'Het best bewaarde geheim van Zeeland'
|
|
|
|
Met deze slagzin presenteert de VVV Zeeland op haar website de
Regio Tholen en Sint Philipsland. Waarschijnlijk bedoeld om aan
te geven dat slechts weinig mensen op de hoogte zijn van de vele
voortreffelijkheden van deze streek. Maar je zou het ook zo
kunnen uitleggen dat het best bewaarde geheim het feit is dat er
hier eigenlijk niets bijzonders te beleven valt. Voor beide
opvattingen valt wat te zeggen.
Bij een eerder bezoek aan het aanpalende Sint Philipsland,
waarmee Tholen sinds 1995 één gemeente vormt, neigde de
conclusie vooral naar het laatste. Het is een echte uithoek
zonder opvallende kenmerken. Je zult er vergeefs zoeken naar
toeristische attracties waar veel mensen op afkomen. Het is een
streek waar het leven rustig zijn gangetje gaat.
Wat dat betreft heeft Tholen veel gemeen met Sint Philipsland.
Natuurlijk, het is een stuk groter en er liggen hier een paar
alleraardigste plaatsjes met een rijke historie die vaak
teruggaat tot de dertiende, veertiende eeuw. Maar ze missen de
grandeur van Middelburg, Zierikzee, Veere of Goes. Met
uitzondering misschien van het stadje Tholen zelf, dat zich ooit
qua belangrijkheid tot op zekere hoogte met voornoemde plaatsen
kon meten. Vandaag de dag is dat nog te zien aan de resten van
de vroegere vestingwerken en de vele voorname panden in de stad,
waaronder de monumentale Onze-Lieve-Vrouwekerk.
Van 'eilandgevoel' is op Tholen weinig te bespeuren. De zee is
dan ook een heel eind weg. Het vasteland, aan de overkant van de
smalle en kronkelige stroom de Eendracht, was altijd al veel
dichterbij. |
|
|
Tolplaats
|
|
|
|
Net als de andere Zeeuwse eilanden is Tholen ontstaan als gevolg van
de eeuwenlange invloeden van de zee en van de grote rivieren Rijn,
Maas en Schelde, die hier in zuidwest Nederland een grillige en
rusteloze delta hebben gevormd. Het was een gebied dat voortdurend
van aanzien veranderde. Toch hebben zich hier al in een zeer vroeg
stadium mensen gevestigd, wat blijkt uit de vondst van een 150.000
jaar oude vuistbijl bij Cadzand in het huidige Zeeuws-Vlaanderen.
Ongetwijfeld zag het er hier toen heel anders uit dan tegenwoordig.
Hoe weten we niet, want de eerste kaarten van dit gebied werden pas
in de late Middeleeuwen vervaardigd.
Rond het begin van onze jaartelling kwamen de Romeinen naar deze
streken en stichtten er verschillende nederzettingen, bijvoorbeeld
om handel te drijven met de landen overzee. Op het grondgebied van
het huidige eiland Tholen is daar niet veel meer van teruggevonden
dan wat Romeins aardewerk in de opgegraven restanten van een
boerenwoning bij het dorpje Poortvliet. Dit in tegenstelling
tot bijvoorbeeld Walcheren en Noord-Beveland, waar vele
archeologische vondsten de aanwezigheid van belangrijke Romeinse
nederzettingen hebben aangetoond. Kennelijk was Tholen niet zo
populair als woonplaats bij de Romeinen. Waarschijnlijker is dat het
eiland toen nog helemaal niet bestond.
Net als in de rest van het Zeeuwse deltagebied ontbreekt ook op
Tholen vrijwel ieder spoor van bewoning vanaf het eind van de derde
eeuw na Chr. Waarschijnlijk zijn de bewoners toen weggetrokken omdat
het leven in dit door stormen en overstromingen geteisterde gebied
niet meer vol te houden was. Pas vanaf de zesde of zevende eeuw
begonnen zich hier weer mensen te vestigen, met name in de hogere
gebieden langs de kust, waar het relatief veilig en droog was. Op
Tholen duurde het langer voordat er weer mensen kwamen wonen; de
oudste vondsten die daarop duiden dateren uit het begin van de elfde
eeuw.
|
|
|
Tholen
-
enkele cijfers
Lengte 19 km,
max. breedte 9,5 km, oppervlakte ca. 119 km², hoogste
punt (vliedberg bij Scherpenisse) +7 m NAP,
inwoners: 22.100.
|
|
|
Het eiland Tholen bestond toen nog niet in zijn huidige vorm. Op
deze plaats lag een ongeregelde verzameling kleine eilandjes, die in
de loop van de volgende eeuwen door bedijkingen aaneen zouden
groeien tot een groter geheel. Een van die eilandjes was Schakerloo.
