Een echte uithoek

Mijn bezoek aan Sint Philipsland heeft iets van een ontdekkingsreis naar het onbekende, want ik ben er nog niet eerder geweest. Van alle op deze site beschreven eilanden is Sint Philipsland, samen met Tholen waarmee het sinds 1995 één gemeente vormt, het enige waar ik vóór het begin van dit project nog nooit een voet had gezet. 

Dat is ook niet zo moeilijk te begrijpen, als je de kaart van zuidwest Nederland bekijkt. Sint Philipsland, al sinds 1884 een schiereiland, ligt daar als een doodlopend uitsteeksel dat als een soort grote teen vanaf het Noord-Brabantse vasteland in het Zeeuwse deltagebied priemt. Een echte uithoek, waar je niet bij toeval terechtkomt maar alleen als je er iets te zoeken hebt. En veel te zoeken is er niet. Een paar polders met een dijk eromheen en twee dorpjes erin, dat is alles.

Dat was vroeger wel anders. Vóór de uitvoering van het Deltaplan was Sint Philipsland de belangrijkste toegangspoort naar het naburige, veel grotere eiland Schouwen-Duiveland, dat toen nog een echt eiland was en alleen over water te bereiken. Een kaarsrechte weg leidde vanaf het vasteland naar het veer Anna Jacobapolder - Zijpe, een van de drukste veerdiensten in het gebied. Binnen tien minuten bracht de veerpont je over het Zijpe naar de overkant.

Sinds 1988 kun je met de auto via de Philipsdam en de Grevelingendam naar Schouwen-Duiveland rijden en laat je Sint Philipsland, letterlijk en figuurlijk, links liggen. De veerdienst vaart niet meer en sindsdien is het hier rustig geworden, heel rustig.

Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek




De eeuwige strijd tegen het water

Wonen op een eiland in het laaggelegen Nederland is een garantie voor een lange historie van strijd tegen het water. Maar hier in de delta van de rivieren Rijn, Maas en Schelde is die strijd door de eeuwen heen nog een stuk grimmiger geweest dan op de meeste eilanden elders in het land. Dat bleek tijdens de meest recente stormramp van 1953, toen hier meer dan 1800 mensen omkwamen terwijl er bijvoorbeeld op de in het noorden van het land gelegen Waddeneilanden nauwelijks sprake van problemen was. Het is geen toeval dat het wapen van de provincie Zeeland, waartoe het deltagebied behoort, een leeuw toont die oprijst uit de golven, met als wapenspreuk "Luctor et emergo" ("Ik worstel en kom boven").

De Zeeuwse eilanden, die vandaag de dag alle via dammen, bruggen en tunnels met het vasteland en met elkaar verbonden zijn, werden in de loop van de eeuwen meter voor meter door de mens aan het water ontfutseld. Het begon steeds met het omdijken van een door aanslibbing drooggevallen plaat in een van de zeearmen. Nadat de aldus ontstane polder in cultuur was gebracht werd een aangrenzend stukje buitendijks land, zodra het hoog genoeg was om ook bij vloed droog te blijven, omdijkt en was er een nieuwe polder aan het eiland toegevoegd. Zo groeiden de eilanden steeds groter en naar elkaar toe.

Hoe meer land er werd gewonnen, hoe minder ruimte er overbleef voor het water. De zee laat zich echter niet zomaar in een keurslijf dwingen. Met grote regelmaat spanden de elementen samen en stortten zich op deze zo kwetsbare archipel, vaak met catastrofale overstromingen als gevolg. Soms moest in vele jaren moeizaam veroverd land definitief weer aan de zee worden prijsgegeven. De landkaart van dit gebied is in de loop van de eeuwen dan ook drastisch van aanzien veranderd. Een landkaart die is getekend door de strijd van de mens tegen de natuur.

Sint Philipsland -
enkele cijfers


Lengte 7,5 km, 
breedte 4,5 km, oppervlakte 28,6 km²,
inwoners: 2.700.

