Het
toeristeneiland
|
|
|
|
Als
je een willekeurige buitenlander vraagt om een Nederlands eiland te
noemen is de kans groot dat je Marken als antwoord krijgt. Want van alle
eilanden die op deze site besproken worden is Marken ongetwijfeld het
meest bekend bij de toeristen.
Dat is niet toevallig. Veel buitenlanders zien het folkloristische
Marken, met zijn dijk, zijn glimmend groen geschilderde houten huisjes
op palen en zijn in traditionele kleurige klederdracht (inclusief klompen)
gestoken bewoners als hét symbool van Nederland. En omdat het nog geen
twintig kilometer van het centrum van Amsterdam verwijderd ligt is een
uitstapje naar Marken en het naburige vissersdorp Volendam, de
zogenaamde 'Holland Tour', een bijna verplicht onderdeel van het
programma voor iedere toerist die de hoofdstad bezoekt. Jaarlijks
ontvangt Marken dan ook bijna een miljoen bezoekers. Het zal daarom niet
verbazen dat je hier op een mooie dag in het zomerseizoen meer vreemde
talen hoort spreken dan Nederlands.
Helaas is Marken geen eiland meer. Sinds 1957 is het door een twee
kilometer lange dijk met het vasteland verbonden. Dat is jammer natuurlijk,
maar we kunnen ons troosten met de gedachte dat het allemaal nog veel erger had
kunnen zijn. Als de Zuiderzeewerken namelijk volgens de oorspronkelijke plannen
van ir. Cornelis Lely (zie voor details de pagina van Wieringen)
waren uitgevoerd, dan zou Marken een deel van de polder Markerwaard zijn
geworden. Dat is gelukkig niet doorgegaan, en daardoor kunnen we nu hier
nog genieten van het echte eilandgevoel: water rondom tot aan de
horizon.
|
|
|
Monnikenwerk
|
|
|
|
Marken
is geen natuurlijke verhoging in het landschap, zoals bijvoorbeeld Urk of
Wieringen dat zijn. Deze eilanden hebben een kern van keileem, die
werd opgestuwd tijdens de voorlaatste ijstijd en die in de loop der eeuwen de
erosie door het water redelijk hebben kunnen doorstaan. Marken is echter
niet meer dan een stukje polderland, zo plat als een pannenkoek, dat op een zeker moment
de verbinding
met soortgelijk polderland op het Hollandse vasteland kwijtraakte en
daardoor een eiland werd. Dat moet tegen het eind van de twaalfde eeuw
gebeurd zijn.
Het waren monniken die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de eerste
bedijkingen in dit gebied. De naam Monnickendam verwijst hier nog naar.
Het eiland Marken kwam in 1251 in bezit van het Friese Norbertijner
klooster Mariëngaarde in Hallum. De monniken verrichtten er veel werk,
want zij bouwden een dijk rond het eiland, stichtten er twee boerderijen
en brachten de landbouw tot ontwikkeling. Halverwege de veertiende eeuw
vertrokken de Norbertijnen echter, onder druk van de graaf van Holland,
van Marken en kwam er dus een eind aan hun nuttige monnikenwerk.
Tot in de vijftiende eeuw zouden landbouw en vooral veeteelt de
belangrijkste middelen van bestaan blijven. De bodem werd echter door
inklinking en verzilting steeds minder geschikt voor de landbouw, zodat de
eilandbewoners hun heil gingen zoeken in de visserij. Tegen het eind van
de zestiende eeuw was Marken een vissersplaats geworden. Het zou echter
tot ver in de negentiende eeuw duren voordat er ook een haven kwam om de
Marker vissersvloot een beschutte ligplaats te bieden.
|
|
|
Marken -
enkele cijfers
Lengte 3 km,
breedte 1,5 km,
oppervlakte ca. 2 km²,
inwoners: 1.850.
|
|
|
Net
als op de andere Zuiderzee-eilanden moest er op Marken een voortdurende
strijd tegen het water worden gevoerd. Naarmate de landbouw als
belangrijkste middel van bestaan verdrongen werd door de visserij werd er
ook minder energie in het behoud van land en onderhoud van de dijken gestoken. Er vonden
regelmatig overstromingen plaats, waarbij veel land verloren ging en mens
en dier gevaar liepen.
