Het onbekende eiland
|
|
|
|
Vraag een willekeurige Nederlander een plaats op Noord-Beveland
te noemen en hij zal je vrijwel zeker het antwoord schuldig
moeten blijven. Op Walcheren kent hij zeker Middelburg en
Vlissingen, op Zuid-Beveland zal hij waarschijnlijk Goes weten
te noemen en op Schouwen-Duiveland Zierikzee of Renesse. Maar
Noord-Beveland?... Nee, sorry!
Vraag een willekeurige Nederlander of hij ooit op Noord-Beveland
is geweest en hij zal die vraag vrijwel zeker ontkennend
beantwoorden. Tenzij het een fanatiek watersporter is, of een
beoefenaar van de duiksport, want die weten dit eiland doorgaans
wel te vinden. Maar de kans is ook groot dat zijn antwoord
onbewust bezijden de waarheid is, want veel reizigers zijn op
Noord-Beveland geweest zonder het zelf in de gaten te hebben,
onderweg bijvoorbeeld van Rotterdam naar Middelburg of Goes. Het
eiland is een belangrijke, maar weinig opmerkelijke schakel
geworden in de nieuwe verkeersroutes die met de realisatie van
het Deltaplan hier in Zeeland zijn ontstaan.
Hoe komt toch het dat dit eiland, dat er op de landkaart uitziet als een
perfect passend puzzelstukje in de holte die gevormd wordt
door Zuid-Beveland en Walcheren, zo onbekend is gebleven?
Waarschijnlijk omdat hier eigenlijk weinig opvallends te zien is.
Bruisende steden met een rijk verleden, mondaine badplaatsen,
culturele evenementen, grootschalige
toeristische trekpleisters, je zult er hier tevergeefs naar
zoeken. Maar betekent dat nu dat we Noord-Beveland dus maar beter links
kunnen laten liggen?
Absoluut niet! Het is hier groen, ruim en zo heerlijk rustig, en
alleen al om die redenen een bezoek meer dan waard.
|
|
|
|
Luctor et emergo
|
|
|
|
De ontstaansgeschiedenis van Noord-Beveland staat model voor die van
het hele deltagebied en kan kort en krachtig worden samengevat in de
Latijnse spreuk die het motto werd van de provincie Zeeland: "Luctor
et emergo" ofwel "Ik worstel en kom boven". Een geschiedenis die
bijna geheel bepaald wordt door de strijd van de mens tegen het
water. Een strijd die gevoerd werd omdat die mens koste wat kost in
dit gebied wilde wonen, voedsel verbouwen en handel drijven en zich
niet uit het veld liet slaan door de verwoestende kracht van het
water die zijn werk met grote regelmaat weer teniet deed.
Was die strijd niet gestreden en had de natuur hier gewoon zijn gang
kunnen gaan, dan zou het deltagebied er waarschijnlijk nog ongeveer
net zo hebben uitgezien als toen de Romeinen hier verschenen, rond
het begin van onze jaartelling. Een strandwal, die op meerdere
plaatsen onderbroken werd door rivierarmen die in zee uitmonden, met
daarachter een drassig veengebied doorsneden met grillige kreken, en
hier en daar kleine agrarische nederzettingen op de wat hoger
gelegen delen. Een voortdurend veranderend landschap waarin water en
wind vrij spel hadden. Hoe het er precies uitzag zullen we nooit
weten, want er zijn geen kaarten uit die tijd bekend.
We weten wel dat de Romeinen tegen het einde van de tweede eeuw
n.Chr. in de delta diverse permanente nederzettingen gesticht
hadden, met name in het gebied van het huidige Walcheren en
Noord-Beveland, vanwaar handel werd gedreven met wat nu Engeland
is. Op twee plaatsen zijn resten gevonden van aan de Romeinse
godin Nehalennia gewijde tempels, bij Domburg op Walcheren en bij
Colijnsplaat op het huidige Noord-Beveland. Van die laatste nederzetting is de
naam zelfs bewaard gebleven: Ganuenta. Daarmee is dat de oudst bekende
plaatsnaam in Zeeland.
