Het onbekende eiland

Vraag een willekeurige Nederlander een plaats op Noord-Beveland te noemen en hij zal je vrijwel zeker het antwoord schuldig moeten blijven. Op Walcheren kent hij zeker Middelburg en Vlissingen, op Zuid-Beveland zal hij waarschijnlijk Goes weten te noemen en op Schouwen-Duiveland Zierikzee of Renesse. Maar Noord-Beveland?... Nee, sorry!

Vraag een willekeurige Nederlander of hij ooit op Noord-Beveland is geweest en hij zal die vraag vrijwel zeker ontkennend beantwoorden. Tenzij het een fanatiek watersporter is, of een beoefenaar van de duiksport, want die weten dit eiland doorgaans wel te vinden. Maar de kans is ook groot dat zijn antwoord onbewust bezijden de waarheid is, want veel reizigers zijn op Noord-Beveland geweest zonder het zelf in de gaten te hebben, onderweg bijvoorbeeld van Rotterdam naar Middelburg of Goes. Het eiland is een belangrijke, maar weinig opmerkelijke schakel geworden in de nieuwe verkeersroutes die met de realisatie van het Deltaplan hier in Zeeland zijn ontstaan.

Hoe komt toch het dat dit eiland, dat er op de landkaart uitziet als een perfect passend puzzelstukje in de holte die gevormd wordt door Zuid-Beveland en Walcheren, zo onbekend is gebleven? Waarschijnlijk omdat hier eigenlijk weinig opvallends te zien is. Bruisende steden met een rijk verleden, mondaine badplaatsen, culturele evenementen, grootschalige toeristische trekpleisters, je zult er hier tevergeefs naar zoeken. Maar betekent dat nu dat we Noord-Beveland dus maar beter links kunnen laten liggen? Absoluut niet! Het is hier groen, ruim en zo heerlijk rustig, en alleen al om die redenen een bezoek meer dan waard.

Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek




Luctor et emergo

   

De ontstaansgeschiedenis van Noord-Beveland staat model voor die van het hele deltagebied en kan kort en krachtig worden samengevat in de Latijnse spreuk die het motto werd van de provincie Zeeland: "Luctor et emergo" ofwel "Ik worstel en kom boven". Een geschiedenis die bijna geheel bepaald wordt door de strijd van de mens tegen het water. Een strijd die gevoerd werd omdat die mens koste wat kost in dit gebied wilde wonen, voedsel verbouwen en handel drijven en zich niet uit het veld liet slaan door de verwoestende kracht van het water die zijn werk met grote regelmaat weer teniet deed.

Was die strijd niet gestreden en had de natuur hier gewoon zijn gang kunnen gaan, dan zou het deltagebied er waarschijnlijk nog ongeveer net zo hebben uitgezien als toen de Romeinen hier verschenen, rond het begin van onze jaartelling. Een strandwal, die op meerdere plaatsen onderbroken werd door rivierarmen die in zee uitmonden, met daarachter een drassig veengebied doorsneden met grillige kreken, en hier en daar kleine agrarische nederzettingen op de wat hoger gelegen delen. Een voortdurend veranderend landschap waarin water en wind vrij spel hadden. Hoe het er precies uitzag zullen we nooit weten, want er zijn geen kaarten uit die tijd bekend.

We weten wel dat de Romeinen tegen het einde van de tweede eeuw n.Chr. in de delta diverse permanente nederzettingen gesticht hadden, met name in het gebied van het huidige Walcheren en Noord-Beveland, vanwaar handel werd gedreven met wat nu Engeland is. Op twee plaatsen zijn resten gevonden van aan de Romeinse godin Nehalennia gewijde tempels, bij Domburg op Walcheren en bij Colijnsplaat op het huidige Noord-Beveland. Van die laatste nederzetting is de naam zelfs bewaard gebleven: Ganuenta. Daarmee is dat de oudst bekende plaatsnaam in Zeeland.