De Markers wapenden zich tegen het water door hun woningen op terpen te
bouwen, die hier 'werven' worden genoemd. Ooit waren er 27 werven op het
eiland, waarvan er 12 in de loop van de eeuwen aan het water ten prooi
vielen. Van de 15 werven die er overbleven zijn er nu nog 12 bewoond. Een
is er in gebruik als begraafplaats en dus in zekere zin ook 'bewoond'.
Door de opkomst van de visserij nam ook het inwonertal toe. Bekend is
dat er eind vijftiende eeuw zo'n 250 mensen op Marken woonden; rond 1620
was dat aantal gegroeid tot 750. Toen de bouwruimte op de werven opraakte
gingen de Markers huizen op palen bouwen om droge voeten te houden. Die
twee elementen, de groepjes woningen op de werven en de paalwoningen, zijn
heel karakteristiek voor Marken en vandaag de dag nog goed zichtbaar. Maar
nu
de regelmatige overstromingen tot het verleden behoren zijn de
benedenverdiepingen van de meeste paalwoningen dichtgemaakt en als extra woonruimte in gebruik genomen.
|
|
|
Veranderingen
|
|
|
|
De
negentiende eeuw bracht veel veranderingen. In 1825 werd begonnen met het
graven van het Goudriaenkanaal, vanaf Amsterdam door het Waterland naar
Marken en vervolgens dwars door het eiland heen naar de Zuiderzee. Het
kanaal moest de zeescheepvaart naar Amsterdam een alternatief voor het
Noord-Hollands Kanaal naar Den Helder bieden, maar de aanleg ervan werd in 1828 gestaakt.
De tegenwoordige ijsbaan van Marken is nog een overblijfsel van dit mislukte
project.
Het eiland kreeg in 1837 dan eindelijk zijn vissershaven, die in 1870 nog
eens werd uitgebreid. De ironie wil dat juist in deze tijd de plannen om
de Zuiderzee af te sluiten en grotendeels in te polderen steeds meer vorm
begonnen te krijgen, plannen die de visserij op Marken de das om zouden
doen (zie de Wieringen pagina
voor details over de Zuiderzeewerken).
In 1932 was het dan zover: de Afsluitdijk werd voltooid en de Zuiderzee
werd IJsselmeer, een zoetwatermeer waarin het met de zeevisserij snel
gedaan was. Direct na de afsluiting werd de inpoldering van de
vroegere binnenzee voortvarend ter hand genomen. De Wieringermeerpolder
was als eerste, in 1930 al, drooggevallen, de Noordoostpolder volgde
in 1942. Daarna was de Markerwaardpolder aan de beurt en in 1942 werd daarom op
de noordpunt van Marken begonnen met de bouw van de westelijke dijk voor
de nieuwe polder. Na een kleine twee kilometer werd echter het werk
stilgelegd; de Tweede Wereldoorlog die in volle gang was stelde andere
prioriteiten.
Na afloop van de oorlog werd het werk aan de Markerwaardpolder niet meteen
weer opgepakt. Het herstel van de door vijf jaren van oorlog en Duitse
bezetting verwoeste infrastructuur kreeg voorrang. Toen op dat gebied de
ergste nood gelenigd was en er weer gedacht werd aan het hervatten van de
Zuiderzeewerken werd in de winter van 1953 het zuidwesten van Nederland
getroffen door de zwaarste stormvloed van de twintigste eeuw, die ruim
1.800 slachtoffers eiste. Het herstel van de dijken in het deltagebied en
het ontwikkelen van het Deltaplan om te voorkomen dat zo'n ramp zich in de
toekomst ooit nog zou voordoen kregen uiteraard een hogere prioriteit. De
inpoldering van het IJsselmeer kon nog wel even wachten.
|
|

Marken
in
Google Earth
(klik op de afbeelding
om te vergroten) |
|
Toen
in 1955 de Zuiderzeewerken werden hervat waren de inzichten over de
volgorde waarin de polders zouden worden aangelegd gewijzigd. Besloten
werd als eerste niet de Markerwaardpolder, maar de oostelijke Flevopolders,
met daarin belangrijke geplande grote bevolkingscentra als Lelystad en
Almere, aan te leggen. Van de Markerwaard werd op dat moment slechts een
twee kilometer lang stukje dijk, van de zuidpunt van Marken naar het
vasteland, gerealiseerd, en toen deze dijk werd geopend in 1957 hield
Marken officieel op een eiland te zijn.
