Oneerlijk
verdeeld
|
|
|
|
De
Nederlandse Waddeneilanden zijn al meer dan een eeuw
geliefd als vakantiebestemming, zowel bij de Nederlanders zelf als
bij de inwoners van Nederland's buurlanden. Van de vijf (bewoonde)
Waddeneilanden is Terschelling, na Texel, het op één na grootste.
Waarom juist dit eiland zo populair is bij de toeristen moge uit deze
pagina blijken.
Om te beginnen is Terschelling gezegend met het langste strand van alle
Waddeneilanden. Aan de noordzijde van het eiland ligt maar liefst
dertig kilometer prachtig wit zandstrand op de toeristen te
wachten, op sommige plaatsen meer dan een kilometer breed. En aan de zuidzijde
ligt de
Waddenzee, een van de belangrijkste natuurgebieden van noordwest
Europa. Door de langgerekte
vorm van Terschelling ben je nergens op het eiland meer dan een
half uurtje lopen van de zee verwijderd.
Terschelling heeft een aangenamer klimaat dan de rest van
Nederland. De winters zijn er milder en de zomers koeler. Het
hele jaar door schijnt de zon er tweemaal zoveel als op het vasteland.
Ook regent het er veel minder. Verder is het eiland is een paradijs voor
natuurliefhebbers en voor rustzoekers. Toch is er ook genoeg
vertier op Terschelling om het tot een populaire vakantiebestemming
voor jongeren te maken. En de liefhebbers van kunst en cultuur komen
aan hun trekken tijdens het unieke jaarlijkse Oerol festival,
waarover verderop meer.
Het is dikwijls oneerlijk verdeeld in de wereld. Veel plaatsen hebben
helemaal niets om zich op te laten voorstaan. Terschelling
daarentegen is wel heel erg rijk bedeeld!
|
|
|
Van strandwal tot eiland
|
|
|
|
Over
de geologische geschiedenis van Terschelling kunnen we tamelijk kort zijn.
Die verschilt namelijk niet wezenlijk van die van de andere Waddeneilanden.
Het hele gebied is gevormd in het oud-Holoceen, de periode van 20.000
tot 5.000
jaar voor het begin van onze jaartelling. Er was toen overigens
nog helemaal geen sprake van eilanden, maar van moerassig laagland
in de delta van de Rijn. Een noordelijke zijarm van deze rivier stroomde
juist ten westen van het huidige Terschelling uit in de Noordzee.
Doordat zeestromingen veel zand aanvoerden begonnen zich langs de
lage kusten brede zandstranden te vormen. Vervolgens waaide de wind het
zand op tot stuifduinen en naarmate deze begroeid raakten met
grassen ontstond
de duinenrij die zo karakteristiek is voor de Nederlandse
Noordzeekust, een strandwal die het achterliggend land beschermde tegen de
zee.
Die strandwal had echter zwakke plekken. Op verschillende
plaatsen, daar waar rivieren in zee uitstroomden, was zij
onderbroken. Bij zware stormen in combinatie met hoge waterstanden
stroomde het zeewater door deze gaten landinwaarts en overstroomde
grote gebieden achter de strandwal. Maar zolang daar weinig of geen
mensen woonden was de schade minimaal. De eerste bewoners die
zich hier vestigden, tegen het eind van de negende eeuw, bouwden
hun nederzettingen op terpen om zich te beschermen tegen de regelmatige
overstromingen.
|
|
|
Terschelling
-
enkele cijfers
Lengte 29 km,
max. breedte 4,5 km, oppervlakte ca. 90 km², hoogste
punt (Kaapsduin) +31,4 m NAP,
inwoners: 4.750.
|
|
|
Eind
dertiende eeuw was de situatie ontstaan dat het gebied achter de
strandwal, dat we nu kennen als de Waddenzee, min of meer
permanent overstroomd was. Dat was, naast een algehele stijging
van de zeespiegel, mede het gevolg van enkele zeer
zware stormen, die ook de Zuiderzee deden ontstaan en de Friese
Middelzee, een zeearm die reikte helemaal tot waar nu de Friese
hoofdstad Leeuwarden ligt. De vroegere strandwal was daardoor een
snoer van eilanden geworden, dat zich uitstrekte van Den Helder in
Noord-Holland tot aan Esbjerg in Denemarken.