Tegen het einde van de derde eeuw n.Chr. raakte het gebied
grotendeels ontvolkt, waarschijnlijk als gevolg van een aantal zware
opeenvolgende overstromingen en van invallen door Germaanse stammen
uit het oosten. Over de eeuwen daarna is vrijwel niets bekend. Zeker
is dat het tot in de achtste eeuw n.Chr. duurde voor er weer sprake
was van permanent bewoonde nederzettingen in het gebied van het
huidige Noord-Beveland. Het bleef echter een hachelijke onderneming
om hier te wonen. Telkens weer veroorzaakten overstromingen ernstige
schade en veel slachtoffers onder mensen en vee. Zo kon het niet
doorgaan.
Aan het begin van de elfde eeuw werden de eerste pogingen gedaan om
terpen op te werpen en dijken te bouwen om huis en have
tegen het water te beschermen. Het bood maar beperkt soelaas. Nadat
een grote stormvloed in 1134 opnieuw veel slachtoffers had gemaakt
onder de inmiddels toegenomen bevolking kwam men tot de conclusie
dat de strijd tegen het water alleen gewonnen kon worden als er
beter zou worden samengewerkt en de bedijking meer gecoördineerd zou
plaatsvinden. Uit deze periode dateert de oprichting van de eerste
waterschappen. Rond 1200 waren Walcheren, Schouwen en Duiveland
vrijwel geheel door dijken beschermd, alsmede grote delen van het
huidige Noord-
en Zuid-Beveland en Tholen.
|
|
|
Noord-Beveland
-
enkele cijfers
Lengte 17,5 km,
breedte max. 7,5 km, oppervlakte ca. 86 km²,
hoogste punt (Veerse Dam) +13,8m NAP,
inwoners 7.225.
|
|
|
Zoals de kaart hiernaast laat zien zag Noord-Beveland er zo rond
1300 heel anders uit dan nu. Het eigenlijke eiland met die naam was
maar heel klein, lag ten noorden van het huidige Noord-Beveland en
bestond voornamelijk uit duinen. Verder lagen er hier drie wat
grotere eilanden met de namen Wolfartsdijc en Bewesten en Beoosten Wijtfliet die geheel bedijkt waren, plus enkele onbedijkte schorren.
Zoals bij Zuid-Beveland al werd vermeld gebeurde de dijkaanleg hier
vooral op initiatief van het St. Bavoklooster in Gent dat veel grond
in het gebied bezat. Aangenomen wordt dan ook dat de naam 'Beveland' is
afgeleid van Bavo.
Het eiland ontwikkelde zich voorspoedig en groeide nog in omvang
door verdere bedijkingen van schorren. Door uitwateringssluizen te
bouwen kon bij laagtij het overtollige water worden afgevoerd en het
waterpeil in de polders verlaagd. Geleidelijk werd het grondwater
zoeter, waardoor de zoutminnende schorrenvegetatie plaatsmaakte voor
sappig grasland dat geschikt was voor veeteelt. Primitieve
nederzettingen groeiden uit tot echte dorpjes zoals Kats, Kortgene
en Wissenkerke. Er werden parochies gesticht en kerken gebouwd.
Maar in 1530 ging het weer goed mis. Een van de ergste stormvloeden
aller tijden, de elders reeds genoemde Sint Felixvloed van 5 november
van dat jaar ('Quade Saterdach') geselde het deltagebied,
veroorzaakte enorme schade en eiste duizenden slachtoffers. Vooral
Noord-Beveland werd zwaar getroffen; de dijken hielden het niet en
het hele eiland werd overstroomd. Nog geen twee jaar later kwam de
Allerheiligenvloed van 1 november 1532 daar nog eens overheen; wat
er na de vorige stormvloed nog overeind stond in de verdronken
dorpen werd nu volledig verwoest. Alleen de kerktorens van
Wissenkerke en Kortgene weerstonden het geweld van het water en
bleven nog jarenlang, als eenzame bakens van vergane glorie, op de
schorren staan.
|
|

Zeeland omstreeks 1300
(uitgegeven door de Zeeuwse Boekhandel te Zierikzee) |
|
De verwoesting was zo compleet dat er voorlopig geen pogingen werden
gedaan om de dijken te herstellen en de dorpen weer op te bouwen.
Pas in 1598 keerden de eerste pioniers naar het eiland terug om de
schorren te weer bedijken, allereerst aan de oostkant waar, ongeveer op
de plaats van de vroegere dorpen, Kats en Colijnsplaat werden
gesticht. In de loop van de zeventiende eeuw werkten de
dijkenbouwers gestaag naar het westen. Rond 1685 was de herovering
van Noord-Beveland op de zee in grote lijnen voltooid.
