerhaven te bouwen. Bijkomend voordeel hiervan was dat de duur van de overtocht ongeveer halveerde, omdat 't Horntje bijna op de zuidpunt van Texel ligt. Maar in Oudeschild treurde men om het verlies van de veerdienst en vreesde men het ergste voor de bedrijvigheid in het dorp.
 

   

Oudeschild is ook het eerste dorp dat we bezoeken. Het ligt aan de oostkust van het eiland en was lange tijd de enige plaats op Texel met een haven. Een haven die overigens pas in 1780 werd gebouwd. Vóór die tijd moesten de koopvaardijschepen op de Rede van Texel voor anker gaan, een groot gebied dat in feite de hele oostkust van het eiland besloeg. Hier lagen de schepen -het waren er vaak vele tientallen- redelijk beschut tegen de westenwinden, maar ook niet meer dan dat. Soms kon het er behoorlijk spoken!

Na de teloorgang van de VOC werd de haven van Oudeschild vooral het domein van de vissersvloot. Door de groei van de visserij moest de haven in 1890 worden vergroot. Vandaag de dag bestaat de Texelse vissersvloot uit zo'n 20 kotters, die zowel op de Waddenzee als op de Noordzee vissen op tong, schol, kabeljauw en haring.

Door het verdwijnen van de veerdienst vreesde men dat de toeristen in het vervolg Oudeschild links zouden laten liggen, maar die verwachting kwam gelukkig niet uit. Oudeschild ontwikkelde zich tot een populaire pleisterplaats voor de pleziervaart op de Waddenzee en in 1973 werd er een geheel nieuwe jachthaven in gebruik genomen omdat de oude haven te klein werd. In 2001 werd daar een nieuwe passantenhaven aan toegevoegd.
 

 

Tesselschade

In de kerstnacht van 1593 vond een enorme ramp plaats op de Rede van Texel. Tijdens een zware storm sloegen enkele schepen los van hun ankers en sleepten tientallen andere schepen met zich mee. Bijna 200 schepen gingen verloren. Een van de meest gedupeerden was de Amsterdamse reder en graanhandelaar Roemer Visscher, die zijn kort daarna geboren dochter vernoemde naar de ramp. Deze Maria Tesselschade werd later een bekend schrijfster en dichteres en toonaangevend lid van de 'Muiderkring', het literair genootschap onder leiding van P.C. Hooft.

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

   


Tegenwoordig heeft Oudeschild, dat verscholen ligt achter de hoge dijk, zo'n 1.300 inwoners. Een van de meest karakteristieke gebouwen van het dorp is het witte Zeemanskerkje uit 1650, zo genoemd omdat het vooral werd bezocht door zeelieden van de voor anker liggende schepen. Het kerkje bezit drie mooie kroonluchters, waarvan de eerste geschonken werd door admiraal Cornelis Tromp. Zijn eeuwige rivaal Michiel de Ruyter wilde toen niet achterblijven en schonk een nog grotere, waarop Tromp zich weer geroepen voelde een derde kroonluchter te schenken.

Een andere blikvanger is de korenmolen 'De Traanroeier' uit 1727, die oorspronkelijk in de Zaanstreek stond en pas in 1902 naar Oudeschild verhuisde om hier tot 1960 het koren te malen. Daarna werd de molen omgebouwd voor het opwekken van elektriciteit en werd daarmee de eerste -en enige- klassieke windmolen in Nederland die stroom leverde. Tegenwoordig is de molen onderdeel van het Maritiem & Juttersmuseum en wordt door vrijwilligers in bedrijf gehouden.
 

   

Klik om te vergroten

De weg van Oudeschild naar de Texelse 'hoofdplaats' Den Burg voert door het gebied van de 'Hoge Berg', het oudste deel van het eiland dat tijdens de voorlaatste IJstijd door de arctische gletsjers werd opgestuwd tot een hoogte van ruim 15 meter. Het glooiende landschap is hier duidelijk anders dan op de rest van het eiland en doet sterk denken aan Wieringen. Dat is geen toeval; de eilanden zijn geologisch nauw met elkaar verwant.