De geschiedenis van Sint Philipsland past precies in dit plaatje. De eerste bedijking vond hier plaats in 1487, in het gebied van het huidige dorp Sint Philipsland. Dat gebeurde op initiatief van Anna van Bourgondië, die met de Zeeuwse edelman Adriaan van Borssele getrouwd was. Zij was een buitenechtelijk kind van Philips de Goede en het is waarschijnlijk dat zij bij de naamgeving van de nieuwe bedijking haar vader, die twintig jaar eerder overleed, heeft willen eren. Dat de kerk in het nieuwe land aan Sint Philippus de apostel was gewijd zal dan ook geen toeval toeval zijn geweest, evenmin als het feit dat het wapen van Sint Philipsland elementen bevat die ook voorkomen in dat van de Bourgondiërs.

Het nieuwe land was geen lang leven beschoren want in 1530, tijdens de stormvloed van Sint Felix ('Quade Saterdach'), braken de dijken op diverse plaatsen en liep de polder helemaal onder. Het dorp werd totaal vernield en twintig inwoners verdronken. De schade werd hersteld maar nauwelijks twee jaar later trof een nieuwe stormvloed het eiland en werd alle werk tenietgedaan. Sint Philipsland werd verlaten en prijsgegeven aan de zee.

Het duurde meer dan een eeuw voor er een poging werd gedaan Sint Philipsland terug te veroveren op het water. Onder leiding van dijkgraaf Johan Liens van Tholen werd in 1645 de Oudepolder bedijkt, waarin het huidige dorp Sint Philipsland werd gesticht. In de loop van de volgende drie eeuwen werden er nog vijf nieuwe polders bedijkt en aan het eiland toegevoegd, de laatste in 1935, waarmee het eiland zijn tegenwoordige omvang had bereikt. In 1884 werd het Slaak, de zeearm die het eiland scheidde van het vasteland, afgesloten met een dam. Daardoor werd Sint Philipsland het tweede van Zeeuwse eilanden dat een schiereiland werd, nadat Zuid-Beveland in 1867 door de aanleg van de spoorlijn van Bergen op Zoom naar Vlissingen aan het vasteland was vastgeklonken. In 1907 werd het Slaak verder bedijkt, waardoor de Prins Hendrikpolder ontstond en het voormalige eiland zijn uiteindelijke vorm kreeg.

Met het gereedkomen van de Philipsdam in 1988 werd Sint Philipsland ook naar het westen ontsloten en kreeg het een directe wegverbinding met de buureilanden Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee. Die Philipsdam was een latere toevoeging aan het oorspronkelijke Deltaplan uit 1954 en een gevolg van de politieke beslissing, die in 1976 werd genomen om de Oosterschelde niet met een dichte dam maar met een doorlaatbare stormvloedkering af te sluiten. Daardoor kon het unieke getijdenmilieu van deze zeearm grotendeels worden behouden. Om voldoende getijbeweging in de Oosterschelde te garanderen was het nodig de zeearm te verkleinen en om die reden werd hij aan de oostkant afgesloten door de Philipsdam. Deze dam scheidt dus nu het zoutwater getijdenmilieu in de Oosterschelde van het zoetwatermilieu in het Volkerak.

Opmerkelijk genoeg is aan de oostkant van Sint Philipsland de situatie van vóór 1884 weer min of meer in ere hersteld door de aanleg van het Schelde-Rijnkanaal, de nieuwe scheepvaartverbinding van de Antwerpse haven met Rotterdam en de Rijn. Het 120 meter brede kanaal, dat tussen 1967 en 1976 werd gebouwd op kosten van de Belgische belastingbetaler, doorsnijdt de vroegere Slaakdam en de Prins Hendrikpolder, zodat Sint Philipsland hier weer door water is gescheiden van het vasteland, slechts door een brug daarmee verbonden. Maar ondanks dat zal het toch nooit meer een echt eiland worden zoals vroeger.

Klik om te vergroten
Sint Philipsland in de 'Digitale Maquette van Nederland' van TerraDesk.