De Tachtigjarige Oorlog, die op de buureilanden Walcheren en
Zuid-Beveland voor veel ellende zorgde, ging aan Noord-Beveland
voorbij omdat het eiland immers voor het grootste deel van die
periode onder water stond en onbewoond was. Maar ook in de jaren en
eeuwen daarna, toen Noord-Beveland door verdere bedijkingen
geleidelijk groeide tot de huidige vorm en omvang, gebeurde er
betrekkelijk weinig. De landbouw ontwikkelde zich voorspoedig, met
als belangrijkste producten meekrap en later vooral suikerbieten.
Colijnsplaat was een belangrijke haven vanwaar beurtschippers lading
naar de omliggende eilanden vervoerden. Maar door de geïsoleerde
ligging van Noord-Beveland groeide geen van de dorpen op het eiland
uit tot een belangrijke stad.
Die geïsoleerde ligging bleef er tot diep in de 20e eeuw de oorzaak
van dat het wereldgebeuren grotendeels aan Noord-Beveland
voorbijging. Toen aan het eind van de 19e eeuw verschillende Zeeuwse eilanden
zoals Sint Philipsland, Zuid-Beveland en Walcheren met het vasteland
werden verbonden en je vanaf 1872 zelfs met de trein helemaal naar
Vlissingen kon reizen bleef Noord-Beveland een uithoek waar je maar
moeilijk kon komen.
|
|

Zeeland omstreeks 1650
(bron: ThinkQuest) |
|
Ook de Tweede Wereldoorlog had op Noord-Beveland minder ernstige
gevolgen dan op veel andere plaatsen. Alhoewel het in het najaar van
1944 toch nog even spannend werd. Noord-Beveland werd namelijk in
november van dat jaar bevrijd maar Schouwen-Duiveland, aan de
overkant van de Oosterschelde, was nog in handen van de Duitsers,
zodat het eiland in de frontlinie kwam te liggen en te maken kreeg
met grote aantallen geallieerde troepen. Gelukkig kwam het niet tot
hevige gevechten, met mogelijk fatale gevolgen voor de plaatselijke
bevolking.
De watersnoodramp van 1 februari 1953 ging niet aan Noord-Beveland
voorbij, hoewel het eiland met 50 dodelijke slachtoffers minder
zwaar werd getroffen dan bijvoorbeeld Schouwen-Duiveland of Tholen.
Bijna al die slachtoffers vielen in het zuidelijke deel, waar rond
het dorp Kortgene de dijken op diverse plaatsen bezweken en
verschillende polders onder water kwamen te staan. |
|

Zeeland omstreeks 1930
(bron: Kleine Bosatlas)
|
Noord-Beveland en het Deltaplan
|
|
|
|
De uitvoering van het
Deltaplan
bracht een enorme ommekeer teweeg voor Noord-Beveland. In nauwelijks
twintig jaar werd het eiland, door maar liefst vier nieuwe
oeververbindingen, van een afgelegen uithoek tot het centrum van de
provincie Zeeland. Allereerst werd in 1960 aan de oostkant van
het eiland de Zandkreek afgesloten door een 830 meter lange dam.
Door de sluiting van die dam op 3 mei 1960 kwam er een eind aan de
eilandstatus van Noord-Beveland. Het veer tussen Kortgene en
Wolphaartsdijk, eeuwenlang de enige verbinding van Noord-Beveland
met de buitenwereld, kon worden opgeheven toen op 1 oktober 1960 de
nieuwe verkeersweg over de Zandkreekdam geopend werd.