Het werd van het vasteland gescheiden door de Henetrecht, later
verbasterd tot Eendracht, een zijarm van de rivier de Schelde die
deel uitmaakte van de toen al belangrijke vaarverbinding tussen
Antwerpen en Holland. In het jaar 1212 gaf de hertog van
Brabant, tot wiens bezit Schakerloo hoorde, toestemming hier een tol voor de
scheepvaart te vestigen. Deze tolplaats was de basis voor het huidige stadje
Tholen. In een document uit 1290 wordt de naam Toole of Tolen voor het eerst
vermeld, welke later voor het hele eiland zou worden gebruikt.
In 1365 kreeg de tolplaats van de graven van Holland en Zeeland, die
hier inmiddels de dienst uitmaakten, het recht om verdedigingswerken
aan te mogen leggen en een jaar later kreeg het stadsrechten. De
tolheffing zorgde voor veel inkomsten en het economisch belang van
de stad groeide. Halverwege de vijftiende eeuw was de bloei
op zijn hoogtepunt. Het eiland Tholen had toen door de bedijkingen
inmiddels ongeveer zijn huidige omvang en vorm bereikt.
In het jaar 1452 legde een brand vrijwel het hele stadje in de as en
hoewel de meeste gebouwen werden hersteld werd het daarna toch nooit
meer zoals vroeger. In de eerste helft van de zestiende eeuw werd
het hele gebied geteisterd door een aantal zware overstromingen die
veel schade aanrichtten. De bevolking werd verder gedecimeerd door
een pestepidemie en daar
kwam, als klap op de vuurpijl, de Tachtigjarige Oorlog nog overheen.
Tholen sloot zich in 1577, als laatste van de Zeeuwse steden, aan
bij de opstandelingen onder leiding van prins Willem van Oranje.
Maar Brabant, aan de overzijde van de smalle Eendracht, bleef tot
het einde van de onafhankelijkheidsoorlog onder Spaans gezag en dus
lag Tholen nog decennialang in de frontlinie. In 1588 moest de stad
bijvoorbeeld een aanval van Spaansgezinde troepen onder leiding van
de hertog van Parma afslaan, die probeerden al wadend door het ondiepe
water van de Eendracht voet op het eiland te zetten.
|
|

Zeeland omstreeks 1300
(uitgegeven door de Zeeuwse Boekhandel te Zierikzee) |
|
De tolinkomsten verminderden omdat in de loop der jaren de Eendracht
steeds meer verzandde, waardoor de scheepvaart andere routes moest
gaan nemen. De landbouw werd nu het belangrijkste middel van bestaan
op het eiland. In de zeventiende eeuw werd de mosselvangst op het
eiland geïntroduceerd,
doordat mosselvissers uit Reimerswaal zich op Tholen
vestigden toen hun stad door de voortdurende overstromingen in 1632
ontruimd werd. Later, in de tweede helft van de negentiende eeuw,
kwam daar de oestercultuur bij, welke uiteindelijk na de strenge
winter van 1962-1963, toen bijna alle oesters door de vorst werden
gedood, weer geheel van het eiland verdween.