Tegen het einde van de derde eeuw n.Chr. raakte het gebied grotendeels ontvolkt, waarschijnlijk als gevolg van een aantal zware opeenvolgende overstromingen en van invallen door Germaanse stammen uit het oosten. Over de eeuwen daarna is vrijwel niets bekend. Zeker is dat het tot in de achtste eeuw n.Chr. duurde voor er weer sprake was van permanent bewoonde nederzettingen in het gebied van het huidige Noord-Beveland. Het bleef echter een hachelijke onderneming om hier te wonen. Telkens weer veroorzaakten overstromingen ernstige schade en veel slachtoffers onder mensen en vee. Zo kon het niet doorgaan.

Aan het begin van de elfde eeuw werden de eerste pogingen gedaan om terpen op te werpen en dijken te bouwen om huis en have tegen het water te beschermen. Het bood maar beperkt soelaas. Nadat een grote stormvloed in 1134 opnieuw veel slachtoffers had gemaakt onder de inmiddels toegenomen bevolking kwam men tot de conclusie dat de strijd tegen het water alleen gewonnen kon worden als er beter zou worden samengewerkt en de bedijking meer gecoördineerd zou plaatsvinden. Uit deze periode dateert de oprichting van de eerste waterschappen. Rond 1200 waren Walcheren, Schouwen en Duiveland vrijwel geheel door dijken beschermd, alsmede grote delen van het huidige Noord- en Zuid-Beveland en Tholen.
 

 

Noord-Beveland -
enkele cijfers


Lengte 17,5 km, 
breedte max. 7,5 km, oppervlakte ca. 86 km²,
hoogste punt (Veerse Dam) +13,8m NAP,
inwoners 7.225.

 

Zoals de kaart hiernaast laat zien zag Noord-Beveland er zo rond 1300 heel anders uit dan nu. Het eigenlijke eiland met die naam was maar heel klein, lag ten noorden van het huidige Noord-Beveland en bestond voornamelijk uit duinen. Verder lagen er hier drie wat grotere eilanden met de namen Wolfartsdijc en Bewesten en Beoosten Wijtfliet die geheel bedijkt waren, plus enkele onbedijkte schorren. Zoals bij Zuid-Beveland al werd vermeld gebeurde de dijkaanleg hier vooral op initiatief van het St. Bavoklooster in Gent dat veel grond in het gebied bezat. Aangenomen wordt dan ook dat de naam 'Beveland' is afgeleid van Bavo.

Het eiland ontwikkelde zich voorspoedig en groeide nog in omvang door verdere bedijkingen van schorren. Door uitwateringssluizen te bouwen kon bij laagtij het overtollige water worden afgevoerd en het waterpeil in de polders verlaagd. Geleidelijk werd het grondwater zoeter, waardoor de zoutminnende schorrenvegetatie plaatsmaakte voor sappig grasland dat geschikt was voor veeteelt. Primitieve nederzettingen groeiden uit tot echte dorpjes zoals Kats, Kortgene en Wissenkerke. Er werden parochies gesticht en kerken gebouwd.

Maar in 1530 ging het weer goed mis. Een van de ergste stormvloeden aller tijden, de elders reeds genoemde Sint Felixvloed van 5 november van dat jaar ('Quade Saterdach') geselde het deltagebied, veroorzaakte enorme schade en eiste duizenden slachtoffers. Vooral Noord-Beveland werd zwaar getroffen; de dijken hielden het niet en het hele eiland werd overstroomd. Nog geen twee jaar later kwam de Allerheiligenvloed van 1 november 1532 daar nog eens overheen; wat er na de vorige stormvloed nog overeind stond in de verdronken dorpen werd nu volledig verwoest. Alleen de kerktorens van Wissenkerke en Kortgene weerstonden het geweld van het water en bleven nog jarenlang, als eenzame bakens van vergane glorie, op de schorren staan.
 

 

Klik om te vergroten
Zeeland omstreeks 1300
(uitgegeven door de Zeeuwse Boekhandel te Zierikzee)

De verwoesting was zo compleet dat er voorlopig geen pogingen werden gedaan om de dijken te herstellen en de dorpen weer op te bouwen. Pas in 1598 keerden de eerste pioniers naar het eiland terug om de schorren te weer bedijken, allereerst aan de oostkant waar, ongeveer op de plaats van de vroegere dorpen, Kats en Colijnsplaat werden gesticht. In de loop van de zeventiende eeuw werkten de dijkenbouwers gestaag naar het westen. Rond 1685 was de herovering van Noord-Beveland op de zee in grote lijnen voltooid.