We mogen aannemen dat er toen al mensen op de strandwal woonden,
want de eerste geschriften waarin sprake is van nederzettingen op
Terschelling dateren uit de dertiende eeuw. Aanvankelijk leefden
die bewoners vooral van de visserij, maar al vrij snel werd ook de
handel een belangrijke bron van inkomsten. Terschelling was strategisch gelegen aan de vaarroute van en naar
Zuiderzeehavens als Kampen, Harderwijk, Enkhuizen, Hoorn en
natuurlijk Amsterdam, die zich vanaf de vijftiende eeuw begonnen
te ontwikkelen tot belangrijke handelscentra. Daar kwam nog bij
dat zich bij West-Terschelling een mooie beschutte baai had
gevormd - de enige natuurlijke baai in Nederland - die ideaal was
voor de overslag van goederen op kleinere schepen om verder landinwaarts
te worden vervoerd.
Veel Terschellingers verdienden hun brood op zee, als visser, in
de koopvaardij of in het loodswezen. Vanaf de zestiende eeuw gingen
steeds meer bewoners zich toeleggen op de walvisvangst in de
noordelijke wateren, die uitgroeide tot een belangrijke bron van
inkomsten. Een van hen was de beroemdste inwoner van Terschelling, de
zeevaarder Willem Barentsz, die in 1596 op weg ging om ten
noorden van Rusland een doorvaart naar Indië te vinden. Zijn schip kwam
echter vast
te zitten in het arctische ijs en hij was gedwongen met zijn bemanning de
poolwinter door te brengen op het eiland Nova Zembla. Hij zou
de expeditie niet overleven want hij stierf tijdens de terugreis
in 1597 aan de gevolgen van uitputting.
In de negentiende eeuw namen de zaken een ongunstige wending voor
Terschelling. De handel met de Zuiderzeehavens nam sterk af en het
eiland verarmde. Meer Terschellingers gingen zich noodgedwongen toeleggen op de
landbouw, in de polders aan de zuidkant van het eiland die in de
loop der jaren stukje bij beetje op de Waddenzee werden veroverd.
Tot grootschalige landbouw is het echter nooit gekomen. Daarvoor was
de ruimte te beperkt.
Begin twintigste eeuw kreeg Terschelling een regelmatige
bootverbinding met Harlingen op het Friese vasteland. Daarna kon
het toerisme zich ontwikkelen tot de belangrijkste
bron van inkomsten voor het eiland. Vandaag de dag heeft
Terschelling een totale capaciteit van 20.000 bedden in hotels,
appartementen, bungalowparken en kampeerterreinen. In het
toeristenseizoen groeit de eilandbevolking tot het vijfvoudige van
normaal.
|
|

Terschelling in de 'Digitale Maquette van Nederland' van TerraDesk.
|
|
Speelbal van de machtigen
|
|
|
|
De
strategische ligging van Terschelling aan de vaarweg naar de
belangrijke havensteden in het Zuiderzeegebied en de beschutte
haven maakten het eiland al snel tot een speelbal van de grote
mogendheden. Aanvankelijk was het een deel van Friesland; de
eerste bewoners waren Friezen die het eiland de naam Schylge of
Skylge gaven. Hoewel het eiland formeel tot het eigendom van Friese
edelen behoorde bemoeiden dezen zich er nauwelijks mee en gingen de bewoners zo'n beetje hun eigen
gang, alsof het een onafhankelijk ministaatje was.
Maar aan het eind van de veertiende eeuw lieten de graven van het
concurrerende Holland hun begerige ogen op Terschelling vallen.