   


Hier, maar ook wel elders op het eiland, zijn de zogenaamde 'tuunwallen' opvallend aanwezig. Dit zijn eeuwenoude perceelafscheidingen die zijn opgebouwd uit opgestapelde graszoden. Zij vormen een uniek leefmilieu voor bijzondere planten zoals grasklokjes en Engels gras. Nergens anders in Nederland komen dergelijke afscheidingen nog voor. Ook zie je hier enkele karakteristieke Texelse schapenboeten, waarvan de platte kant met de ingang altijd naar het noordoosten is gericht omdat op Texel de wind meestal uit het zuidwesten waait.

In dit gebied ligt ook het zogenaamde 'Russenkerkhof', dat herinnert aan de tragedie die zich in de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog op Texel afspeelde. Vanaf februari 1945 was een bataljon bestaande uit ongeveer 800 Georgische krijgsgevangen onder Duitse leiding op het eiland gelegerd. Begin april van dat jaar leek een spoedige nederlaag van Duitsland aanstaande en in de nacht van 6 april kwamen de Georgiërs onder leiding van Schwalwa Loladse in opstand tegen hun Duitse superieuren.

Aanvankelijk leek de rebellie te slagen en enkele honderden Duitsers werden gedood of gevangen genomen, maar de Georgiërs slaagden er niet in belangrijke militaire bolwerken in de duinen te veroveren, waar de Duitsers kanonnen hadden staan. Daarmee beschoten ze de dorpen Den Burg, Oudeschild en De Waal, waarbij ook tientallen slachtoffers onder de burgerbevolking vielen. Toen de Duitsers bovendien versterkingen van het vasteland aanvoerden werden de Georgiërs in het nauw gedreven op de noordpunt van het eiland, waar uiteindelijk de resterende rebellen zich moesten overgeven of onderdoken bij de lokale bevolking.
 

   

Bij de bevrijding door de geallieerden, die voor de rest van Nederland op 5 mei 1945 kwam maar voor Texel pas op 20 mei, bleken slechts 236 van de Georgiërs de gevechten te hebben overleefd. Zij konden spoedig naar hun land terugkeren. Hun 476 gesneuvelde kameraden liggen hier begraven op het kerkhof dat sindsdien de naam van hun aanvoerder Loladze draagt. Bij de opstand van de Georgiërs kwamen 120 Texelaars om het leven.

Klik om te vergroten

   

 

   

Klik om te vergroten

Vanaf hier is het maar een klein eindje naar Den Burg, de 'hoofdplaats' van Texel en met bijna 7.000 inwoners verreweg de grootste plaats. Hier is het bestuurlijk centrum van het eiland gevestigd en bevinden zich de meeste centrale voorzieningen. Een van de oudste gebouwen is de Nederlands Hervormde kerk aan de Binnenburg, die rond 1400 werd gebouwd op de fundamenten van een nog ouder Romaans kerkje.

   

 

   

Den Burg is een levendig plaatsje dat zelfs een beetje een 'stadse' indruk maakt. Het heeft een opvallend stratenplan van ringvormig rond het centrum lopende straten, een concept dat in de naoorlogse nieuwbouwwijken werd herhaald. Door het ruime aanbod aan winkels en horeca is het zeer populair bij de toeristen en daardoor altijd gezellig druk. Een van de bekendste blikvangers is het pittoreske hofje aan de Weverstraat.

Klik om te vergroten

   


Een wandeling van ongeveer een half uur brengt je van Den Burg naar De Waal, met slechts 400 inwoners het kleinste dorp van het eiland. Onderweg kom je wellicht een onbeheerd staande antieke bakfiets tegen waar Texelse producten zoals schapenwol, pompoenen en bloembollen te koop aangeboden worden. Gelieve zelf het verschuldigde bedrag in een doosje te deponeren. Leuk dat zoiets nog kan in Nederland anno 2004!

Van een afstand is goed te zien dat De Waal, net als Den Burg, op een heuvel is gebouwd. Voordat het omringende land werd bedijkt in de vijftiende eeuw lag het dorp op een eiland, slechts door een dijk met Den Burg verbonden. Van alle dorpen op het eiland heeft De Waal het meest een uitgesproken agrarisch karakter. Hier vind je geen visserswoningen maar voornamelijk boerderijen.