Het jaar daarop werd het Veerse Gat, aan de westkant van
Noord-Beveland, afgesloten en nu was het eiland ook direct verbonden
met Walcheren. Dit was een veel omvangrijker werk dan de afsluiting
van de Zandkreek, omdat het Veerse Gat veel breder was en de
getijstromen er sterker waren. Om te voorkomen dat die stromingen
steeds krachtiger werden naarmate de bouw van de dam vorderde werd
voor het eerst gebruik gemaakt van zogenaamde doorlaatcaissons. Dit
waren holle betonnen bakken ter grootte van een flatgebouw van zeven
verdiepingen die elders waren gebouwd en drijvend naar hun plaats in
de dam werden getransporteerd, waar ze op een vooraf op de zeebodem
aangebrachte drempel werden afgezonken. Het water stroomde dwars
door de caissons heen en pas toen de laatste geplaatst was werden de
stalen schuiven in de caissons neergelaten om de dam definitief te
sluiten. De plaatsing van de laatste caisson op 21 april 1961, in
aanwezigheid van koningin Juliana, werd rechtstreeks uitgezonden op
de Nederlandse televisie met vanuit de lucht gemaakte beelden, een unicum in die tijd. De Veerse Dam is
in totaal 2,8 kilometer lang.
Hiermee was het zogenaamde Drie Eilandenplan, dat al dateerde uit de
jaren dertig, uiteindelijk gerealiseerd en waren Walcheren en Noord-
en Zuid-Beveland met elkaar verbonden. Daar bleef het niet bij, want
ruim vier jaar later, op 15 december 1965, werd de Zeelandbrug
geopend. Deze brug, die met een lengte van ruim 5 kilometer bij de
oplevering de langste brug van Europa was, overspant de
Oosterschelde en verbindt Noord-Beveland met Schouwen-Duiveland. De
Zeelandbrug was in feite geen onderdeel van het Deltaplan, maar werd
gebouwd op initiatief van de provincie Zeeland om de verbinding
tussen Rotterdam en Middelburg en Vlissingen aanzienlijk te
bekorten.
Tenslotte werd op 4 oktober 1986 de Oosterscheldekering geopend door
koningin Beatrix, het sluitstuk van het Deltaplan in Zeeland. Meer
over deze stormvloedkering op de pagina van Neeltje Jans. Vandaag de
dag lopen er dus twee belangrijke doorgaande verkeersroutes over
Noord-Beveland: aan de westkant de N57 over de Oosterscheldekering
en de Veerse Dam, en aan de oostkant de N256 over de Zeelandbrug en
de Zandkreekdam. Op het eiland zelf worden die twee onderling
verbonden door de N255, zodat je nu Noord-Beveland met recht een
knooppunt in het verkeer in Zeeland mag noemen. Met als gevolg dat
de meeste bezoekers in een paar minuten over het eiland razen,
zonder er eigenlijk iets van te hebben gezien. |
|

Satellietfoto van
Noord-Beveland (bron: NLR / ESA)
|
Een snel rondje Noord-Beveland
|
|
|
|
Ik benader Noord-Beveland vanaf Walcheren, via de Veerse Dam dus.
Hoewel het Veerse Gat hier bijna drie kilometer breed is heb je niet
echt het idee naar een eiland te gaan. Op de kern van de
caissonafsluiting uit 1961 is namelijk een zeer breed dijklichaam
aangelegd, met een paar mooie stranden aan de Noordzeekant. Die
worden overigens vanaf de weg aan het oog onttrokken door een met
helmgras begroeide helling, waardoor de dam eigenlijk lijkt op een
voortzetting van de normale kustlijn en dat was ook precies de
bedoeling. Daardoor oogt het allemaal niet zo spectaculair als je
over zo'n dam rijdt; de werkelijke omvang van de Deltawerken komt
eigenlijk pas goed tot uiting als je ze vanuit de lucht bekijkt.
Mijn eerste stop op Noord-Beveland is Kamperland, het meest
westelijke dorp op het eiland. Hier, op de uiterste westpunt, liggen
de Kamperlandse Duintjes, het enige duin- en strandgebied dat het
eiland rijk is en dat nu aansluit op de nieuwe stranden die bij de
Veerse Dam zijn ontstaan. Het dorp zelf ligt aan het Veerse Meer,
achter de dam en recht tegenover Veere op Walcheren. Tussen beide
plaatsen bestond sinds jaar en dag een veerdienst, reden waarom de
hoofdstraat van het dorp de Veerweg heet. Die veerpont vaart nog
steeds, maar nu alleen nog maar in het toeristenseizoen.