Een dagje op Sint Philipsland

Mijn trip naar Sint Philipsland, of Flupland zoals de lokale bevolking zegt,  is per auto. Noodgedwongen, want sinds de opheffing van de veerdienst Anna Jacobapolder - Zijpe in 1988 kun je er niet meer met de boot heen. Tenminste, als je het toeristische fiets- en voetveer dat - alleen in de zomer - acht keer per dag over het Zijpe heen en weer vaart even buiten beschouwing laat. Maar het moet gezegd, de entree via de Philipsdam, zeer populair bij vogelspotters en daarom ook wel de 'Vogelboulevard' genoemd, en de imposante Krammersluizen heeft wel een zekere stijl. Ik laat me dan ook gemakkelijk verleiden om, alvorens daadwerkelijk voet op Sint Philipsland te zetten, even de afslag naar het uitzichtpunt bij het sluizencomplex te nemen.

Klik om te vergroten

Het is een hele klim naar het platform op de top van de massieve betonnen uitkijktoren, maar je wordt beloond met een schitterend uitzicht over de Philipsdam, het uitgestrekte sluizencomplex, het aangrenzende natuurgebied 'De Slikken van de Heen' en de eilanden Goeree-Overflakkee, Sint Philipsland en Schouwen-Duiveland. Hier zie je hoe de Hollanders dit grillige deltagebied naar hun hand hebben gezet.

< klik op een foto om te vergroten


Het Krammersluizencomplex werd tussen 1977 en 1984 gebouwd op een kunstmatig werkeiland op de Plaat van Vliet, een vroegere zandplaat in de zeearm Krammer, vandaar de naam. De sluizen waren nodig omdat er ook na de voltooiing van de Philipsdam scheepvaart tussen het buitenwater van de Oosterschelde en het binnenwater van het noordelijke deltagebied mogelijk moest blijven. Dit is namelijk een belangrijke scheepvaartroute.

Klik om te vergroten


Je ziet het er misschien niet zo aan af, maar het sluizencomplex bevat een aantal technische hoogstandjes om te voorkomen dat er bij het schutten van schepen teveel zoet water uit de Krammer in het zoute milieu van de Oosterschelde terechtkomt, of andersom. Complicerende factor daarbij is dat de waterstand in de Oosterschelde als gevolg van het getij varieert terwijl het peil aan de andere kant van de dam vast is, en er toch zowel bij eb als bij vloed geschut moet kunnen worden.

De sluizen zijn daarom voorzien van een ingenieus buizenstelsel om zoet water uit de sluiskolken weg te kunnen pompen terwijl er tegelijkertijd zout water wordt ingelaten, of omgekeerd. Daarbij wordt handig gebruik gemaakt van het feit dat zout water een groter soortelijk gewicht heeft dan zoet water, waardoor het zoete water als het ware boven op de laag zout water drijft. Om ook bij laagtij in de Oosterschelde voldoende zout water en bij hoogtij voldoende zoet water in te kunnen laten zijn grote reservebekkens aangelegd, die door middel van een gemaal op het vereiste peil worden gehouden.

Klik om te vergroten


Na mijn uitstapje naar de Krammersluizen rij ik de Philipsdam verder af tot waar de Rijksweg N657 het Schelde-Rijnkanaal kruist en sla daar rechtsaf. Al na een paar honderd meter markeert een lelijke betonnen watertoren de afslag naar het dorp Sint Philipsland, waar ik uiteraard een kijkje wil gaan nemen. Het is een lieflijk en verstild dorpje met een lommerrijk brinkje in het midden, waar de hervormde kerk staat die uit 1668 dateert. Een eenvoudig gedenkteken herinnert aan de negen inwoners van Sint Philipsland die bij de stormramp van 1953 omkwamen.

De dijk van de Oudepolder, de allereerste bedijking en dus de bakermat van het eiland, loopt nu dwars door het dorp en snijdt het later gebouwde deel af van het oorspronkelijke centrum. Om het verkeer tussen de twee delen wat gemakkelijker te maken is een tunneltje in de dijk gemaakt en voor Hollanders is dat toch een gek gezicht, een dijk met zo'n groot gat erin!