Daarop volgden twee eeuwen van regelmatig terugkerende strijd,
plundering en brandschatting, tot uiteindelijk in 1615 het eiland
definitief in handen van Holland kwam.
Daarmee was de ellende nog niet afgelopen. In 1666, tijdens
de Tweede Engelse Zeeoorlog, kreeg Terschelling te maken met een
inval door de Engelsen, die plunderend en brandschattend over het
eiland trokken en waarbij heel West-Terschelling, met uitzondering
van de vuurtoren Brandaris, in de as werd gelegd. Deze inval
leidde tot de legendarische Hollandse strafexpeditie naar Chatham
in 1667, waarbij admiraal Michiel de Ruyter de Theems opvoer en de
Engelse vloot in haar thuishaven grotendeels vernietigde.
Terschelling bleef Hollands tot 1806, toen de Bataafse Republiek
instortte en Nederland werd ingelijfd door het Napoleontische
rijk. Het werd een koninkrijk onder koning Lodewijk Napoleon, de broer van Bonaparte, die besloot het eiland om praktische redenen
bij de provincie Friesland in te delen. Een maatregel die in 1814,
na de val van Napoleon, alweer ongedaan werd gemaakt. Het
Voorlopig Bestuur dat na het vertrek van de Fransen werd gevormd kende Terschelling
weer toe aan de provincie Noord-Holland.
Het was een andere bezetter, nazi-Duitsland, die in 1942
Terschelling weer bij de provincie Friesland indeelde, en zo is
het tot op heden gebleven. En eerlijk is eerlijk, dat is ook wel
het meest praktisch. Het eiland ligt immers veel dichter bij
Friesland dan bij Noord-Holland en je kunt er alleen via
Harlingen, op Fries grondgebied dus, komen. Maar de strijd tussen
Holland en Friesland heeft zijn sporen nagelaten. Tot op de dag
van vandaag worden er op Terschelling drie verschillende dialecten
gesproken. Het dialect van het oosten van het eiland is sterk
verwant aan het Fries, terwijl dat van het westen meer lijkt op
het Noord-Hollandse Westfries.
|
|
|
De
vlag van Terschelling

Hoewel er meerdere verklaringen voor de betekenis van de
kleuren in de Terschellinger vlag in omloop zijn is dit de
meest voorkomende:
rood voor de daken,
blauw voor de lucht,
geel voor het strand,
groen voor het gras en
wit voor de branding. |
|
|
Een weekje op Terschelling
|
|
|
|
Een
reis naar Terschelling begint doorgaans in Harlingen. Tenzij je
wilt gaan lopen, wat wel kan maar niet aan te raden is als je geen
geoefend wadloper bent, want het is een zeer zware tocht. Alles
werkt mee om je het gevoel te geven dat je een echte zeereis gaat
maken. Allereerst de haven van Harlingen. Dat is een groot en
bedrijvig havencomplex midden in het drukke stadje, waar op en
rond het water voortdurend van alles gebeurt. Een heel verschil
met bijvoorbeeld het vertrekpunt van de veerdienst naar buureiland
Ameland, dat weinig meer om het lijf heeft dan een aanlegplaats
aan de veerdam, een paar kilometer buiten het dorpje Holwerd in
Noord-Friesland. Hier in Harlingen voel je je in een echt
havenstadje met een lange geschiedenis.