In 1928 kwam er, met de bouw van de brug over de Eendracht, een eind
aan het isolement van Tholen. Daarmee was het technisch gezien ook
geen eiland meer, hoewel de plannen om de vroegere rivierarm af te
dammen en in te polderen nooit werden uitgevoerd. Integendeel zelfs;
tussen 1967 en 1976 werd de Eendracht gekanaliseerd, uitgediept en
verbreed tot 120 meter. Sindsdien maakt de vroegere Scheldearm
deel uit van de het Schelde-Rijnkanaal, de belangrijke
vaarverbinding tussen het Antwerpse havengebied en de Rijn. Doordat het water
is gebleven is Tholen eigenlijk nog steeds een beetje een eiland, tot
op de dag van vandaag.
|
|

Zeeland omstreeks 1650
(bron: ThinkQuest) |
|
De uitvoering van het Deltaplan (zie voor de details de pagina van
Neeltje Jans) heeft op Tholen
veel minder invloed gehad dan op andere Zeeuwse eilanden als
Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland. Het besluit van 1979 om de
Oosterschelde niet met een vaste dam af te sluiten maar een
stormvloedkering met beweegbare schuiven te bouwen had tot gevolg
dat er voor Tholen eigenlijk niet zoveel veranderde. Net als vroeger
bleef het zoute water van de open Oosterschelde, met zijn
getijdenverschillen, het eiland omspoelen. De scheiding tussen het
zoute zeewater en het zoete binnenwater werd noordelijker, bij Sint
Philipsland, gelegd door de bouw van de Grevelingendam en de
Philipsdam. Wel werden als onderdeel van het Deltaplan alle
buitendijken van Tholen versterkt en op Deltahoogte gebracht.
Aan de landzijde vonden wel grote veranderingen plaats als gevolg
van de uitvoering van de zgn. compartimenteringswerken van het
Deltaplan. Dit was een aanvulling op het oorspronkelijke project,
die nodig was om in de Oosterschelde de gewenste getijverschillen te
behouden. Door de bouw van de stormvloedkering in de monding van de
Oosterschelde zou er namelijk per eb/vloedcyclus minder water kunnen
in- en uitstromen, waardoor de getijverschillen te klein werden. Om
dat te compenseren werd het wateroppervlak van de Oosterschelde
effectief verkleind door de bouw van twee dammen: de Philipsdam die
de Grevelingendam verbindt met Sint Philipsland en de Oesterdam
tussen Tholen en Zuid-Beveland. Ook deze werken zijn meer uitgebreid
beschreven op de pagina van
Neeltje Jans.
|
|

Zeeland omstreeks 1930
(bron: Kleine Bosatlas) |
|
De uitvoering van de compartimenteringswerken viel samen met de
aanleg van de Schelde-Rijnverbinding. Door de bouw van de Philipsdam
werden Sint Philipsland en ook Tholen veel beter bereikbaar vanuit
de richting Rotterdam, temeer omdat er op de westoever van het
Schelde-Rijnkanaal een nieuwe verbinding tussen de twee voormalige
eilanden werd aangelegd, de Krabbenkreekdam. De Oesterdam verschafte
Tholen een veel kortere verbinding met Zuid-Beveland, omdat nu niet
meer via het vasteland omgereden hoefde te worden.
Tenslotte kreeg Tholen door twee nieuwe bruggen over het
Schelde-Rijnkanaal ook betere verbindingen met het Brabantse
vasteland: een tussen Oud- en Nieuw-Vossemeer en een bij het stadje
Tholen, die de oude brug over de Eendracht uit 1928 verving. Het
vroegere eiland is dus nu vanaf alle zijden uitstekend te bereiken.
|
|

Tholen
in
Google Earth
(klik op de afbeelding om te vergroten) |
Een
rondje Tholen in 1 dag
|
|
|
|
Ik reis naar Tholen langs dezelfde weg die ik eerder volgde naar
Sint Philipsland, vanuit het noorden via de Grevelingendam, de
Philipsdam en de imposante Krammersluizen. De Philipsdam heeft
inmiddels de bijnaam 'Vogelboulevard' gekregen vanwege de vele
vogelspotters die je hier doorgaans kunt aantreffen. Vandaag, op
deze zonnige juliochtend, zijn er echter nauwelijks te zien.
Misschien zijn ze allemaal op vakantie!
Dit keer sla ik, vóór ik Sint Philipsland binnenrijd bij de lelijke
betonnen watertoren, linksaf in zuidelijke richting naar de in 1973
geopende weg over de Krabbenkreekdam. Deze dam verbindt nu Sint
Philipsland met Tholen. Aan mijn rechterhand ligt de Krabbenkreek,
het water dat de twee voormalige eilanden van elkaar scheidt en dat
in open verbinding staat met de Oosterschelde.