Oostelijk Flevoland viel in 1957 droog en Zuidelijk Flevoland volgde in
1968. Op dat moment bestonden er al twijfels of de Markerwaardpolder nog
wel moest worden aangelegd. Toch werd begonnen met de bouw van de
buitendijk, van Enkhuizen naar Lelystad, en toen die in 1975 werd gesloten
was het Markermeer ontstaan, een afgescheiden deel van het
IJsselmeer.
Rond deze tijd hadden de tegenstanders van de aanleg van de polder de
overhand gekregen. Hun belangrijkste wapen was het argument dat er in
Nederland geen acute behoefte meer was aan méér landbouwgrond, destijds
de belangrijkste reden reden om de polder aan te leggen. In plaats daarvan
wezen zij op het belang van een open Markermeer voor natuurbehoud,
recreatie, toerisme en waterbeheer. De politiek schoof een definitieve
beslissing steeds weer voor zich uit en er gebeurde niets. De tijd werkte
in het voordeel van de tegenstanders.
Het zag er echter in de jaren '90 even naar uit dat de polder er toch nog
zou komen. De voorstanders kwamen met nieuwe argumenten en plannen. Zo
zou er ruimte nodig zijn voor de aanleg van een nieuwe nationale
luchthaven, voor woningbouw en voor recreatieterreinen. Er verschenen
allerlei varianten waarin alleen het noordelijk deel van de polder,
inclusief luchthaven, zou worden aangelegd en het zuidelijk deel van het
Markermeer open water zou blijven. Maar toen de regering eind jaren '90
besloot tot uitbreiding van Schiphol op de huidige plaats leek de
Markerwaard als locatie voor een luchthaven, en daarmee ook de polder
zelf, definitief van de baan.
Toch hebben de voorstanders, verenigd in de Vereniging
Vrienden van de Markerwaard, de moed nog niet opgegeven en blijven ze
de nieuwe polder promoten en plannen ontwikkelen. Voorlopig is er niet
méér van te zien dan een nogal zonderlinge, 27 kilometer lange
verkeersweg dwars door het IJsselmeer van Enkhuizen naar Lelystad en een
zinloze, bijna 2 kilometer lange doodlopende dijk op Marken, die door de
bewoners de Bukdijk wordt genoemd. Plus de dijk die Marken aan het
vasteland klonk en er een schiereiland van maakte natuurlijk. Maar die was
er zonder de plannen voor de Markerwaard waarschijnlijk ook wel
gekomen.
|
|

Plan
voor de inpoldering van de Zuiderzee / IJsselmeer van ir. Cornelis Lely
(1916).
1 - Wieringermeerpolder,
2 - Noordoostpolder,
3 - Oostelijk Flevoland,
4 - Zuidelijk Flevoland,
5 - Lauwersmeerpolder,
6 - Markerwaardpolder.
|
|
Een rondwandeling op Marken
|
|
|
|
Voor
een rondwandeling over de buitendijk heeft Marken een plezierige grootte,
al zijn de verschillende bronnen het niet helemaal eens over de precieze
lengte. Dagblad 'Trouw' houdt het op tien kilometer, en als je ook nog
naar het eind van de Bukdijk (en weer terug) wilt lopen komt er nog eens
3,5 km bij. Een routebeschrijving in de Amsterdamse krant 'Het Parool'
geeft 11 kilometer aan, inclusief de Bukdijk. Twee eilanders weten,
onafhankelijk van elkaar, te vertellen dat de rondwandeling zonder de
Bukdijk 8 kilometer is. Ik denk dus dat 'Het Parool' het dichtst bij de
waarheid zit. Hoe dan ook, het is een rondje dat op een prille lentemiddag
prima te lopen is.
De reis naar Marken gaat, helaas, per auto, hoewel het ritje over de twee
kilometer lange dijk je nog wel een beetje het gevoel geeft dat je naar
een eiland gaat. Je kunt trouwens als je persé wilt ook per boot naar
Marken. Vanuit Volendam vaart er een veerboot voor voetgangers en fietsers
die je in een half uur over de Gouwzee naar Marken brengt. Deze vaart
echter alleen in het toeristenseizoen, van april tot oktober. Op deze
maartse dinsdag zullen we het dus met de dijk moeten doen.
|
|
|
|
 |
|
<
klik op een foto om te vergroten |
|
Vanaf de centraal gelegen parkeerplaats, waar alle bezoekers tegen
betaling van een niet malse parkeervergoeding (€ 3,85 voor een auto en
drie personen) hun voertuig moeten achterlaten is het nauwelijks vijf
minuten lopen naar de haven, waar onze rondwandeling begint. De
straatnaambordjes hier vermelden grappige namen zoals Buurt I, Buurt II,
Buurt III en Kets. Het zijn eigenlijk geen straten maar 'werven', de
kunstmatige heuveltjes waarop groepjes huizen zijn gebouwd.