De kerk die het dorp domineert is van recente datum. Hij werd in 1952 gebouwd ter vervanging van de oude kerk die tijdens de opstand van de Georgiërs in 1945 door de Duitsers in brand geschoten werd en helemaal afbrandde. De opvallend gevormde toren is van 1961. Het orgel in de kerk maakte deel uit van de Nederlandse inzending naar de Expo van 1958 in Brussel. Bij de bouw van de kerk stuitte men op fundamenten van een nog veel ouder kerkje, een bewijs dat hier in de Middeleeuwen al mensen woonden.

Verder is nog de nabijgelegen Sommeltjesberg vermeldenswaardig, een inmiddels afgegraven oude grafheuvel waar volgens een eeuwenoude legende de Sommeltjes woonden. In de Texelse volksverhalen zijn de Sommeltjes een soort kabouterachtige aardmannetjes die alleen 's nachts leven en in het daglicht in steen veranderen. Omwille van de toeristen houden de Texelaars de legende graag in stand. Vlak bij de kerk van De Waal is een eigentijds standbeeldje van twee Sommeltjes te zien.
 

 

Sommeltjes
en Sammelkes


De Sommeltjes uit de Texelse legende vertonen, afgezien van de opvallende naamverwantschap, veel overeenkomsten met de Sammelkes uit de volksverhalen die op het eiland Wieringen worden verteld. In beide gevallen gaat het om goedaardige kleine, kabouterachtige wezentjes die onder de grond wonen en alleen 's nachts actief zijn. Uit deze overeenkomsten kan worden afgeleid dat de oorsprong van de legende teruggaat tot tijd dat Texel en Wieringen nog één geheel vormden, vóór de twaalfde eeuw dus. Nergens anders in Nederland komen dergelijke wezentjes onder deze naam in het lokale volksgeloof voor, wat onderschrijft dat het hier om een geïsoleerde Texels-Wieringer legende gaat.

 

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

   


Vier kilometer voorbij De Waal, in noordoostelijke richting, ligt Oosterend, een rustig dorpje met pittoreske smalle straatjes rond de kerk die het hart van het dorp is. Deze kerk dateert deels uit de twaalfde eeuw en is daarmee de oudste van het eiland. In Oosterend ontmoetten de landbouw en de visserij elkaar; hier woonden van oudsher zowel boeren als vissers. Het was niet ongebruikelijk dat een boer hier ook eigenaar van een vissersboot in Oudeschild was. Oosterend had gedurende korte tijd in de negentiende eeuw zelfs een eigen haven, die in 1843 speciaal werd aangelegd voor de oestervangst. Door een sterke teruggang in deze bedrijfstak moest die haven in 1859 alweer worden opgeheven.
 

   

Klik om te vergroten

Bijna helemaal op de noordpunt van Texel ligt De Cocksdorp, het jongste dorp van het eiland. Het werd gesticht na het totstandkomen van de Eierlandse polder in 1835 en heette aanvankelijk heel toepasselijk Nieuwdorp. Het werd echter al snel vernoemd naar de initiatiefnemer van de inpoldering van Eierland, de Belgische reder N.J. de Cock die na de Belgische opstand van 1830 was uitgeweken van Antwerpen naar Rotterdam.

   


Lange tijd was De Cocksdorp slechts een onbeduidend plaatsje ten behoeve van de boeren die zich in de nieuwe polder vestigden. Die boeren kwamen uit het hele land, wat nog te zien is aan de namen van veel boerderijen hier zoals 'Nieuw Breda', 'Zeeland' en 'Rotterdam'. Behalve de Nederlands Hervormde kerk uit 1841 en de Rooms-Katholieke kerk uit 1877 is er niet veel te zien in het dorp, maar in de tweede helft van de twintigste eeuw heeft het toerisme ook De Cocksdorp ontdekt. In de directe omgeving liggen nu enkele grote bungalowparken en campings waardoor zich meer horeca en winkeltjes hebben gevestigd en het dorp wat levendiger is geworden. Het telt telt momenteel zo'n 1.250 inwoners.