Aan mijn linkerhand ligt, tussen de dam en het Schelde-Rijnkanaal,
het gebied Rammegors. Oorspronkelijk bedoeld als stortplaats voor
slib dat vrijkwam tijdens de aanleg van het kanaal, maar tot ieders
verrassing heeft zich hier spontaan een interessant en vogelrijk
natuurgebied ontwikkeld. Nu zijn er echter weer mensen die betreuren dat
het Rammegors door de aanleg van de dam is afgesloten van het getijdenmilieu. Zij bepleiten het maken van een
doorbraak in de Krabbenkreekdam om het zoute water en het getij weer
toe te laten in het Rammegors. Het is ook nooit goed!
Via de Krabbenkreekdam is het nog geen 2 kilometer van Sint
Philipsland naar Tholen, een hele verbetering ten opzichte van de
vroegere omweg over het vasteland. Binnen een paar minuten ben ik
dan ook op Tholen aangekomen en zet ik koers naar het eerste dorpje dat ik hier
zal bezoeken, Oud-Vossemeer. Deze plaats geniet enige internationale
bekendheid omdat hier de voorouders van de populaire
Amerikaanse presidentsfamilie Roosevelt (Theodore en zijn neef
Franklin Delano) vandaan kwamen.
Begin de zeventiende eeuw emigreerden zij naar de Verenigde Staten.
In 1950 bezocht Eleanor, de weduwe van president Franklin D.
Roosevelt, Oud-Vossemeer.
|
|
|
|
 |
|
In het centrum van het dorp staat sinds 1982 het 'Four Freedoms'
monument, dat verwijst naar FDR's beroemde inauguratiespeech uit 1941
waarin hij de vier basisvrijheden van de mens benoemde: vrijheid
van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van
gebrek en vrijwaring van angst. Deze vier vrijheden worden algemeen
beschouwd als voorloper van de 'Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens'. |
|
|
<
klik op een foto om te vergroten |
|
|
|
|
|
Vlakbij het 'Four Freedoms' monument staat het fraaie
Ambachtsherenhuis uit 1771. Het wordt wel eens 'het Roosevelthuis'
genoemd omdat het familiewapen van de Roosevelts hier hangt. Ze
hebben er echter nooit gewoond; sterker nog, toen het
gebouwd werd waren de Roosevelts al lang geëmigreerd. Het gebouw
was tot 1806 onder andere in gebruik als gerechtsgebouw en
later, tot 1953, als gemeentehuis. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Verder is er aan de gevel van de voormalige dorpssmederij aan de
Voorstraat een alleraardigst 18e-eeuws uurwerk met bewegende figuren
te zien. Het werd tussen 1780 en 1786 vervaardigd door de hoefsmid
Johannis Verkerke en in 1980 volledig gerestaureerd. De man met de
hamer slaat de hele uren op de grote bel; op de halve uren komt er
een tweede man vanachter het deurtje tevoorschijn die op de kleine
bel slaat.
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Vanuit Oud-Vossemeer vertrek ik in noordwestelijke richting naar de
volgende stop op mijn ronde van Tholen, Sint-Annaland, door de
lokale bewoners ook wel Stalland genoemd.
Het dorp werd gesticht door Anna van Bourgondië, Vrouwe van Ravestein.
Zij was een bastaarddochter van Philips van Bourgondië,
de bekende Philips de Goede. In 1475 verkreeg zij van haar halfbroer Karel de Stoute het recht om op Tholen een aantal schorren te
bedijken. In de nieuw gevormde polder stichtte zij in 1476 het
dorpje dat zij -gelovig als zij was- naar haar naamheilige Sint Anna,
de moeder van Maria,
vernoemde.