|
|
|
|
Naast
de veerdienst naar Terschelling vertrekt ook die naar buureiland
Vlieland vanuit Harlingen en dat geeft, vooral in het
zomerseizoen, extra drukte en bedrijvigheid. Naar Terschelling
vaar je met de veerboten 'Midsland' en 'Friesland'. Vooral de
laatste, met haar dubbele autodek, ziet er heel stoer en
zeewaardig uit. Alsof zij gebouwd is voor veel langere reizen dan
de twee uur die de overtocht naar Terschelling duurt. |
|
 |
|
|
<
klik op een foto om te vergroten |
|
|
|
|
|
|
|
Dat
de overtocht twee uur duurt komt niet zozeer door de afstand, maar
door het feit dat de veerboot de grillig verlopende vaargeulen
over de ondiepe Waddenzee moet aanhouden. Hij vaart daardoor een zigzagkoers,
waarbij je het eiland Terschelling het ene moment aan stuurboord
en dan weer aan bakboord kunt zien liggen. Onderweg kom je langs
het onbewoonde vogeleiland Griend, waar je vaak zeehonden kunt
zien liggen zonnen op het zand. |
|
|
|
|
Maar niet iedereen reist louter voor zijn of haar plezier van en
naar Terschelling. Als je op het eiland woont en je werk of je
school is op het vasteland dan is die overtocht van twee uur heen
en twee uur terug geen ontspanning maar een dagelijks terugkerend
ongemak. Speciaal voor hen is er de snelboot 'Koegelwieck', een
gestroomlijnde catamaran met water-jetvoortstuwing die de reis in minder dan een
uur doet. Je moet dan wel voor lief nemen dat je niet lekker kunt
uitwaaien aan dek, want op deze boot, die met een vaartje van zo'n
60 km/u over het wad raast, kun je alleen binnen zitten, als in
een vliegtuig.
|
|
|
|
 |
|
|
|
Wat bij aankomst in West-Terschelling meteen opvalt is de
vuurtoren Brandaris, die het dorpje domineert en met zijn
opvallende vierkante vorm gezichtsbepalend voor het eiland is
geworden. De huidige toren is de derde op Terschelling, die werd
vernoemd naar Sint Brandaan. Deze onverschrokken Ierse monnik
bevoer al in de zesde eeuw de Atlantische Oceaan en staat bekend
als de beschermer van de zeevaarders.
De eerste toren werd in de veertiende eeuw gebouwd als baken om de vaarroute
naar Amsterdam, tussen de eilanden Vlieland en Terschelling door,
te markeren. Dat was nodig omdat de Waddeneilanden vanaf de Noordzee gezien
nogal veel op elkaar leken zodat een vergissing gauw gemaakt was. Deze
toren diende alleen als visueel oriëntatiepunt en er brandde geen
vuur op; het was dus strikt genomen geen vuurtoren.
Die eerste Brandaris werd het slachtoffer van kustafslag, waardoor hij
zodanig beschadigd werd dat hij in januari 1593 instortte. Direct werd besloten verder landinwaarts een nieuwe toren te
bouwen, maar deze stortte al tijdens de bouw in, waarschijnlijk
door gebruik van slechte materialen. De derde toren werd op
dezelfde plaats gebouwd en werd in het najaar van 1594 voltooid. Dat is de
Brandaris die er vandaag de dag nog staat en die daarmee de oudste en
tevens de bekendste vuurtoren van Nederland is.
De Brandaris fungeerde als echte vuurtoren tot het midden van de achttiende
eeuw, maar niet echt tot volle tevredenheid. De kaarslamp waarmee
hij was uitgerust gaf veel te weinig licht. Zijn functie werd
overgenomen door een vuurbaak op een naburig duin, omdat men het
niet erg praktisch vond om bovenop de toren een kolenvuur
brandende te houden. Maar in 1835 kreeg de Brandaris weer
verlichting en werd hij, als eerste vuurtoren in Nederland,
uitgerust met een draaiende Fresnel lens. In 1907 kreeg de toren
elektrische verlichting, waarvoor Philips een speciale lamp, de 'Brandarislamp'
ontwikkelde.