|
|
|
|
 |
|
De geschiedenis van Kamperland vertoont veel
overeenkomst met die van de andere dorpen op
Noord-Beveland. Al in de tiende eeuw woonden hier mensen
en in 1170 werd 'Campen' reeds vermeld als een
zelfstandige parochie. De Sint Felixvloed
van 1530 verwoestte echter alles en pas in 1699 werd het gebied
weer ingepolderd. Op de plaats van het oude Campen werd
toen het huidige dorp Kamperland gesticht. |
|
|
|
|
Vandaag de dag is Kamperland een populaire toeristenplaats met een
grote jachthaven en diverse bungalowparken. Maar verder is er, mede
door de relatief korte geschiedenis, niet zo veel te zien en dus
verlaat ik het dorp in zuidelijke richting via de -hoe kan het
anders- Sint Felixweg. Deze voert me langs het Veerse Meer naar de
Goudplaat, het meest zuidelijke puntje van Noord-Beveland.
Tijdens de rit krijg ik een idee van wat de uitvoering van het
Deltaplan voor dit gebied betekend heeft. Want nadat de Zandkreek en
het Veerse Gat door dammen waren afgesloten vormden de voormalige
zeearmen het Veerse Meer, een binnenwater dat met een oppervlakte
van meer dan 2.000 hectare en een totale oeverlengte van 55
kilometer ideale mogelijkheden biedt voor de waterrecreatie. Elk
dorp langs het meer beschikt tegenwoordig dan ook over een goed
uitgeruste jachthaven.
|
|
|
 |
|
|
|
De Goudplaat illustreert de grote veranderingen die zich de laatste
halve eeuw hier voltrokken hebben misschien wel het best. Ooit was
dit een kale zandplaat, omspoeld door het zoute water van het Veerse
Gat, bij eb droogvallend en bij vloed grotendeels onder water. Nu is
het een stil en weelderig begroeid natuurgebied waar Przewalskipaarden
zouden lopen, al heb ik die tijdens mijn wandeling over de Goudplaat
niet gezien.
Er liggen hier liggen in het Veerse Meer eilanden met intrigerende
namen, zoals bijvoorbeeld Aardbeieneiland en Haringvreter. Eilanden
die er bij wijze van spreken om vragen om verkend te worden, maar
als je geen boot hebt kom je er niet. Naar Haringvreter, een naam
die dateert uit de tijd dat dit nog een zandbank was waar zeehonden
zich graag ophielden, worden naar het schijnt regelmatig excursies
georganiseerd, maar daar ontbreekt mij helaas de tijd voor.
Zeehonden zijn er uiteraard niet meer; het eiland schijnt
tegenwoordig bevolkt te worden door wilde paarden. Aardbeieneiland -hoe het aan zijn naam komt heb ik vooralsnog niet
kunnen achterhalen- schijnt een nogal onbegaanbare wildernis te zijn.
Het klinkt wel spannend allemaal!
|
|
|
|
|
|
|
|
Na een rustgevende wandeling over de Goudplaat verlaat ik dit mooie
natuurgebied en zet koers naar Kortgene, de enige plaats op het
eiland die ooit stadsrechten kreeg. Dit is het gedeelte van
Noord-Beveland dat tijdens de watersnoodramp van 1953 het zwaarst
getroffen werd. Nadat in de vroege ochtend van 1 februari de zeedijk
op twee plaatsen bezweek stroomde het water de polders binnen. De
binnendijken rond de polders konden het water niet tegenhouden en
bijna de hele zuidkant van het eiland langs de Zandkreek werd
overstroomd. Alle dodelijke slachtoffers van de ramp die op
Noord-Beveland te betreuren waren, 50 in totaal, vielen hier rond
Kortgene.
De slechte toestand van de dijken hier had tot gevolg dat de
uitvoering van het Drie Eilandenplan, dat al dateerde uit de jaren
dertig van de vorige eeuw, als een van de eerste onderdelen van het
Deltaplan werd aangepakt. Door twee sterke afsluitdammen van samen
nog geen vier kilometer lengte te bouwen verviel namelijk de
noodzaak om de in totaal ruim 55 kilometer aan dijken langs het
Veerse Gat en de Zandkreek op de vereiste Deltahoogte en -sterkte te
brengen. Bovendien kon ervaring worden opgedaan voor de afsluiting
van de veel grotere zeegaten, zoals het Haringvliet en de
Grevelingen.
|
|
|
|
Vandaag de dag herinnert hier niets meer aan die
rampzalige gebeurtenissen van ruim een halve eeuw
geleden. Het landschap is weids en leeg en je vraagt je
hier af wie er bedacht heeft dat Nederland een van de
dichtstbevolkte landen ter wereld is. In deze rust en
weidsheid worden een T-kruising met een rood-wit hek een
een straatnaambord, triviale zaken die ons elders niet
zouden opvallen, opeens tot opmerkelijke elementen in
het landschap. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Een paar minuten later ben ik in Kortgene, een stadje
waarvan men zegt dat de inwoners er van oudsher minder
streng van geloof waren dan de andere Noord-Bevelanders.