Voor de meeste toeristen blijft een bezoek aan Marken beperkt tot wat
rondslenteren in de Kerkbuurt en de Havenbuurt inclusief een verplicht
bezoekje aan het huis van Sijtje Boes, de bekendste inwoonster van het
eiland, dat nu een souvenirwinkeltje is. Maar vandaag zijn er geen
busladingen fotograferende buitenlanders, op jacht naar Markers in
traditionele klederdracht die bereid zijn even voor hen te poseren. Het
toeristenseizoen is nog niet aangebroken. Zelfs een kop koffie zit er niet
in, want alle horeca aan de haven is nog hermetisch gesloten. De winkel
van Sijtje is wel open, maar klandizie is er in de verste verte niet te
bespeuren.
De steigers in het havenbekken liggen vol zeil- en motorjachten, waarvan
sommige er erg prijzig uitzien. Vissersboten zijn er niet meer. De Marker vissersvloot
is al jaren geleden ter ziele gegaan. We lopen om de haven heen de dijk op. Volgens de routebeschrijving laten
we nu de massa's drentelende dagjesmensen en de stinkende frietkramen weldra achter ons. Het is hier echter volkomen uitgestorven. Er waait een stevige
wind uit het westen, van over de Gouwzee, zoals meestal hier. De beloofde
lentezon wil nog niet echt doorbreken.
|
|
|
De
vlag van Marken
De vlag van Marken is niet meer officieel in gebruik sinds
de gemeente Marken werd opgeheven en opging in de nieuwe
gemeente Waterland in 1991. De vlag vertoont veel
overeenkomst met die van Wieringen.
Ook hier een zogenaamd Scandinavisch kruis in de kleuren geel en blauw,
aangevuld met een rood element.
|
|
|
|
|
|
|
Na ruim een kwartier lopen zijn we al op de noordpunt van het eiland
beland. Hier begint de Bukdijk, die zo'n 1,7 km in zee steekt in de
richting van Volendam op het vasteland en de Gouwzee in het noorden
begrenst. We gaan door een hek de met gras begroeide, hobbelige dijk op.
Hier hoor je alleen het geklots van de golven en de wind in je oren.
Halverwege de dijk graast een kudde schapen. De kleurstempels op hun rug
duiden erop dat ze allemaal drachtig zijn. Een boer is bezig de ooien die
het eerst moeten lammeren in de aanhanger van zijn tractor te laden. Als
wij hem vragen hoe hij nu weet welke hij moet meenemen laat hij een
beduimeld notitieboekje zien waarin hij de nummers van de ooien en de
datums waarop ze gedekt zijn heeft genoteerd. Soms kan logistiek zo simpel
zijn!
|
|
|
|
We lopen naar het eind van de dijk en kijken over het water naar Volendam
op het vasteland. De houten huisjes langs de dijk, het silhouet van de St. Vincentiuskerk
daarboven en de lichtmasten bij het stadion van FC Volendam, de club waar het momenteel niet zo
goed mee gaat, het lijkt allemaal bedrieglijk dichtbij.
Volendam en Marken, ze worden vaak in één adem genoemd, maar ze worden
door méér gescheiden dan dit stukje water. Want daar, aan de overkant,
zijn ze katholiek en houden ze zich bezig met lichtzinnigheden als muziek
en voetbal, hier is men protestant en gaat het er allemaal wat ernstiger
aan toe. Maar bovenal zijn de Volendammers vastelanders en de Markers
eilanders, en dat is een wereld van verschil.
|
|
|
|
|
|
|
|
Hier, op het uiterste eind van de Bukdijk, is waarschijnlijk de plek waar
op Marken het 'eilandgevoel' het meest tastbaar is. De weidsheid van het
IJsselmeer doet je even vergeten dat dit eigenlijk geen zee meer is, dat
er geen onbekende verre kusten achter die horizon liggen maar slechts een prozaïsche
dijk. Uitkijkend over die zee voel toch je in je rug de aanwezigheid van
het vasteland waar je bij hoort, maar ook weer niet, dichtbij maar ook ver
weer weg. Een voorpost waar vanaf het vasteland met een zekere afgunst
naar gekeken wordt; tenslotte ben je hier een beetje dichter bij de
horizon dan ginds.