Tegenwoordig is de Brandaris uitgerust met radar om de scheepvaart
op de Noordzee en de Waddenzee in de gaten te houden. De
Nederlandse Kustwacht heeft hier een waarnemingspost die 24 uur
per dag bemand is en er is een weerstation van het KNMI op de
toren gevestigd. Door al deze activiteiten is de markante toren
helaas niet toegankelijk voor het publiek. Tenzij je gaat trouwen,
want de gemeente Terschelling heeft de eerste verdieping van de Brandaris aangewezen als
officiële trouwlocatie.
|
|
|
|
|
|
|
|
West-Terschelling is de grootste plaats van het eiland en ook de
echte 'hoofdplaats', waar sinds 1814 het gemeentebestuur zetelt.
Hier vind je het Maritiem Instituut Willem Barentsz, de
zeevaartschool die ruim 125 jaar geleden op Terschelling gevestigd werd, en
het cultuurhistorisch museum 't Behouden Huys, vernoemd naar het
huis dat Willem Barentsz op Nova Zembla bouwde om de poolwinter in
door te brengen. Verder biedt West, zoals het hier kortweg genoemd
wordt, een ruime keuze aan winkels, cafés, restaurants en
dancings, waardoor het een levendige plaats is met veel vertier
voor jong en oud.
|
|
|
|
De
tweede plaats qua grootte is Midsland dat, zoals al uit de naam blijkt,
ongeveer in het midden van het eiland ligt. Wel een stuk kleiner en
rustiger dan West, maar met een gezellige dorpsstraat waar het 's
zomers op de terrassen van de talrijke cafés en restaurants goed
toeven is. Vóór de zetel van het eilandbestuur in 1814 naar
West-Terschelling werd verplaatst was Midsland de hoofdplaats van
het eiland en de woonplaats van de drost. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De
overige dorpen op Terschelling zijn niet veel meer dan gehuchten.
In Formerum staat de enige molen van het eiland, die vroeger graan
maalde maar nu in gebruik is als koffiehuis en daarom tegenwoordig
'Koffiemolen' heet. Hier is ook het bedrijf gevestigd dat cranberries
of veenbessen verwerkt tot diverse producten zoals wijn, likeur en
jam. Deze bessen groeien in Nederland alleen op Terschelling en
op buureiland Vlieland. |
|
|
|
|
|
|
|
|
De
oude dorpjes op Terschelling liggen achter de duinen en dus
tamelijk ver van zee. Omdat de toeristen graag zo dicht mogelijk
bij het strand willen zitten zijn in de twintigste eeuw een paar
nieuwe 'dorpjes' in de duinen gebouwd, West aan Zee en Midsland
aan Zee. Hier vinden we veel verblijfsaccommodaties: hotels,
appartementen, vakantiehuisjes en campings. Voor de gezelligheid
moet je echter in de oude dorpjes zijn. |
|
|
|
|
|
|
Elk jaar, halverwege de maand juni, zijn al deze plaatsen en
plaatsjes het decor voor de kunstmanifestatie Oerol,
een uniek festival dat zijn gelijke in Nederland niet kent. Rondom
een thema dat nauw verbonden is met Terschelling vinden gedurende
de tien dagen dat het festival duurt overal op het eiland
honderden kunstuitingen plaats op het gebied van muziek, zang,
dans, straattheater, beeldende kunst en landschapskunst, vaak met
een experimenteel karakter. Het festival is vooral de laatste
jaren enorm in populariteit toegenomen en wordt door tienduizenden
mensen bezocht, waarmee de grenzen van wat het eiland kan
verwerken bereikt lijken te zijn. Al met al is de sfeer tijdens
Oerol, met al die mensen die zich over het algemeen per fiets van
het ene evenement naar het andere begeven, heel speciaal.
|
|
|
Terschelling
en de cranberries
In Nederland groeien cranberries alleen op
Terschelling en op Vlieland. Volgens de overlevering vond
rond 1840 de jutter Pieter Sipkes op het strand een houten vat. Hij nam
het mee naar zijn huisje in de duinen en maakte het open.
Groot was zijn teleurstelling toen het vat gevuld bleek te
zijn met rode, zuur smakende bessen en hij kieperde het
leeg in een duinvallei.