De Tachtigjarige Oorlog, die op de buureilanden Walcheren en Zuid-Beveland voor veel ellende zorgde, ging aan Noord-Beveland voorbij omdat het eiland immers voor het grootste deel van die periode onder water stond en onbewoond was. Maar ook in de jaren en eeuwen daarna, toen Noord-Beveland door verdere bedijkingen geleidelijk groeide tot de huidige vorm en omvang, gebeurde er betrekkelijk weinig. De landbouw ontwikkelde zich voorspoedig, met als belangrijkste producten meekrap en later vooral suikerbieten. Colijnsplaat was een belangrijke haven vanwaar beurtschippers lading naar de omliggende eilanden vervoerden. Maar door de geïsoleerde ligging van Noord-Beveland groeide geen van de dorpen op het eiland uit tot een belangrijke stad.

Die geïsoleerde ligging bleef er tot diep in de 20e eeuw de oorzaak van dat het wereldgebeuren grotendeels aan Noord-Beveland voorbijging. Toen aan het eind van de 19e eeuw verschillende Zeeuwse eilanden zoals Sint Philipsland, Zuid-Beveland en Walcheren met het vasteland werden verbonden en je vanaf 1872 zelfs met de trein helemaal naar Vlissingen kon reizen bleef Noord-Beveland een uithoek waar je maar moeilijk kon komen.
 

 

Klik om te vergroten
Zeeland omstreeks 1650
(bron: ThinkQuest)

Ook de Tweede Wereldoorlog had op Noord-Beveland minder ernstige gevolgen dan op veel andere plaatsen. Alhoewel het in het najaar van 1944 toch nog even spannend werd. Noord-Beveland werd namelijk in november van dat jaar bevrijd maar Schouwen-Duiveland, aan de overkant van de Oosterschelde, was nog in handen van de Duitsers, zodat het eiland in de frontlinie kwam te liggen en te maken kreeg met grote aantallen geallieerde troepen. Gelukkig kwam het niet tot hevige gevechten, met mogelijk fatale gevolgen voor de plaatselijke bevolking.

De watersnoodramp van 1 februari 1953 ging niet aan Noord-Beveland voorbij, hoewel het eiland met 50 dodelijke slachtoffers minder zwaar werd getroffen dan bijvoorbeeld Schouwen-Duiveland of Tholen. Bijna al die slachtoffers vielen in het zuidelijke deel, waar rond het dorp Kortgene de dijken op diverse plaatsen bezweken en verschillende polders onder water kwamen te staan.

 

Klik om te vergroten
Zeeland omstreeks 1930
(bron: Kleine Bosatlas)
 




Noord-Beveland en het Deltaplan
 
   

De uitvoering van het Deltaplan bracht een enorme ommekeer teweeg voor Noord-Beveland. In nauwelijks twintig jaar werd het eiland, door maar liefst vier nieuwe oeververbindingen, van een afgelegen uithoek tot het centrum van de provincie Zeeland. Allereerst werd in 1960 aan de oostkant  van het eiland de Zandkreek afgesloten door een 830 meter lange dam. Door de sluiting van die dam op 3 mei 1960 kwam er een eind aan de eilandstatus van Noord-Beveland. Het veer tussen Kortgene en Wolphaartsdijk, eeuwenlang de enige verbinding van Noord-Beveland met de buitenwereld, kon worden opgeheven toen op 1 oktober 1960 de nieuwe verkeersweg over de Zandkreekdam geopend werd.

Het jaar daarop werd het Veerse Gat, aan de westkant van Noord-Beveland, afgesloten en nu was het eiland ook direct verbonden met Walcheren. Dit was een veel omvangrijker werk dan de afsluiting van de Zandkreek, omdat het Veerse Gat veel breder was en de getijstromen er sterker waren. Om te voorkomen dat die stromingen steeds krachtiger werden naarmate de bouw van de dam vorderde werd voor het eerst gebruik gemaakt van zogenaamde doorlaatcaissons. Dit waren holle betonnen bakken ter grootte van een flatgebouw van zeven verdiepingen die elders waren gebouwd en drijvend naar hun plaats in de dam werden getransporteerd, waar ze op een vooraf op de zeebodem aangebrachte drempel werden afgezonken. Het water stroomde dwars door de caissons heen en pas toen de laatste geplaatst was werden de stalen schuiven in de caissons neergelaten om de dam definitief te sluiten. De plaatsing van de laatste caisson op 21 april 1961, in aanwezigheid van koningin Juliana, werd rechtstreeks uitgezonden op de Nederlandse televisie met vanuit de lucht gemaakte beelden, een unicum in die tijd. De Veerse Dam is in totaal 2,8 kilometer lang.