In 1575, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, wilde de Spaanse landvoogd
Don Luis de Requesens de strategisch gelegen havenstad Zierikzee
innemen. Hij verzamelde bij Sint-Annaland duizend van zijn langste
manschappen om al wadend over de schorren van het huidige Sint
Philipsland over te steken naar Schouwen-Duiveland. In de nacht van
25 september ontspon zich, onder de ogen van honderden toeschouwers
op de dijk, een bloedige strijd tussen de met musketten, pikhaken en
knuppels bewapende Geuzen op hun kleine scheepjes en de tot over hun
middel in het water staande Spaanse soldaten. Velen sneuvelden, maar
toch wist een aantal van hen de overkant te bereiken en na een beleg
van maar liefst negen maanden tenslotte Zierikzee in te nemen. Toen
bleek echter dat de haven totaal ongeschikt was voor de grote
Spaanse schepen en was het dus allemaal voor niets geweest!
Zoals veel Zeeuwse plaatsjes is Sint-Annaland een ringdorp. Het
centrum wordt gevormd door de Ring, een rondlopende straat waaraan
de kerk staat. De huidige hervormde kerk werd gebouwd in 1899 op de
plaats van de oorspronkelijke, 15-eeuwse Sint-Annakerk. De
Voorstraat verbindt de Ring met de haven. De oude haven werd in 1960
gedempt omdat hij een zwakke plek in de kustverdediging vormde. In
1965 werd ten behoeve van de watersport een nieuwe jachthaven in
gebruik genomen, die in open verbinding staat met de Oosterschelde.
|
|
|
Het wonder van
Sint-Annaland
Tijdens de
stormvloedramp van 1 februari 1953 werd ook
Sint-Annaland zwaar getroffen. Ruim 100 huizen werden
totaal vernield en 70% van het totaal aantal woningen
liep meer of minder ernstige schade op. Daarmee was
Sint-Annaland na Stavenisse de meest
getroffen plaats op Tholen. Het bijzondere is echter dat
er hier geen enkel slachtoffer te betreuren was, terwijl
even verderop in Stavenisse van de 1737 inwoners er maar
liefst 153 omkwamen. Dit
opmerkelijke feit wordt sindsdien wel het wonder van Sint-Annaland genoemd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Van Sint-Annaland rijd ik verder westwaarts naar Stavenisse, de
meest westelijk gelegen plaats op Tholen. De naam Stavenisse wordt
al in een oorkonde uit 1206 genoemd. Het lag toen op een eilandje,
dat in 1509 tijdens een zware storm door de zee verzwolgen werd en
waarvan verder nauwelijks iets bekend is. Het duurde bijna een eeuw
voordat het gebied opnieuw werd bedijkt. Het huidige Stavenisse
dateert van 1599.
In 1616 kreeg het dorp een kerk; dat was nadat de Reformatie had
plaatsgevonden zodat het een van de eerste nieuwe kerken in Zeeland
was die van meet af aan als protestantse kerk waren gebouwd. In de
meeste andere plaatsen namen de aanhangers van de nieuwe leer immers
de bestaande katholieke kerken over. De kerk van 1616 bestaat
overigens niet meer; deze werd in 1910 afgebroken en vervangen door
het huidige kerkgebouw. De toren, die uit 1672 dateert, is wel
bewaard gebleven.
Zoals eerder gezegd werd Stavenisse tijdens de stormvloedramp van
1953 zwaarder getroffen dan alle andere plaatsen op Tholen. In het
centrum van het dorp stond het water 3,5 meter hoog. Bijna 10
procent van de bevolking alsmede bijna al het vee kwam om en 140
huizen werden onherstelbaar vernield. Uitgebreide informatie en
foto's van de ramp in Stavenisse is te vinden op de website van
Ko
van Oeveren, die het als kind allemaal zelf meemaakte.