De belangrijkste blikvanger van het dorp is de korenmolen 'De Hoop', die bovenop de zeedijk staat. Het is een achtkantige bovenkruier die in 1724 werd gebouwd ter vervanging van een eerdere molen. Tot 1969 was hij nog in gebruik voor het malen van graan. In 1971 werd de molen, die in slechte staat verkeerde, aangekocht door de gemeente en vervolgens gerestaureerd. Sinds die tijd draait hij weer regelmatig. In 1980 moest de dijk waarop de molen staat vanwege de nieuwe veiligheidseisen worden verhoogd, waarbij hij op spectaculaire wijze ruim een meter omhoog moest worden gevijzeld. 

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten


Na een korte rondwandeling door het bescheiden dorpje stap ik weer in de auto en draai de Rijksweg op, die recht als langs een liniaal getrokken dwars over het eiland loopt en eindigt bij de veerhaven. De weg ligt er verlaten bij. Dat was vroeger, om precies te zijn vóór 1988, wel anders. De veerdienst Anna Jacobapolder - Zijpe was een belangrijke schakel in verbinding van het eiland Schouwen-Duiveland met het vasteland en het was hier vaak een drukte van belang. Tussen 1900 tot 1953 reed er zelfs een stoomtram van Steenbergen in Noord-Brabant naar Brouwershaven op Schouwen-Duiveland. Nu de veerdienst er niet meer is en het verkeer andere wegen heeft gevonden is de vroegere verkeersader overbodig en stil geworden. Er bekruipt mij hier een soort van Route 66-gevoel.

Voor bijna elke Nederlander van pakweg dertig jaar en ouder hebben de namen Anna Jacobapolder en Zijpe een bekende klank, omdat ze met grote regelmaat voorkwamen in de nieuwsberichten op radio en tv. Dat was dan omdat de veerdienst weer eens was gestaakt wegens storm, mist, ijsgang, te hoge of juist te lage waterstanden, zo vaak dat je je ging afvragen of er dagen waren dat het veer wél voer. Langzamerhand gaat dan in je hoofd het - door de in 2002 overleden schrijver Boudewijn Büch vaak zo treffend beschreven - verlangen groeien om naar zo'n plek toe te gaan en hem met je eigen ogen te gaan zien. Vandaag is het voor mij dan zover. 

De vlag van 
Sint Philipsland




De vlag bestaat uit zeven diagonale banen in groen en geel, welke ook voorkomen in het wapen van de voormalige gemeente Sint Philipsland en in het wapen van Bourgondië.

De rit over de kaarsrechte Rijksweg duurt nauwelijks vijf minuten. De weg eindigt abrupt bij de voormalige veerhaven op de uiterste westpunt van het eiland, zoals het hoort. De plek heeft wel wat Land's End-sfeer, Sint Philipsland's End in dit geval. Maar wat me een beetje verbaast is hoe dichtbij Schouwen-Duiveland eigenlijk is. Het Zijpe, de zeearm die de twee eilanden scheidt, is hier nauwelijks vijfhonderd meter breed. Hoe is het mogelijk dat dit vriendelijk ogende stukje water in het verleden zo vaak een onoverkomelijk obstakel bleek te zijn?

Klik om te vergroten

Terwijl ik de ontspannen, zongebruinde schippers op hun plezierjachten voorbij zie varen bedenk ik dat het vóór de deltadammen gebouwd werden hier gevaarlijk vaarwater was, met verraderlijke sterke getijdenstromen die geulen met een diepte van wel veertig meter uitschuurden. Dat in combinatie met de hier regelmatig voorkomende dichte mist en het altijd drukke scheepvaartverkeer maakte de korte oversteek minder eenvoudig dan het nu lijkt.


Keeten, Mastgat, Zijpe, Krammer, Volkerak, zo'n rijtje namen van Zeeuwse wateren die je in een grijs verleden, toen die dingen nog belangrijk gevonden werden, op school uit je hoofd moest leren en die je op een blinde kaart moest kunnen aanwijzen. Maar de tijden zijn veranderd. Het veer is voorgoed uit de vaart genomen en de haven is nu in gebruik om mosselen te kweken volgens de 'hangcultuur' onder mosseltonnen.