Hiermee was het zogenaamde Drie Eilandenplan, dat al dateerde uit de jaren dertig, uiteindelijk gerealiseerd en waren Walcheren en Noord- en Zuid-Beveland met elkaar verbonden. Daar bleef het niet bij, want ruim vier jaar later, op 15 december 1965, werd de Zeelandbrug geopend. Deze brug, die met een lengte van ruim 5 kilometer bij de oplevering de langste brug van Europa was, overspant de Oosterschelde en verbindt Noord-Beveland met Schouwen-Duiveland. De Zeelandbrug was in feite geen onderdeel van het Deltaplan, maar werd gebouwd op initiatief van de provincie Zeeland om de verbinding tussen Rotterdam en Middelburg en Vlissingen aanzienlijk te bekorten.

Tenslotte werd op 4 oktober 1986 de Oosterscheldekering geopend door koningin Beatrix, het sluitstuk van het Deltaplan in Zeeland. Meer over deze stormvloedkering op de pagina van Neeltje Jans. Vandaag de dag lopen er dus twee belangrijke doorgaande verkeersroutes over Noord-Beveland: aan de westkant de N57 over de Oosterscheldekering en de Veerse Dam, en aan de oostkant de N256 over de Zeelandbrug en de Zandkreekdam. Op het eiland zelf worden die twee onderling verbonden door de N255, zodat je nu Noord-Beveland met recht een knooppunt in het verkeer in Zeeland mag noemen. Met als gevolg dat de meeste bezoekers in een paar minuten over het eiland razen, zonder er eigenlijk iets van te hebben gezien.

 

Klik om te vergroten
Satellietfoto van Noord-Beveland (bron: NLR / ESA)
 




Een snel rondje Noord-Beveland
 
   

Ik benader Noord-Beveland vanaf Walcheren, via de Veerse Dam dus. Hoewel het Veerse Gat hier bijna drie kilometer breed is heb je niet echt het idee naar een eiland te gaan. Op de kern van de caissonafsluiting uit 1961 is namelijk een zeer breed dijklichaam aangelegd, met een paar mooie stranden aan de Noordzeekant. Die worden overigens vanaf de weg aan het oog onttrokken door een met helmgras begroeide helling, waardoor de dam eigenlijk lijkt op een voortzetting van de normale kustlijn en dat was ook precies de bedoeling. Daardoor oogt het allemaal niet zo spectaculair als je over zo'n dam rijdt; de werkelijke omvang van de Deltawerken komt eigenlijk pas goed tot uiting als je ze vanuit de lucht bekijkt.

Mijn eerste stop op Noord-Beveland is Kamperland, het meest westelijke dorp op het eiland. Hier, op de uiterste westpunt, liggen de Kamperlandse Duintjes, het enige duin- en strandgebied dat het eiland rijk is en dat nu aansluit op de nieuwe stranden die bij de Veerse Dam zijn ontstaan. Het dorp zelf ligt aan het Veerse Meer, achter de dam en recht tegenover Veere op Walcheren. Tussen beide plaatsen bestond sinds jaar en dag een veerdienst, reden waarom de hoofdstraat van het dorp de Veerweg heet. Die veerpont vaart nog steeds, maar nu alleen nog maar in het toeristenseizoen.
 

   

Klik om te vergroten

De geschiedenis van Kamperland vertoont veel overeenkomst met die van de andere dorpen op Noord-Beveland. Al in de tiende eeuw woonden hier mensen en in 1170 werd 'Campen' reeds vermeld als een zelfstandige parochie. De Sint Felixvloed van 1530 verwoestte echter alles en pas in 1699 werd het gebied weer ingepolderd. Op de plaats van het oude Campen werd toen het huidige dorp Kamperland gesticht.