De bessen schoten wortel en gedijden uitstekend in de
zure, kalkarme bodem en het zonnige klimaat. In 1868
werden de bessen hier ontdekt door de botanicus Holkema en
vanaf 1900 worden ze door de eilanders geplukt en verwerkt
tot allerlei producten zoals wijn, likeur, azijn, siroop
en sap, dat een heilzame werking heeft bij nier- en
blaasaandoeningen.
|
|
|
Maar
behalve die tien dagen in juni komen de meeste bezoekers toch
vooral naar Terschelling om te genieten van zon, zee en strand.
Omdat de aanvoercapaciteit van de veerdienst beperkt is wordt het
nooit echt vol op het eiland en op de brede stranden heb je dan
ook altijd een overvloed aan ruimte. Vooral op de meest westelijke
punt van het eiland, de Noordvaarder genaamd, is het strand enorm
breed en kun je jezelf in de woestijn wanen. Dit was ooit een
aparte zandplaat, die halverwege de negentiende eeuw door
verzanding van een stroomgeul aan het eiland is vastgegroeid. Iets
soortgelijks gebeurde er aan de oostkant, waar een aantal losse
zandplaten samengroeiden tot het huidige natuurgebied de
Boschplaat. Door deze veranderingen is Terschelling in de
afgelopen anderhalve eeuw bijna tweemaal zo lang geworden.
|
|
|
|
|
|
|
Zoals op alle Waddeneilanden vind je aan de zuidkant van
Terschelling geen stranden
maar in plaats daarvan een stoere dijk, die de scheiding vormt tussen het wad en de
polder. Bij
Oosterend houdt de dijk op; ga je nog verder naar het oosten dan kom
je op de
uitgestrekte kwelders van het natuurgebied Boschplaat terecht.
Het verschil tussen wad, kwelder en polder is dat het wad bij iedere
vloed, dus tweemaal per etmaal, helemaal onder water staat, terwijl
de kwelder door aanslibbing al zover is opgehoogd dat hij alleen bij
zeer hoge waterstanden (gemiddeld eens per tien jaar) nog
overspoeld wordt. Daardoor kunnen op de kwelder zoutbestendige planten
zoals zeekraal, lamsoor,
zoutmelde, zeeaster en zeealsem gaan groeien. Een polder is een kwelder waar een
dijk omheen is gebouwd zodat het zoute zeewater er geen invloed meer
op heeft en de grond voor de landbouw kan worden gebruikt.
Eeuwenlang hebben de bewoners van deze kuststreken hun gebied
uitgebreid door kwelders in te dijken en de polders in gebruik te
nemen voor de landbouw. Ook bouwden ze golfbrekers van rijshout in
zee om de aanslibbing en de vorming van nieuwe kwelders te
bevorderen. Nog slechts een halve eeuw gelden was de verwachting dat
op deze manier uiteindelijk vrijwel de hele Waddenzee ingepolderd
zou worden. Gelukkig heeft men op tijd de onschatbare waarde van het
waddengebied ingezien en is deze ontwikkeling gestopt. Er worden nu
geen kwelders meer ingedijkt en landaanwinning vindt nog slechts op
beperkte schaal plaats, met als enig doel om bestaande kwelders te
beschermen tegen afslag
|
|
|
|
|
|
|
|
Maar of je nu voor een kort bezoek naar Terschelling komt of voor
langere tijd, als je hier niet woont komt eens het moment dat je
weer moet vertrekken, terug naar het vasteland. De aankomst van de
veerboot, vol met mensen die hun verblijf op het eiland nog voor de
boeg hebben, veroorzaakt een licht gevoel van afgunst en ook een
beetje weemoed. Bleek zijn ze nog, die nieuwkomers, in tegenstelling
tot de zonverbrande koppen van de mensen die vertrekken. Want dat
is zeker een feit: in welk seizoen je Terschelling ook bezoekt, een
paar dagen op het eiland is voldoende om je huid een paar tinten
donkerder te kleuren.