Een van de zwakke plekken waar het water het dorp binnenstroomde was
de haven. Het was dan ook logisch dat direct na de ramp plannen
werden gemaakt om de een kilometer lange havengeul af te dammen en
de haven te sluiten. Daartegen rees echter verzet en uiteindelijk
werd besloten de dijken langs het havenkanaal te verhogen en te
versterken. Waar het kanaal uitmondt in de Oosterschelde is in 1977
een keersluis gebouwd, die automatisch sluit bij een waterstand van
2,40 m +NAP. De tegenwoordige jachthaven telt 163 ligplaatsen en werd
geopend in 1979.
|
|
|
De
vlag van Tholen

De vlag van Tholen bestaat uit een brede centrale gele horizontale baan, aan boven- en onderzijde
omgeven door de rode, witte en blauwe banen van de
Hollandse driekleur. Het geel is de kleur van het
wapenschild van Tholen. Deze vlag was al in 1690 bekend
als de vlag van de stad Tholen. Bij de fusie van alle
gemeenten op het eiland tot één nieuwe gemeente Tholen
in 1971 ging de vlag voor het hele eiland gelden. Zo
heeft de stad Tholen dus niet alleen zijn naam, maar ook
zijn vlag aan het hele eiland geleend. Toen in 1995 het
buureiland Sint Philipsland tot de gemeente Tholen
toetrad is besloten geen nieuwe vlag te ontwerpen maar
de Tholense vlag als gemeentevlag te handhaven. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In Stavenisse heb ik het meest westelijke punt van mijn rondje
Tholen bereikt en van hier gaat de reis dus weer oostwaarts. De
eerstvolgende plaats die ik nu aandoe is Sint-Maartensdijk, vernoemd
naar de heilige Martinus. De lokale bevolking spreekt van Smerdiek.
De naam "Sinte Martensdike" wordt voor het eerst genoemd in een
oorkonde uit 1357.
In de 14e en 15e eeuw behoorde de heerlijkheid tot het bezit van het
Zeeuwse adellijke geslacht Van Borssele. Een van de meest bekende
leden van de familie was Frank van Borssele, die in 1433 trouwde met
de Hollandse gravin Jacoba van Beieren. Zijn zus, Alienora van
Borssele, schonk de plaats in 1485 stadsrechten. In tegenstelling
tot bijvoorbeeld Middelburg, Goes en Tholen was Sint-Maartensdijk
een zgn. 'smalstad', wat betekent dat het geen stemrecht had in de Staten
van Zeeland.
|
|
|
|
 |
|
In de 16e eeuw kwam de heerlijkheid in het bezit van prins
Filips van Nassau, de oudste zoon van Willem van Oranje. Sinds
die tijd is de band met de Oranjes blijven bestaan. De titel
'Vrouwe van Sint-Maartensdijk' is nog altijd een van de vele
titels die koningin Beatrix voert. Stadhouder Frederik Hendrik
liet in 1628 het monumentale stadhuis aan de Markt bouwen. Hier
hangt nog een aantal 17e-eeuwse portretten van Oranjes. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Het oudste gebouw van de stad is de fraaie Sint Maartenskerk,
een laatgotische kruisbasiliek waarvan het oudste gedeelte uit
ongeveer 1400. dateert. Bijzonder is dat er in toren maar liefst
twee carillons hangen, een 17e-eeuws en een 20e-eeuws. Het slot
waar Frank van Borssele en Jacoba van Beieren woonden is in 1819
tot de grond toe afgebroken. Ook van de vroegere vestingwerken
is helaas niets meer over. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Nauwelijks twee kilometer oostelijk van Sint-Maartensdijk ligt het
dorp Scherpenisse, de oudste bewoonde plaats op Tholen. "Scarpenesse"
wordt al genoemd in een document uit 1206. Iets buiten het dorp, bij
het gehucht Westkerke, ligt een zeven meter hoge vliedberg, een
kunstmatig opgeworpen heuvel waar de dorpsbewoners hun toevlucht
zochten bij overstromingen in de tijd voordat de dijken werden
gebouwd. Het is de laatste van de negen vliedbergen die er
oorspronkelijk op Tholen waren; de andere zijn in de loop der tijd
allemaal afgegraven.
|
|
|
|
 |
|
Het meest opvallende gebouw in Scherpenisse is de hervormde
kerk, vóór de Reformatie gewijd aan de Maagd Maria. Het koor is
15e-eeuws, het schip is uit de eerste helft van de 16e eeuw. De
forse toren, die echter nauwelijks boven het schip uitsteekt, is
nooit afgebouwd. Volgens de ene uitleg vanwege geldgebrek,
volgens een andere omdat al tijdens de bouw instorting dreigde.