   


Vandaag de dag is Kamperland een populaire toeristenplaats met een grote jachthaven en diverse bungalowparken. Maar verder is er, mede door de relatief korte geschiedenis, niet zo veel te zien en dus verlaat ik het dorp in zuidelijke richting via de -hoe kan het anders- Sint Felixweg. Deze voert me langs het Veerse Meer naar de Goudplaat, het meest zuidelijke puntje van Noord-Beveland.

Tijdens de rit krijg ik een idee van wat de uitvoering van het Deltaplan voor dit gebied betekend heeft. Want nadat de Zandkreek en het Veerse Gat door dammen waren afgesloten vormden de voormalige zeearmen het Veerse Meer, een binnenwater dat met een oppervlakte van meer dan 2.000 hectare en een totale oeverlengte van 55 kilometer ideale mogelijkheden biedt voor de waterrecreatie. Elk dorp langs het meer beschikt tegenwoordig dan ook over een goed uitgeruste jachthaven.
 

   
Klik om te vergroten    


De Goudplaat illustreert de grote veranderingen die zich de laatste halve eeuw hier voltrokken hebben misschien wel het best. Ooit was dit een kale zandplaat, omspoeld door het zoute water van het Veerse Gat, bij eb droogvallend en bij vloed grotendeels onder water. Nu is het een stil en weelderig begroeid natuurgebied waar Przewalskipaarden zouden lopen, al heb ik die tijdens mijn wandeling over de Goudplaat niet gezien.

Er liggen hier liggen in het Veerse Meer eilanden met intrigerende namen, zoals bijvoorbeeld Aardbeieneiland en Haringvreter. Eilanden die er bij wijze van spreken om vragen om verkend te worden, maar als je geen boot hebt kom je er niet. Naar Haringvreter, een naam die dateert uit de tijd dat dit nog een zandbank was waar zeehonden zich graag ophielden, worden naar het schijnt regelmatig excursies georganiseerd, maar daar ontbreekt mij helaas de tijd voor. Zeehonden zijn er uiteraard niet meer; het eiland schijnt tegenwoordig bevolkt te worden door wilde paarden. Aardbeieneiland -hoe het aan zijn naam komt heb ik vooralsnog niet kunnen achterhalen- schijnt een nogal onbegaanbare wildernis te zijn. Het klinkt wel spannend allemaal!
 

   

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

   


Na een rustgevende wandeling over de Goudplaat verlaat ik dit mooie natuurgebied en zet koers naar Kortgene, de enige plaats op het eiland die ooit stadsrechten kreeg. Dit is het gedeelte van Noord-Beveland dat tijdens de watersnoodramp van 1953 het zwaarst getroffen werd. Nadat in de vroege ochtend van 1 februari de zeedijk op twee plaatsen bezweek stroomde het water de polders binnen. De binnendijken rond de polders konden het water niet tegenhouden en bijna de hele zuidkant van het eiland langs de Zandkreek werd overstroomd. Alle dodelijke slachtoffers van de ramp die op Noord-Beveland te betreuren waren, 50 in totaal, vielen hier rond Kortgene.

De slechte toestand van de dijken hier had tot gevolg dat de uitvoering van het Drie Eilandenplan, dat al dateerde uit de jaren dertig van de vorige eeuw, als een van de eerste onderdelen van het Deltaplan werd aangepakt. Door twee sterke afsluitdammen van samen nog geen vier kilometer lengte te bouwen verviel namelijk de noodzaak om de in totaal ruim 55 kilometer aan dijken langs het Veerse Gat en de Zandkreek op de vereiste Deltahoogte en -sterkte te brengen. Bovendien kon ervaring worden opgedaan voor de afsluiting van de veel grotere zeegaten, zoals het Haringvliet en de Grevelingen.
 

   

Vandaag de dag herinnert hier niets meer aan die rampzalige gebeurtenissen van ruim een halve eeuw geleden. Het landschap is weids en leeg en je vraagt je hier af wie er bedacht heeft dat Nederland een van de dichtstbevolkte landen ter wereld is. In deze rust en weidsheid worden een T-kruising met een rood-wit hek een een straatnaambord, triviale zaken die ons elders niet zouden opvallen, opeens tot opmerkelijke elementen in het landschap.