Met of zonder dergelijke filosofische gedachten wandelen we de dijk af,
terug naar het eiland. De boer heeft zijn quotum schapen voor vandaag
kennelijk bij elkaar, want we zien hem met een kar vol voor ons uit
rijden. Heel voorzichtig, over de hobbelige dijk, want het lammeren moet
liever niet beginnen vóór hij thuis is.
|
|
|
|
 |
|
Terug
op het eiland slaan we linksaf, richting oostpunt. Vanaf de dijk
heb je een mooi zicht op de drie werven van de Kerkbuurt, met de
kerk in het midden. Even verderop ligt een nieuwbouwwijk
langs de dijk. Mooie huizen, maar eigenlijk niet zo passend hier.
Je kunt je wel voorstellen waarom de bewoners hier protesteerden
tegen plannen om de dijk te verhogen. Het zou hun eindeloze
uitzicht over het IJsselmeer hebben bedorven. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Wanneer
je
langs de noordkust van Marken naar het oosten loopt kun je al van
verre de vuurtoren die op de oostpunt staat boven het vlakke land
zien uitsteken. Deze vuurtoren staat bekend als het 'Paard van
Marken', vanwege zijn typische vorm met de ertegenaan gebouwde,
hoge lichtwachterswoning. Het is, na de 'Brandaris' op
Terschelling, waarschijnlijk de bekendste en meest gefotografeerde
vuurtoren van Nederland.
|
|
 |
|
|
|
|
De huidige vuurtoren werd in 1839 gebouwd, op de fundamenten van een
eerdere toren die in dat jaar werd afgebroken. De Zuiderzee was toen nog
open zee en de vuurtoren was zeer belangrijk voor de scheepvaart naar
Amsterdam. In 1901 kreeg de toren elektrisch licht. Ook na de afsluiting
van de Zuiderzee bleef de vuurtoren operationeel en tot op de dag van
vandaag is het een belangrijk baken voor de scheepvaart op het
IJsselmeer. In 1989 werd het onsteken van het licht geautomatiseerd
en sinds die tijd woont er geen lichtwachter meer op Marken.
Het 'Paard van Marken' staat aan het eind van een smalle strekdam en is
dus bijna helemaal omgeven door water. Dat maakt de locatie ook zo
fotogeniek. Vooral 's winters, als na een langdurige vorstperiode waarin
het IJsselmeer grotendeels was dichtgevroren de dooi inviel en het ijs
ging kruien kon je hier spectaculaire foto's maken. In 1971 bijvoorbeeld
reikten de door de wind opgestuwde de ijsschotsen tot aan het dak van de lichtwachterswoning.
Tot ernstige schade voor de bewoners leidde dat overigens niet, omdat de
muren extra dik uitgevoerd zijn. Tegenwoordig komen zulke strenge winters
nauwelijks meer voor.
Uitkijkend over de eindeloze zee ga je je afvragen hoe deze plek er uit
zou zien als de Markerwaardpolder aangelegd zou zijn. In de visie van ir. Lely
zou Marken dan alleen aan de westkant nog aan het water grenzen. De
oostpunt zou de polder in wijzen en 'Het Paard' zou er dan een beetje
verloren bij staan, op een onduidelijk heuveltje tussen de akkers. Nee,
laten we het dan toch maar liever houden zoals het nu is.
|
|
|
Vuurtoren
te huur
Het 'Paard van Marken' heeft sinds 1989 geen
lichtwachter meer, maar wel bewoners. Na een renovatie in
2002 bood de eigenaar, Rijkswaterstaat, de woning te huur
aan. Hierbij een greep uit de tekst van de advertentie,
waarop indertijd tientallen reacties kwamen.
"Te huur: vuurtoren aan het Oosterpad 1 in Marken.
Het zgn. 'Paard van Marken' is een vierkamerwoning, heeft geen
waterleiding en geen aansluiting op het gasnet. De
huurprijs per maand bedraagt € 384,82. De toekomstige
bewoners moeten over technische capaciteiten beschikken.