Ten zuiden van De Cocksdorp ligt in de Eierlandse polder het vliegveld 'Vlijt', zo genoemd naar een boerderij die hier oorspronkelijk stond. Het werd in 1937 geopend en had in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog zelfs een directe luchtverbinding met Schiphol die tweemaal per dag werd gevlogen. Het veld wordt tegenwoordig voornamelijk gebruikt voor de recreatieve luchtvaart, maar is ook een uitvalsbasis voor helikopters die diverse boorplatforms in de Noordzee bevoorraden. Het veld heeft twee grasbanen: 04-22 van 1.115 meter en 13-31 van 630 meter lang. Het heeft de status van internationale luchthaven en de ICAO code is EHTX. Op het veld is het Luchtvaartmuseum Texel gevestigd.
 

   

Op de uiterste noordpunt van Texel staat, hoog op het duin, de vuurtoren die gebouwd werd in 1864. Tijdens de opstand van de Georgiërs in 1945 is hier hevig gevochten. Een aantal rebellen had zich in de toren verschanst en bij de daarop volgende beschietingen door de Duitsers werd deze zwaar beschadigd. In het zomerseizoen vertrekt vanaf hier dagelijks een toeristische veerdienst naar het buureiland Vlieland.

Klik om te vergroten

   


Een van de belangrijkste trekpleisters van Texel is het natuurgebied De Slufter, dat een paar kilometer van De Cocksdorp aan de Noordzeekust ligt. Hier is een natuurlijke opening in de duinenrij, waardoor tweemaal per etmaal bij vloed het zoute zeewater het achterland binnendringt en een landschap van grillige kreken en zoute plassen heeft gevormd. Het is de enige plaats aan de Nederlandse kust waar dit verschijnsel zich voordoet en deze unieke omstandigheden hebben gezorgd voor een zeer gevarieerde zoutwatervegetatie en een grote rijkdom aan vogelsoorten in het gebied. De Slufter is dan ook een begrip onder natuurliefhebbers.
 

   

Klik om te vergroten

 


Direct ten zuiden van De Slufter ligt De Muy, een mooi natuurgebied op de grens van duinen en polder, tussen de zee en de stuifdijk die hier in de achttiende eeuw werd aangelegd om het eilandje Eierland met Texel te verbinden. Aan de zeezijde van die dijk vormden zich nieuwe duinen, aan de landzijde de kwelder die in 1835 werd bedijkt tot de Eierlandse polder. Tijdens een zware storm in 1851 werd ook hier een gat in de duinenrij geslagen waardoor het zeewater binnenstroomde. In 1878 kon de bres worden gedicht, wat bij De Slufter -gelukkig- nooit gelukt is!

Verder naar het zuiden gaande komen we uiteindelijk in De Koog, de enige echte badplaats van het eiland. Twee duinenrijen slechts scheiden het dorp van de zee, en daar tussenin ligt een kilometerslange camping die vooral populair is bij jongeren. De ligging, met aan de ene kant het strand en aan de andere kant het uitgaansleven van De Koog onder handbereik, is dan ook ideaal.

Van het oude dorpje De Koog is, behalve het piepkleine Hervormde kerkje uit 1719, weinig meer over. In de Dorpsstraat, die dankzij een ringweg tot voetgangersgebied is gemaakt, rijgen de bars, restaurants, winkels en disco's zich aaneen. De Badweg van het dorp naar het strand wordt tegenwoordig via een soort van viaduct over de duinvallei met de camping geleid. Alleen het strand is gelukkig hetzelfde gebleven, nog altijd even mooi.
 

   

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

   


Hoewel De Koog met zijn ruim 1.200 inwoners qua grootte ver achterblijft bij Den Burg is het door zijn ligging direct aan zee voor het toerisme veel belangrijker. Hier vinden we dan ook de meeste verblijfsaccomodaties van het eiland; in het dorp zelf vooral in hotels, pensions, appartementen en ook veel particuliere vakantiehuizen. In de directe omgeving ligt een aantal grotere bungalowparken en campings.

En als voor al die duizenden verblijfsgasten het weer niet uitnodigt om op het strand te liggen biedt De Koog genoeg alternatieven. Zo is er een subtropisch zwemparadijs, een overdekte kartingbaan, er zijn tennis- en squashhallen en natuurlijk EcoMare, het natuurcentrum voor Wadden en Noordzee, dat iets ten zuiden van het dorp in de duinen ligt.
 