Klik om te vergroten

 

 

 

 

 

Klik om te vergroten

Een paar minuten later ben ik in Kortgene, een stadje waarvan men zegt dat de inwoners er van oudsher minder streng van geloof waren dan de andere Noord-Bevelanders. Wellicht omdat door de veerdienst naar Wolphaartsdijk hier de invloed van buiten sterker voelbaar was dan elders. De jeugd mocht hier dansen in de cafés en eens per jaar was er zelfs kermis. Zulke lichtzinnigheid werd in de andere plaatsen met afkeuring bekeken.

 

Een dappere toren

Toen de Sint Felixvloed in 1530 over Noord-Beveland raasde en alles verwoestte,  bleef de kerktoren van Kortgene overeind staan. Ook de Allerheiligenvloed van 1532 kreeg de toren niet klein. Meer dan anderhalve eeuw weerstond de toren, als een eenzaam baken op de ondergelopen schorren, de krachten van zee en wind. Toen in 1684 het gebied van Kortgene weer werd bedijkt bleek de conditie van de toren nog zo goed dat ze in ere kon worden hersteld en er werd nieuw schip aangebouwd. De toren van Kortgene is daarmee het oudste bouwwerk op Noord-Beveland.


De grote moderne woningen aan de haven, elk voorzien van een eigen aanlegplaats met vaak een niet goedkoop uitziende boot voor de deur, alsmede het hoge BMW- en Audi-gehalte van het wagenpark hier, doet vermoeden dat sinds die tijd de invloeden van buiten alleen maar zijn toegenomen, wat waarschijnlijk de gemiddelde godvrezendheid van de bevolking niet ten goede gekomen zal zijn. Want vandaag de dag is Zeeland immers Recreatieland, gericht op het vermaak op, aan of in het water en alles wat dat met zich meebrengt. Winkels open op zondag, bars en disco's, schaars geklede watersporters en zelfs naaktrecreatie, het zal menig streng gelovig Noord-Bevelander nog wel eens bedenkelijk doen fronsen, ondanks al het geld dat de toeristen in het laatje brengen.
 

 

Klik om te vergroten

Van Kortgene ga ik naar Kats, een rustig dorpje aan de oostkant van het eiland. Het middeleeuwse Kats ging door de stormvloeden van 1530 en 1532 ten onder. Het werd in 1598 opnieuw gesticht, maar bleef een bescheiden plaatsje. Er is nu een flinke jachthaven aan de Oosterschelde, even buiten het dorp, een kerkje uit 1687, een aardig straatje langs de dijk dat -heel verrassend- Dijkstraat blijkt te heten en dan heb je het wel zo'n beetje gehad.

   


Ik ben er dan ook snel uitgekeken en zet koers naar Colijnsplaat, een van de oudste vestigingsplaatsen in de Zeeuwse delta. Al in de tweede eeuw n.Chr. was hier een Romeinse nederzetting met de naam Ganuenta. Er stond een aan de godin Nehalennia gewijde tempel, waarvan in de afgelopen decennia ongeveer 200 overblijfselen in de vorm van beelden en altaarstenen uit het water van de Oosterschelde werden opgevist. Nehalennia was de godin van de vruchtbaarheid en de overvloed, maar was ook bekend als de beschermvrouwe van de zeevaarders, wat haar populariteit onder de Romeinen in deze streken wellicht verklaart. Want ook bij Domburg op het huidige Walcheren heeft een aan haar gewijd heiligdom gestaan.

Het huidige Colijnsplaat werd gesticht in 1598 en werd zeer planmatig, aangelegd, met een rechthoekig stratenplan. Alles werd vooraf tot in detail vastgelegd, van de ligging van de straten tot aan de te gebruiken bouwmaterialen, wat heel bijzonder was voor die tijd. Belangrijk voor de ontwikkeling van Colijnsplaat was de haven, die in 1599 in gebruik werd genomen. Van hieruit werden de Noord-Bevelandse landbouwproducten naar de andere eilanden verscheept en vertrok ook de veerdienst naar Zierikzee aan de overkant van de Oosterschelde. Met de opening van de Zeelandbrug in 1965 werd deze veerdienst overbodig.