Zo dient de huurder enige onderhoudswerkzaamheden aan de
dieselgenerator die voor de opwekking van elektriciteit
zorgt uit te voeren. Via een boot wordt olie aangeleverd
voor de verwarming van deze bijzondere woonruimte."
|
|
|
|
|
|
|
We hebben hier het meest oostelijke punt van onze rondwandeling bereikt en
lopen nu over de zuidelijke dijk terug naar de haven. De zon doet verwoede
pogingen door de wolken heen te prikken. Rechts in het weiland zien we de
Oostervaart, een brede sloot die is overgebleven van de aanleg van het
omstreden Goudriaenkanaal in 1825. Het kanaal had hier juist ten zuiden
van de vuurtoren in zee moeten uitmonden, waarbij Marken een soort
voorhaven van Amsterdam zou zijn geworden. Het plan was al achterhaald
voordat het klaar was. Marken heeft er een leuke ijsbaan aan overgehouden.
Als het tenminste nog vriezen wil 's winters.
Verder naar het westen nu, langs de Moeniswerf die een stukje landinwaarts
in het weiland ligt, naar de Rozewerf recht voor ons uit. Deze ligt van
alle werven het dichtst bij de zee en haar bewoners hadden dan ook het
meest te vrezen van ijsgang tijdens strenge winters. Om te voorkomen dat
het kruiende ijs de dijk opschoof en hun houten huisjes verpulverde
bouwden ze een aantal wigvormige houten constructies in het water langs de
dijk die het ijs moesten breken. Deze ijsbrekers hebben in de winters van
1971 en 1979 nog nuttige dienst gedaan.
|
|
|
|
|
|
|
|
Kort na het passeren van de Rozewerf ligt de dijk die Marken met het
vasteland verbindt voor ons. Aan het begin ervan staan drie forse
windturbines, die met de stevige wind van vandaag een flinke bijdrage
kunnen leveren aan de elektriciteitsproductie. Goed voor het milieu, dat
wel, maar toch ook een beetje detonerend in het kleinschalige landschap,
deze kolossen met hun rondmalende wieken.
We steken de autoweg over en vervolgen het pad over de dijk dat naar het
noorden afbuigt, terug naar de haven. Met de Gouwzee aan de linkerhand en
het zonnetje in de rug is het heel prettig lopen hier, een stuk aangenamer
dan toen we onze rondwandeling begonnen. Een bankje op de dijk nodigt uit
tot een korte pauze. Kun je meer genieten van een bruine boterham met kaas
dan zittend op een bankje in de zon, uitkijkend over de Gouwzee? Vast wel,
maar voor vandaag ben ik er zeer tevreden mee!
Vóór ons doemt de Havenbuurt alweer op. Nog maar een klein stukje en dan
zijn we terug op ons uitgangspunt en hebben we onze rondwandeling
voltooid. Het restaurant met de toepasselijke naam 'Land en Zeezicht' aan
de haven blijkt nu open en we gaan naar binnen voor een kop koffie. Hier
stuiten we op de enige buitenlandse toerist die we vandaag gezien hebben:
een Spaanse mevrouw met twee kindertjes. Maar ja, het is ook pas maart.
Kom hier in juli maar eens terug!
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Meer over Marken en aanverwante informatie
|
|
|
|
www.waterland.nl
Officiële website van de Gemeente Waterland waartoe Marken behoort.
Bevat een fototour van Marken.
www.eilandraad.nl
Website van de Stichting Eilandraad Marken, met actuele en historische
informatie over het eiland.
www.thijsvandetoren.nl
Homepage van Thijs en Liliane Spijker, sinds februari 2003 de bewoners
van de vuurtoren 'Het Paard van Marken'.
home.wxs.nl/~napel/diashow.htm
Homepage van Harm Joris ten Napel, inwoner van Marken, met een
interessante fotoreportage over het eiland.
www.vbij.nl
Website van de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer, die zich
beijvert om het IJsselmeer op een verantwoorde en dynamische manier te
beheren in landschappelijk, cultuurhistorisch, milieuhygiënisch,
recreatief, ecologisch en waterhuishoudkundig opzicht.
www.markerwaardpolder.nl
Website van de Vereniging Vrienden van de Markerwaard, die juist de
aanleg van de Markerwaardpolder nastreeft.
|
|
|
|
maart
2004
|
|
|
|
|
|