Klik om te vergroten


Ik besluit tot een wandeling over het noordwestelijk deel van het eiland, langs Zijpe en Krammer, en loop voorbij restaurant 'Het Veerhuis' in de richting van een groepje huizen bij de dijk. Het blijkt niet zoals ik dacht Anna Jacobapolder te zijn maar het gehucht De Sluis. Het dorp waarvan de naam onlosmakelijk met de vroegere veerdienst is verbonden ligt een paar kilometer verder landinwaarts en ik bedenk dat ik, nu ik hier toch ben, er via de dijk wel eens naartoe kan lopen.

De dijk die Sint Philipsland omringt is een forse; het vergt 35 treden om boven op de top te komen. Dat is een gevolg van de beslissing van 1976 om de Oosterschelde niet met een dichte dam af te sluiten maar met een doorlaatbare stormvloedkering. Het water dat het eiland omspoelt staat dus in directe verbinding met de open zee. Daar de Oosterscheldekering alleen gesloten wordt als er extreem zware storm of hoge waterstanden worden verwacht moet de dijk dus veilig genoeg zijn om onder normale omstandigheden de zee te keren. Om die reden is de dijk eind jaren '70 versterkt en op 'deltahoogte' gebracht, dat is het niveau dat in het kader van het Deltaplan veilig werd geacht. Een niveau dat overigens de laatste jaren meer en meer ter discussie staat, want deze norm werd bijna een halve eeuw geleden vastgesteld, toen er nog nauwelijks inzicht was in de gevolgen van het broeikaseffect en de daarmee samenhangende stijging van de zeespiegel die in de komende eeuwen verwacht moet worden.

Klik om te vergroten


Maar ik ben niet van plan mijn goede humeur te laten bederven door dit soort sombere overpeinzingen. Liever geniet ik van mijn wandeling over de dijk, het uitzicht over het water met de vele bootjes, het zonnetje in de rug en de prachtige wolkenluchten boven het weidse landschap. En van de stilte in deze uithoek, zonder lawaai van gemotoriseerd verkeer of het gedaver van overvliegende vliegtuigen. Wat dat betreft lijkt het hier wel wat op Tiengemeten

Wanneer ik de noordwestpunt van het eiland nader wordt die stilte wreed verstoord door een irritant gebrom dat steeds sterker wordt. Even later wordt duidelijk wat de bron ervan is: grote ventilatoren draaien op de daken van drie enorme loodsen waarin, afgaande op de lucht die hier hangt, kennelijk een intensieve varkenshouderij gevestigd is. Ik weet dat de varkens daarbinnen zonder die ventilatoren niet kunnen overleven, maar jammer is het wel. Het duurt een tijdje voordat ik het geluid en de stank achter me gelaten heb.

Een paar kilometer verderop, bij de eendenkooi van Anna Jacobapolder, verlaat ik de dijk en sla rechtsaf, het 'binnenland' in. Sinds mijn bezoek aan Ameland ben ik me gaan interesseren voor eendenkooien, deze typische, verscholen liggende plaatsen waar doorgaans een bijzondere, vaak zelfs serene sfeer hangt. Deze kooi kan echter helaas alleen op afspraak worden bezocht, aldus meldt een informatiebord bij de ingang.

Klik om te vergroten


Na zo'n anderhalve kilometer lopen over de Noordweg ben ik dan in Anna Jacobapolder, het tweede dorp van Sint Philipsland. Het centrum wordt gevormd door de kruising van de Langeweg met de Noordweg. Veel méér is er ook niet te zien. Het is een betrekkelijk jong dorp, nog maar net anderhalve eeuw oud, evenals de gelijknamige polder die in 1847 werd bedijkt en toen de oppervlakte van het toenmalige Sint Philipsland in één klap bijna verdubbelde.

Lange Spanjaarden gezocht...