In 1960 werd hier bovendien een moderne visserijhaven aangelegd om de vissersvloot van Veere, die als gevolg van de definitieve afsluiting van het Veerse Gat moest uitwijken, een nieuwe thuishaven te geven. Tot dan toe had de visserij op Noord-Beveland geen rol van betekenis gespeeld, wat op zich merkwaardig is voor een eiland. Nu heeft Colijnsplaat zelfs zijn eigen visafslag, met de grootste garnalenomzet van Nederland.

Wandelend door de Voorstraat stuit ik tot mijn verrassing op het Solex Museum, geheel gewijd aan dit ooit mateloos populaire rijwiel met zijn hulpmotortje dat via een rol het voorwiel aandreef. In de jaren vijftig van de vorige eeuw vooral geliefd onder wat oudere dames, werd het later een soort van cult-vervoermiddel voor alternatieve jongeren, en nog later een gewild verzamelobject voor bezeten Solex-hobbyisten. Helaas is het museum gesloten, anders was ik er zeker even een kijkje gaan nemen.
 

 

De vlag van
Noord-Beveland




De vlag van Noord-Beveland bestaat pas sinds 1976, nadat per 1 januari 1975 de gemeenten Wissenkerke en Kortgene waren gefuseerd tot de nieuwe gemeente Noord-Beveland en het eiland voor het eerst één bestuurlijke eenheid werd. De vlag toont het wapen van de nieuwe gemeente op een wit veld, geflankeerd door een verticale rode baan. Elementen uit de vlaggen van de vroegere gemeenten, zoals de zespuntige sterren van Kortgene en de rode gesp van Wissenkerke, zijn in wapen en vlag van de nieuwe gemeente overgenomen.

 

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

   


Na mijn wandeling door Colijnsplaat sta ik in dubio. Eigenlijk moet ik nu terug naar het westen, naar Wissenkerke, sinds 1975 de administratieve 'hoofdstad' van Noord-Beveland. Daar ben ik immers nog niet geweest. Aan de andere kant lonkt hier vlakbij de Zeelandbrug en het vooruitzicht van een koel drankje op een van de zonnige terrassen in de gezellige binnenstad van Zierikzee aan de overkant van de Oosterschelde, en daarna op tijd naar huis, vóór de avondspits in alle hevigheid losbarst.

De Zeelandbrug, die met 50 elegante betonnen bogen de Oosterschelde overspant is, meer nog dan de Deltawerken, het symbool geworden van het moderne Zeeland. Met zijn 5.022 meter is het nog altijd de langste brug van Nederland. Met de auto rijd je nu in nog geen vijf minuten van Noord-Beveland naar Schouwen-Duiveland. Maar als je echt wilt weten hoe lang de brug is 'doe' je hem in omgekeerde richting, op de fiets dan wel te verstaan, met de hier meestal stevig waaiende zuidwester in je gezicht en zo nu en dan een vlaag regen ertussendoor!

Vandaag is daar geen sprake van, de zon schijnt uitbundig en Zierikzee lonkt. Wissenkerke moet maar wachten tot een volgend bezoek...
 

   
Klik om te vergroten    
     




Meer over Noord-Beveland en aanverwante informatie

www.noord-beveland.nl
Website van de Gemeente Noord-Beveland.

www.vvvzeeland.nl
Website van de VVV Zeeland.

www.zeeland.nl
Officiële website van de Provincie Zeeland, waartoe Zuid-Beveland behoort.

www.startkabel.nl/k/noord-beveland
Portal site voor Noord-Beveland

www.deltawerken.com
Website over de Deltawerken van de Stichting Deltawerken Online.

www.zeeuwsarchief.nl/strijdtegenhetwater
Website van het Rijksarchief over de stormvloedramp van 1953 en de Deltawerken.

 

 Ameland
Marken
Neeltje Jans
Noordereiland
Noord-Beveland
Pampus
Schiermonnikoog
Schokland
Sint Philipsland
Terschelling
Texel
Tholen
Tiengemeten
Urk
Vlieland
Walcheren
Wieringen
Zuid-Beveland

Help
Links
Gastenboek


juni 2005