Wellicht omdat door de veerdienst naar Wolphaartsdijk
hier de invloed van buiten sterker voelbaar was dan
elders. De jeugd mocht hier dansen in de cafés en eens
per jaar was er zelfs kermis. Zulke lichtzinnigheid werd
in de andere plaatsen met afkeuring bekeken. |
|
|
|
Een dappere toren
Toen de Sint Felixvloed in 1530 over Noord-Beveland
raasde en alles verwoestte, bleef de kerktoren van
Kortgene overeind staan. Ook de Allerheiligenvloed van
1532 kreeg de toren niet klein. Meer dan anderhalve eeuw
weerstond de toren, als een eenzaam baken op de
ondergelopen schorren, de krachten van zee en wind. Toen
in 1684 het gebied van Kortgene weer werd bedijkt bleek
de conditie van de toren nog zo goed dat ze in ere kon
worden hersteld en er werd nieuw schip aangebouwd. De
toren van Kortgene is daarmee het oudste bouwwerk op
Noord-Beveland. |
|
|
De grote moderne woningen aan de haven, elk voorzien van een eigen
aanlegplaats met vaak een niet goedkoop uitziende boot voor de deur,
alsmede het hoge BMW- en Audi-gehalte van het wagenpark hier, doet
vermoeden dat sinds die tijd de invloeden van buiten alleen maar
zijn toegenomen, wat waarschijnlijk de gemiddelde godvrezendheid van
de bevolking niet ten goede gekomen zal zijn. Want vandaag de dag is
Zeeland immers Recreatieland, gericht op het vermaak op, aan of in
het water en alles wat dat met zich meebrengt. Winkels open op
zondag, bars en disco's, schaars geklede watersporters en zelfs naaktrecreatie, het zal menig
streng gelovig Noord-Bevelander nog wel eens bedenkelijk doen fronsen, ondanks al het geld dat
de toeristen in het laatje brengen.
|
|
|
 |
|
Van Kortgene ga ik naar Kats, een rustig dorpje aan de
oostkant van het eiland. Het middeleeuwse Kats ging door
de stormvloeden van 1530 en 1532 ten onder. Het werd in
1598 opnieuw gesticht, maar bleef een bescheiden
plaatsje. Er is nu een flinke jachthaven aan de
Oosterschelde, even buiten het dorp, een kerkje uit
1687, een aardig straatje langs de dijk dat -heel
verrassend- Dijkstraat blijkt te heten en dan heb je het
wel zo'n beetje gehad. |
|
|
|
|
Ik ben er dan ook snel uitgekeken en zet koers naar Colijnsplaat,
een van de oudste vestigingsplaatsen in de Zeeuwse
delta. Al in de tweede eeuw n.Chr. was hier een Romeinse
nederzetting met de naam Ganuenta. Er stond een aan de godin Nehalennia gewijde tempel, waarvan in de afgelopen decennia ongeveer
200 overblijfselen in de vorm van beelden en altaarstenen uit het
water van de Oosterschelde werden opgevist. Nehalennia was de godin
van de vruchtbaarheid en de overvloed, maar was ook bekend als de
beschermvrouwe van de zeevaarders, wat haar populariteit onder de
Romeinen in deze streken wellicht verklaart. Want ook bij Domburg op
het huidige Walcheren heeft een aan haar gewijd heiligdom gestaan.
Het huidige Colijnsplaat werd gesticht in 1598 en werd zeer
planmatig, aangelegd, met een rechthoekig stratenplan. Alles werd
vooraf tot in detail vastgelegd, van de ligging van de straten tot
aan de te gebruiken bouwmaterialen, wat heel bijzonder was voor die
tijd. Belangrijk voor de ontwikkeling van Colijnsplaat was de haven,
die in 1599 in gebruik werd genomen. Van hieruit werden de
Noord-Bevelandse landbouwproducten naar de andere eilanden
verscheept en vertrok ook de veerdienst naar Zierikzee aan de
overkant van de Oosterschelde. Met de opening van de Zeelandbrug in
1965 werd deze veerdienst overbodig.