Daarom is de toren voorzien van een lichte houten bovenbouw. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Van Scherpenisse gaat het verder oostwaarts naar Poortvliet, krap
vier kilometer verderop. Al vroeg in de 13e eeuw stond hier een
kasteel; in archiefstukken uit 1203 is er sprake van ene "Lambertus,
castellanus (kasteelheer) de Portvliete". Van dat kasteel is niets
meer overgebleven.
Poortvliet is een echt ringdorp, met de kerk in het midden zoals het
hoort. Het ligt
in de grootste en een van de oudste polders van Tholen. Omdat het
maaiveld hier vrij laag ligt werd deze polder van oudsher geplaagd
door problemen met de waterbeheersing en was de grond minder
geschikt voor landbouw dan elders op het eiland. Daarom vinden we
rond Poortvliet ook vandaag de dag voornamelijk weidegebieden.
|
|
|
Het orgel van
Poortvliet
Het orgel in de hervormde kerk dateert uit 1806 en was
een geschenk van de Amsterdamse koopman Abraham Dupont
en zijn uit Poortvliet afkomstige vrouw Cornelia Jacoba
Gaaswijk. Het werd geschonken onder de opmerkelijke
voorwaarde dat het door de schenkers weer opgeëist kon
worden wanneer het zes weken achtereen niet zou worden
bespeeld. Het orgel staat er nog steeds, dus kennelijk
is dat nooit gebeurd! |
|
|
De hervormde kerk, vóór de Reformatie gewijd aan St. Pancratius,
is het belangrijkste monument van het dorp. De toren is het
oudste en is van ongeveer 1350; het schip is 15e-eeuws. Tijdens
de Tachtigjarige Oorlog werd de kerk door brand verwoest, maar
in 1585 herbouwd. Later werden het koor en een deel van het
transept gesloopt, waardoor deze fraaie gotische kerk nu veel
van zijn uitstraling verloren heeft. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Alvorens door te rijden naar het stadje Tholen om daar mijn
eilandrondrit te besluiten maak ik eerst nog een uitstapje naar de
Oesterdam. Hier, aan de zuidkust van Tholen, is tussen 1979 en 1989
een gecompliceerd onderdeel van het Deltaplan gerealiseerd.
Allereerst de Oesterdam zelf, die met een lengte van ruim 11 kilometer
de langste van alle dammen in het hele project is.
De dam vormt de
oostelijke begrenzing van de Oosterschelde, waarvan het
wateroppervlak na de voltooiing
zo'n 1.000 ha kleiner was geworden. Dat was nodig, om na
de bouw van de stormvloedkering in de monding van de Oosterschelde
voldoende getijverschillen te behouden. Door de bouw van de
Oesterdam en de noordelijker gelegen Philipsdam werd het
hoogwaterpeil in de Oosterschelde met bijna 3 meter verhoogd, wat
mede de redding betekende voor de oestercultuur bij Yerseke. Daaraan
dankt de dam dan ook zijn naam.
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Ten oosten van de Oesterdam en grotendeels evenwijdig daaraan
ligt de Markiezaatskade, een hulpdam die tussen 1981 en 1983
werd aangelegd om de bouw van de Oesterdam gemakkelijker te
maken. Het water ertussen heet het Zoommeer en is onderdeel van
de Schelde-Rijnverbinding. Daarachter ligt het Markiezaatsmeer,
belangrijk als zoetwaterreservoir voor de waterhuishouding in
West-Brabant. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Van de Oesterdam rijd ik terug naar het eiland voor de laatste
etappe naar het stadje Tholen, dat het eiland zijn naam gaf. Reeds
in 1366 kreeg Tholen volledige stadsrechten. Een jaar eerder had het
al het recht om verdedigingswerken te bouwen gekregen. Met ruim
6.600 inwoners is het tevens de grootste woonkern en kan dus met
recht als de 'hoofdstad' van het eiland worden beschouwd, hoewel het
lokale bestuur sinds 1979 in Sint-Maartensdijk zetelt. Over de
geschiedenis van de stad is in de inleiding al het nodige verteld.