Binnen een kwartier nadat de veerboot is leeggestroomd heeft ze al
de vertrekkers alweer opgeslokt: voetgangers met rugzakken,
fietsers, motorfietsen, auto's met caravans, vrachtwagens en de
treintjes met de bagagewagentjes. Mensen hangen over de reling in
afwachting van het vertrek. Sommigen worden uitgezwaaid door mensen
beneden op de kade die nog wat langer mogen blijven. Velen van hen
weten nu al dat ze hier terug zullen komen.
Gelukkig is de reis naar Terschelling niet meer zo'n avontuur als
500 jaar geleden. In 1507, zo lees ik ergens, vertrok ene Jacob van
Zevenbergen op 8 februari van dat jaar uit 's-Hertogenbosch naar Terschelling.
Wat hij daar ging doen vermeldt het verhaal niet. Hij reisde via
Geertruidenberg, Schoonhoven, Gouda en Alphen aan de Rijn naar
Haarlem en vandaar naar Amsterdam. Daar moest hij enige tijd wachten
op aansluitend vervoer naar Enkhuizen, vanwaar een boot naar
Terschelling vertrok. Vanwege stormweer kon die twee dagen lang niet
uitvaren, zodat Jacob uiteindelijk op 21 februari op Terschelling
aankwam. Een reis van bijna twee weken!
Zo lang duurt het tegenwoordig gelukkig niet meer. Dezelfde reis
maak je vandaag de dag (met het openbaar vervoer) in krap vijf uur.
Per auto nog een uurtje korter. De kans dat ik hier nog eens
terugkom is dan ook zeer groot!
|
|
|
Het
goud van de Lutine
In de loop van de eeuwen zijn in de verraderlijke
wateren rond Terschelling vele schepen vergaan. Een
daarvan was de Lutine, een Frans oorlogsschip in Engelse
dienst dat,
onderweg van Yarmouth naar Hamburg, in de nacht van 9 op
10 oktober 1799 tussen Terschelling en Vlieland verging.
De reden waarom deze schipbreuk ruim 200 jaar na dato nog
steeds de gemoederen bezighoudt is het feit dat het schip
een enorme lading aan goud en zilver vervoerde, die
bestemd was om de kwijnende economie in Hamburg nieuw
leven in te blazen. Talloze pogingen zijn sindsdien
ondernomen om het wrak te vinden en de goudschat boven
water te krijgen, waarbij zelfs baggermolens werden
ingezet, echter zonder noemenswaardig resultaat. De
bergingspogingen gaan tot op de dag van vandaag door. Over
de ondergang van de Lutine en de jacht op het goud zijn
diverse boeken geschreven. Vooralsnog weigert de Lutine
haar schatten prijs te geven en doet zij haar naam, die
'kwelgeest' betekent, dus alle eer aan.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Meer over Terschelling en aanverwante informatie
|
|
|
|
www.terschelling.nl
Officiële website van de Gemeente Terschelling.
www.vvv-terschelling.org
Website van de VVV Terschelling. Ook Engelse, Duitse, Franse,
Spaanse en Italiaanse versies beschikbaar.
www.terschelling.info
Particuliere website met nieuws en informatie over Terschelling.
www.terschelling.net
Nog een particuliere website met nieuws en informatie over
Terschelling.
www.schylge.info
Particuliere website met nieuws en informatie over
Terschelling.
www.behouden-huys.nl
Website van het cultuurhistorisch Terschelling Museum 't Behouden
Huys.
www.oerol.nl
Officiële website van de Stichting Oerol Festival, met informatie
over Oerol 2004 en voorgaande edities. Ook Engelse en Franse versie.
www.waddenzee.nl
Website van het Projectbureau InterWad met informatie over de
Waddenzee. Ook Engelse versie beschikbaar.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
mei
2003
|
|
|
|
|
|