   

Een wandeling van De Koog naar EcoMare door het duingebied Setingsnollen vergt nog geen uur en is zeker de moeite waard. Tussen De Koog en Den Hoorn ligt namelijk het enige bosgebied van betekenis dat op Texel te vinden is en dat maakt het landschap hier heel anders dan op de rest van het eiland. Tussen de dennenbossen en de zee zijn de duinvalleien vaak dicht begroeid met vlier- en duindoornstruiken.

Klik om te vergroten

   


 

   

Klik om te vergroten

Onderweg kom je het beeld tegen van Jacobus Pieter Thijsse, de bekende natuurvorser die eind negentiende eeuw enkele jaren op Texel woonde en werkte als onderwijzer. Hij was medeoprichter en later secretaris van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en heeft vele publicaties op het gebied van natuur en milieu op zijn naam staan. Het beeld werd in 1997 gemaakt door Taeke Friso de Jong.

 

Verkade

Jac. P. Thijsse, zoals hij meestal wordt genoemd, werd vooral bekend door de natuuralbums die tussen 1905 en 1940 door de koekfabrikant  Verkade werden uitgegeven. Er verschenen er in totaal 19, waarvan de meeste door Thijsse werden geschreven. De bij de albums behorende illustraties van planten en dieren werden bij de koek- en beschuitproducten van Verkade meeverpakt. Het was de bedoeling net zo lang te sparen tot je alle plaatjes van een album compleet had. Er ontstond dan ook een levendige ruilhandel in die plaatjes. Uit oogpunt van marketing in die tijd een meesterlijke zet van Verkade, met als neveneffect dat op deze manier duizenden kinderen spelenderwijs vertrouwd gemaakt werden met de natuur. De Verkade-albums bleven zo populair dat een aantal ervan recentelijk opnieuw is uitgegeven.


EcoMare is een combinatie van museum, dierenpark en bezoekers- en informatiecentrum voor het Wadden- en Noordzeegebied in het algemeen en voor Texel in het bijzonder. Het biedt leerzame exposities over de geschiedenis van het eiland sinds de IJstijd en over allerlei aspecten van de zee in relatie tot de menselijke activiteit. Een andere expositie belicht de verschillende scenario's voor de ontwikkeling van het eiland in de toekomst, waarbij een balans moet worden gevonden tussen economie, toerisme, natuurbehoud en cultuur. In de spectaculaire Waterzaal geven grote aquariums een beeld van de zee als leefgebied voor vissen en andere diersoorten die in deze wateren voorkomen.

Maar het meest populair is toch het buitenterrein, waar de vogel- en zeehondenopvang bekeken kan worden. Texel heeft een lange traditie op dit gebied. Al meer dan een halve eeuw geleden werden hier zieke en gewonde zeehonden of jongen die hun moeder verloren hebben, de zgn. 'huilers', opgevangen en verzorgd. Dat was in een tijd dat de zeehonden nog actief werden bejaagd in de Nederlandse wateren. Vanaf 1962, toen de jacht werd verboden, is het opvangbeleid erop gericht dat de dieren, nadat ze zijn hersteld en aangesterkt, weer in zee worden uitgezet.
 

 

Klik om te vergroten

Door hun ontwapenende uiterlijk oefenen de zeehonden, vooral natuurlijk de kleintjes, op de meeste mensen een bijna onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Dat onschuldige uiterlijk is trouwens nogal misleidend. Zeehonden zijn echte roofdieren en niet bijzonder gesteld op mensen, zoals bijvoorbeeld dolfijnen. Als ze zich in het nauw gebracht of anderszins geïrriteerd voelen zullen ze letterlijk van zich afbijten!

 

 

 

 

 

Tweemaal per dag, om 11:00 en om 15:00 uur, worden de zeehonden gevoerd. Dat zijn de meest populaire tijdstippen om in EcoMare te zijn en dan verdringen de bezoekers elkaar rond de bassins om de capriolen te zien die de zeehonden uithalen om een visje te bemachtigen. Zelfs in november, buiten het hoogseizoen, is het nog behoorlijk druk rond voedertijd. Jaarlijks bezoeken zo'n 300.000 mensen EcoMare.