|
|
|
|
 |
|
Rond 1600, toen de Tachtigjarige Oorlog in alle hevigheid woedde
en de Spanjaarden in Brabant, aan de overkant van de Eendracht
lagen, werden de vestingwerken van Tholen aanzienlijk uitgebreid
en versterkt. Daarvan is helaas niet veel meer over. In
de 19e eeuw zijn de poorten, muren en bolwerken gesloopt. Alleen
aan de landzijde zijn de
stadsgracht en de aarden wallen er nog en vormen nu een
lommerrijk wandelgebied. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Aan de monumentale Onze-Lieve-Vrouwekerk, gesticht in de 13e
eeuw, is wel te zien dat Tholen ooit een stad van betekenis is
geweest. De toren werd gebouwd in 1375 en in 1450 verhoogd. Met
de bouw van het schip, de zijbeuken, het koor en het dwarsschip
werd in 1400 begonnen. Eind 16e eeuw werd een kooromgang
toegevoegd, die overigens nooit is afgebouwd. In 1578 ging de
kerk over in protestantse handen. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Het stadhuis aan de Hoogstraat dateert uit 1460 en is een van de
belangrijkste monumenten. Het werd gebouwd op de plaats van het
oorspronkelijke stadhuis, dat bij de grote brand van 1452
verloren ging. De ontwerper is waarschijnlijk de Vlaamse
bouwmeester Andries Keldermans, die ook het stadhuis van
Middelburg bouwde. In het torentje hangt een carillon met 37
klokken waarvan er een, uit 1486, de oudste beiaardklok van
Nederland is. |
|
|
|
|
|
|
|
|
In het middeleeuwse stadje Tholen eindigt mijn rondrit over het
eiland Tholen. Het was wel een beetje veel voor slechts een dag. Ik
heb een redelijke indruk van het eiland kunnen krijgen, maar ook
niet meer dan dat. Als je Tholen echt wilt leren kennen zul je er
meer tijd voor moeten uittrekken. Je kunt dan het best niet met de
auto, maar op de fiets of te voet op verkenning uitgaan. De rustige
wegen en de relatief korte afstanden lenen zich daar uitstekend
voor.
Het echte 'eilandgevoel' heb ik hier echter nauwelijks kunnen
bespeuren, dat gevoel helemaal los te zijn van de buitenwereld. Wellicht komt dat omdat de zee hier altijd al zover
weg was, en het vasteland zo dichtbij. Zeker toen de brug over de
Eendracht er kwam, in 1928. Toch lijkt het jachtige, hectische leven
van de 21ste eeuw in een dichtbevolkt land hier nog niet helemaal
doorgedrongen. Want net als Sint Philipsland is Tholen een rustige
uithoek, waar het leven kalm zijn gangetje gaat.
Maar waar je ook
staat in het weidse, vlakke polderland, bijna overal kun je de dijk
zien die het eiland omringt, en die je er voortdurend aan herinnert dat dit
allemaal in de loop van de eeuwen op het water veroverd is.
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Meer over Tholen en aanverwante informatie
|
|
|
|
www.tholen.nl
Officiële website van de Gemeente Tholen. Alleen in het
Nederlands. De site werkt niet goed in de Mozilla Firefox
browser.
www.zeeland.nl
Officiële website van de Provincie Zeeland, waartoe
Tholen behoort. Nederlandstalig; beperkte Engelse, Duitse en
Franse versies beschikbaar.
www.vvvzeeland.nl/regios/tholen
Website van de VVV Zeeland regio Tholen en Sint Philipsland.
Nederlandse, Engelse, Duitse en Franse versies beschikbaar.
www.tholenweb.nl
Portal site van de Digitale Regio Tholen met veel links naar
informatieve en commerciële websites over Tholen. Alleen
Nederlandstalig.
tholen.startpagina.nl
Tholen startpagina met veel links.
www.deltawerken.com
Website over de Deltawerken van de Stichting Deltawerken Online.
Nederlandse, Engelse en Duitse versies beschikbaar.
people.zeelandnet.nl/voeveren
Particuliere website van Ko van Oeveren met veel
detailinformatie en foto's over de watersnoodramp van 1953 in
Stavenisse. Nederlandse en Engelse versies.
|
|
|
|
juli
2006
|
|
|
|
|
|