Het gebied van de huidige Anna Jacobapolder speelde een curieuze rol in de Tachtigjarige Oorlog, de onafhankelijkheidsstrijd van de Nederlanders tegen Spanje. In 1575 kwam het hier tot schermutselingen tussen de Geuzen en het Spaanse leger, dat erop uit was de havenstad Zierikzee op Duiveland te veroveren. De haven werd echter door gewapende opstandelingen op bootjes verdedigd. Daarop selecteerde de Spaanse aanvoerder Don Requesens een duizendtal soldaten op lichaamslengte om vanaf de schorren van het voormalige Sint Philipsland door het toen nog ondiepe Zijpe naar Duiveland te waden en de stad in de rug aan te vallen. Het plan slaagde, hoewel een groot aantal Spanjaarden verdronk en Zierikzee pas viel na een beleg van tachtig dagen. 

Klik om te vergroten

Dorp en polder danken hun naam aan Anna Jacoba van Sonsbeek. Zij was de echtgenote van Willem Frederik del Campo, genieofficier en petekind van koning Willem I. Hij nam het initiatief tot bedijking van de noordelijke schorren van Sint Philipsland, samen met de bekende waterstaatkundige Abraham Caland, wiens vrouw Anna Elizabeth Schorer de eigenaar van dit gebied was, en met aannemer en financier Adrianus van Haaften.  


Bijna vóór ik er erg in heb ben ik het dorp alweer uit en loop ik via de Langeweg de twee kilometer terug naar de veerhaven, onderwijl de indrukken verwerkend die ik op Sint Philipsland heb opgedaan. Ik moet constateren dat er niet veel 'eilandgevoel', dat typische gevoel van los te zijn van de grote buitenwereld, is blijven hangen hier. Dat is ook niet zo verwonderlijk voor een eiland dat al 120 jaar geen eiland meer is. Sint Philipsland is in de loop der jaren gewoon een stukje vasteland geworden.

Wat me wel getroffen heeft is de rust. Je komt hier weinig mensen tegen, en de mensen die je ziet lijken allemaal heel kalmpjes bezig met hun dagelijkse dingen. Tijdens mijn wandeling van Anna Jacobapolder terug naar de veerhaven hoef ik maar één keer opzij te stappen voor een passerende auto, een bestelbus met aanhanger en twee mannen erin, die even verderop stoppen om met borstels en water de plaatsnaamborden schoon te maken. Een activiteit die ik ergens anders nog nooit heb waargenomen. Er zijn hier geen toeristische attracties, geen stranden, nauwelijks monumentale bouwwerken of musea. Er is eigenlijk niets dat een bezoek rechtvaardigt en juist daarom is het hier zo heerlijk rustig.

Verder is er dat vleugje nostalgie, de herinneringen aan de tijd dat Anna Jacobapolder en Zijpe nog een begrip waren. Het illustreert hoezeer de uitvoering van de Deltawerken het leven in deze streek veranderd heeft. Sint Philipsland is weer wat het ooit was: een echte uithoek en een oase van rust in deze jachtige wereld. Hopelijk blijft het nog lang zo. Ik heb ervan genoten, maar ik denk niet dat ik hier gauw terugkom. En zo hoort het ook eigenlijk!

Klik om te vergroten




Meer over Sint Philipsland en aanverwante informatie

www.tholen.nl
Officiële website van de Gemeente Tholen waartoe Sint Philipsland sinds 1995 behoort.

www.sint-philipsland.nl
Website van de Heemkundekring "Philippuslandt", met veel historische informatie en foto's over het eiland. 

www.vvvzuidbevelandentholen.nl
Website van de Regio VVV Zuid-Beveland en Tholen, met kaarten en toeristische informatie over Sint Philipsland.

www.deltawerken.com
Website over de Deltawerken van de Stichting Deltawerken Online.

www.zeeuwsarchief.nl/strijdtegenhetwater
Website van het Rijksarchief over de stormvloedramp van 1953 en de Deltawerken.

www.delta2003.nl
Officiële website van het Project Delta 2003, de herdenking van de stormvloedramp van 1953. 

Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek


augustus 2004