Klik om te vergroten

 

 


Vanaf EcoMare verder naar het zuiden gaande komen we uiteindelijk terecht in Den Hoorn, het meest zuidelijke dorp van Texel en met 965 inwoners na De Waal het kleinste van het eiland. Dat is vroeger anders geweest. In de zeventiende en de achttiende eeuw was het dorp veel groter en belangrijk omdat hier veel loodsen woonden. Het beloodsen van de van hun verre reizen terugkerende VOC-schepen door de gevaarlijke wateren rondom Texel was toen een belangrijke bron van bestaan voor het eiland. Inwoners van Den Hoorn stonden op een nabijgelegen hoog duin op de uitkijk naar schepen die mogelijk een loods nodig hadden en omdat ze die schepen eerder in de gaten hadden dan hun collega's uit Oudeschild waren ze die vaak te snel af. Het duin, met ruim 24 meter het hoogste van Texel, heet tot op de dag van vandaag het Loodsmansduin.
 

 

 

Klik om te vergroten

Het markante witte kerkje van Den Hoorn is een van de bekendste en meest gefotografeerde in Nederland. In vrijwel geen enkele fotopublicatie over Nederland ontbreekt het. Dat komt enerzijds door de bijzondere vorm, die ontstond toen in 1646 het koor werd afgebroken en vervangen werd door een rechte muur, en anderzijds door de geïsoleerde ligging aan de rand van het dorp. De kerk dateert uit 1425, de toren uit 1450.

 

 


De 15e-eeuwse torenklok hangt nog steeds in de toren, ondanks het feit dat deze in 1944 door de Duitse bezetter werd gevorderd om te worden omgesmolten voor de oorlogsindustrie, zoals toen bij vrijwel alle kerken in Nederland gebeurde. De klok werd met nog 200 andere per schip afgevoerd, maar de Nederlandse schipper liet vlakbij het eiland Urk zijn schip expres zinken. Na de oorlog konden alle klokken worden geborgen en zo kreeg ook Den Hoorn zijn klok weer terug.

De typische situering van het kerkje aan de rand van het dorp is te verklaren door het feit dat Den Hoorn in vroeger jaren veel groter is geweest. De kerk stond toen in het centrum van het dorp, maar toen in de negentiende eeuw het loodswezen als bron van inkomsten wegviel trokken veel bewoners weg en werden hun huizen afgebroken. Zo kwam het kerkje helemaal vrij in het landschap te staan.
 

   

Ga je vanuit Den Hoorn nog verder nog verder in zuidelijke richting dan kom je terecht in De Mok, een schitterend natuurgebied dat zeer geliefd is bij vogelaars. Op de dijk langs de Mokbaai kun je altijd mensen met verrekijkers en camera's in de weer zien. Daarachter ligt de Hors, de kilometers brede strandvlakte op de uiterste zuidpunt van Texel. Een bijna onwezenlijk landschap waar je je geheel verloren voelt.

Klik om te vergroten

   


Op de Hors zijn we aan het eind gekomen van ons rondje Texel. Niet dat we alles al hebben gezien; daarvoor is het eiland gewoon te groot. Veel meer dan een globale indruk kan deze pagina dan ook niet geven. Wellicht heeft het je op het idee gebracht zelf eens een bezoek aan het eiland te brengen. Voor mij was het in november 2004 de zevende of de achtste keer dat ik op Texel was; ik ben de tel een beetje kwijt. Maar het zal vast niet de laatste keer zijn geweest!
 

   

Klik om te vergroten

 

     




Meer over Texel en aanverwante informatie

www.texel.nl
Officiële website van de Gemeente Texel.

www.texel.net
Website van de VVV Texel. Ook Engelse en Duitse versie beschikbaar.

www.texel.com
Commerciële website met informatie over Texel.

texel.pagina.nl
Texel startpagina.

www.texelsmaritiem.nl
Website van het Maritiem & Juttersmuseum in Oudeschild. Ook Engelse en Duitse versie beschikbaar.

www.ecomare.nl
Website van EcoMare, het centrum voor Wadden en Noordzee. Ook Engelse en Duitse versie beschikbaar.

voc.texel.net
Website over de geschiedenis van de VOC (Verenigde Oostindische Compagnie) in relatie tot Texel.

www.texeltv.nl
Commerciële website met informatie en video's over Texel. Ook Duitse versie beschikbaar.

Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek


november 2004