In 1960 werd hier bovendien een moderne visserijhaven aangelegd om
de vissersvloot van Veere, die als gevolg van de definitieve
afsluiting van het Veerse Gat moest uitwijken, een nieuwe
thuishaven te geven. Tot dan toe had de visserij op Noord-Beveland
geen rol van betekenis gespeeld, wat op zich merkwaardig is voor een
eiland. Nu heeft Colijnsplaat zelfs zijn eigen visafslag, met de
grootste garnalenomzet van Nederland.
Wandelend door de Voorstraat stuit ik tot mijn verrassing op het
Solex Museum, geheel gewijd aan dit ooit mateloos populaire rijwiel
met zijn hulpmotortje dat via een rol het voorwiel aandreef. In de
jaren vijftig van de vorige eeuw vooral geliefd onder wat oudere
dames, werd het later een soort van cult-vervoermiddel voor
alternatieve jongeren, en nog later een gewild verzamelobject voor
bezeten Solex-hobbyisten. Helaas is het museum gesloten, anders was
ik er zeker even een kijkje gaan nemen.
|
|
|
De
vlag van
Noord-Beveland
De vlag van Noord-Beveland bestaat pas sinds 1976, nadat
per 1 januari 1975 de gemeenten Wissenkerke en Kortgene
waren gefuseerd tot de nieuwe gemeente Noord-Beveland en
het eiland voor het eerst één bestuurlijke eenheid werd.
De vlag toont het wapen van de nieuwe gemeente op een
wit veld, geflankeerd door een verticale rode baan.
Elementen uit de vlaggen van de vroegere gemeenten,
zoals de zespuntige sterren van Kortgene en de rode gesp
van Wissenkerke, zijn in wapen en vlag van de nieuwe
gemeente overgenomen.
|
|
|
|
|
|
|
Na mijn wandeling door Colijnsplaat sta ik in dubio. Eigenlijk moet
ik nu terug naar het westen, naar Wissenkerke, sinds 1975 de
administratieve 'hoofdstad' van Noord-Beveland. Daar ben ik immers
nog niet geweest. Aan de andere kant lonkt hier vlakbij de
Zeelandbrug en het vooruitzicht van een koel drankje op een van de
zonnige terrassen in de gezellige binnenstad van Zierikzee aan de
overkant van de Oosterschelde, en daarna op tijd naar huis, vóór de
avondspits in alle hevigheid losbarst.
De Zeelandbrug, die met 50 elegante betonnen bogen de Oosterschelde
overspant is, meer nog dan de Deltawerken, het symbool geworden van
het moderne Zeeland. Met zijn 5.022 meter is het nog altijd de
langste brug van Nederland. Met de auto rijd je nu in nog geen vijf
minuten van Noord-Beveland naar Schouwen-Duiveland. Maar als je echt
wilt weten hoe lang de brug is 'doe' je hem in omgekeerde richting, op
de fiets dan wel te verstaan, met de hier meestal stevig waaiende
zuidwester in je gezicht en zo nu en dan een vlaag regen
ertussendoor!
Vandaag is daar geen sprake van, de zon schijnt uitbundig en
Zierikzee lonkt. Wissenkerke moet maar wachten tot een volgend
bezoek...
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Meer over Noord-Beveland en aanverwante informatie
|
|
|
|
www.noord-beveland.nl
Website van de Gemeente Noord-Beveland.
www.vvvzeeland.nl
Website van de VVV Zeeland.
www.zeeland.nl
Officiële website van de Provincie Zeeland, waartoe
Zuid-Beveland behoort.
www.startkabel.nl/k/noord-beveland
Portal site voor Noord-Beveland
www.deltawerken.com
Website over de Deltawerken van de Stichting Deltawerken Online.
www.zeeuwsarchief.nl/strijdtegenhetwater
Website van het Rijksarchief over de stormvloedramp van 1953 en de
Deltawerken.
|
|
|
|
juni
2005
|
|
|
|
|
|